Hollands dagboek

Bram Peper (60) is minister van Binnenlandse Zaken. De afgelopen week werd hij achtervolgd door zijn vorige functie: die van burgemeester van Rotterdam. Peper is getrouwd met Neelie Kroes en woont in Wassenaar.

Woensdag 3 november

Half zeven gaat, zoals gewoonlijk, de wekker. Ik ben een goede slaper, in alle omstandigheden. Eet kort, en weinig. De hond Arrow wordt uitgelaten. Ik ook.

Gisteren is Neelie via London naar Australië vertrokken. Dat doet ze zo'n zeven keer per jaar, binnen drie á vier dagen op en neer voor een Raad van Commissarissen-vergadering van een Australische multinational.

De dag bestaat uit overleg: over gemeentelijke herindelingen, benoemingen en financiële zaken, met collega Gerrit Zalm, gesteund door bekwame medewerkers. Met Zalm kan ik het heel goed vinden. Een man van vlees en bloed, dus écht, hartelijk, redelijk en een indrukwekkende kennis van zaken die veel verder reikt dan het geld. Ook nu weer komen we er uit.

Ik kreeg vandaag het boek van Peter Bootsma en Willem Breedveld aangeboden over het kabinet-Den Uyl, De verbeelding aan de macht. Peter blijkt op het departement te werken (directie Brandweer). Al is er veel legendevorming over Joop den Uyl en zijn kabinet, van spruitjeslucht had het land toen geen last. Het was woelig, chaotisch, zoekend. Nederland – althans een deel – wilde de turbulente jaren zestig in beleid omzetten. Dat viel, zo bleek, niet mee. Den Uyl werd toen, vooral in zijn eigen partij, als nogal `rechts' neergezet. Vooral door mensen die de smalle marges van democratische politiek niet begrepen. Sommigen bestaan nog, zijn conservatief of Leefbaar geworden; velen zijn `consultant' of opgesloten in de anonimiteit van de kleinschaligheid.

Vanmorgen een afspraak gemaakt met mijn beste vriend Menno V., een vriendschap die dateert uit 1957, toen wij samen aan onze studie begonnen aan de Universiteit van Amsterdam, het Sociaal-Geografisch Instituut, Waterlooplein 24. Tóen bestond het Waterlooplein nog, was er nog een échte Weesperstraat, waren hoogleraren nog pausen, was de studievrijheid nog compleet en de studie lang (minimaal zeven jaar). De wetenschap was nog met een waas van nieuwsgierigheid en betovering omgeven. Maar: van een volle democratie, zoals we die nu kennen, was nog geen sprake. Gestolde gezags- en gedragsverhoudingen. Een bazen- en knechtensamenleving.

Met Menno heb ik vanaf het begin een absurdistische vorm van humor ontwikkeld. Hij is hoogleraar in Utrecht, in Latijns-Amerikaanse studies. Aan het eind van de dag belt hij alweer af. Een plotseling opkomende griep heeft hem geveld.

Donderdag

Hetzelfde ochtendritueel. Spreek mijn woordvoerder Richard Matthijsse, met meer dan twintig jaar Haagse ervaring. Ik geloof dat hij de afgelopen week weer een niet eerder opgedane ervaring aan zijn gelooide professionaliteit heeft toegevoegd. Een in Rotterdam verschijnend ochtendblad – zo meldt hij – heeft geen nieuws. Ik vraag hem of hij nog nieuws heeft, en mompel: waar rook is, is soms een pyromaan langs geweest.

Om kwart over tien ben ik voor een kort plenair debat in de Kamer. Het gaat over `pepperspray' – ik kan er ook niets aan doen – dat aan het instrumentarium van de politie zal worden toegevoegd (naast handboeien, wapenstok en pistool), en dat bedoeld is om agressieve mensen uit te schakelen die het op de politieman of -vrouw hebben gemunt. Ik ben blij met de groeiende steun voor dit middel, de hete adem van de Kamer in de rug.

Spreek voor het eerst langer met Marijke van Hees, de voorzitter (sinds februari) van de PvdA. Politieke partijen hebben het moeilijk, voorzitters hebben het altijd al moeilijk gehad. Marijke spreekt openhartig over de wijze waarop zij werkt, wat zij van plan is. Het inzicht dat inhoud en communicatie niet meer los van elkaar kunnen worden gezien, delen we. Partijen, zoals we die tot voor kort hebben gekend, komen nooit meer terug.

Na nog vier – hier ongenoemde – andere bijeenkomsten, ga ik op bezoek bij mijn oud-onderwijzer (80) en zijn vrouw, de heer en mevrouw Lodders. Beiden waren aan mijn lagere school verbonden. De heer Lodders was mijn held: hij was streng en rechtvaardig en heel erg knap en precies. Zo wilde ik ook worden. We hebben altijd contact gehouden.

Daarna bij mijn moeder op bezoek, zij is flink, maar minder mobiel dan zij zou willen zijn. Ik spreek haar te weinig. Van tijd tot tijd overvalt mij de simpele gedachte dat het toch te gek voor woorden is dat politici zich bij verre niet houden aan de werktijden en arbeidsomstandigheden die aan bijna alle Nederlanders worden opgelegd. Zeventig à tachtig uur per week in touw is de `normaalste' zaak van de wereld. Het kan minder, het moet minder. Ik vraag mij wel eens af hoe een groot land wordt bestuurd.

Vrijdag

Vandaag begint de ministerraad om 09.00 uur in plaats van 10.00 uur, omdat velen bij het 100 jaar bestaan (tevens het afscheid van Hans Blankert, en de inauguratie van de nieuwe voorzitter, Jacques Schraven) van VNO-NCW willen zijn. Over de beraadslagingen in de ministerraad worden geen mededelingen gedaan.

's Middags bij het feestelijke en tegelijkertijd serieuze gedeelte van het 100-jarige VNO-NCW. Wim Duisenberg houdt een glasheldere lezing; al ten tijde van het kabinet-Den Uyl stond hij bekend om zijn begrijpelijke manier van spreken, dus van denken. Wim Kok is helder én geestig. Hans Blankert is erg op dreef, nuchter, ad rem, robuuste Rotterdamse taal. Jacques Schraven laat in een stevig verhaal weten wie hij is; uit een enkel onderdeel van zijn verhaal valt af te leiden dat het polder-Nederlands hem nog niet in zijn greep heeft. Kijken hoe lang hij dit volhoudt.

Vroeg thuis gekomen warm ik wat bami op. Ik eet raar, onevenwichtig, weinig, vandaar dat ik de ochtend begin met veel vitaminepillen van allerlei kleur. Hoef ik nergens meer aan te denken, zo denk ik. Ik vind het antwoord van Peter van Dijk, hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, op het schrijven dat onze raadsman op 2 november in zijn richting had gestuurd. De inhoud van de brief is ontluisterend. Nog vele andere kwalificaties dringen zich op. Ik besluit maandag de inhoud van de brief openbaar te maken.

Bij goede vrienden in de buurt geef ik mij over aan een drinkgelag: twee alcoholvrije biertjes. Daar slaap je goed op.

Zaterdag

Neelie komt aanzienlijk verlaat uit Sydney aan. Storm en regen ontregelen op deze sfeerloze ochtend het vliegverkeer. Samen doen we boodschappen, dat is vooral efficiënt. En we praten bij. De koetjes en kalfjes willen maar niet in het vizier komen.

Hoewel wij geen partygangers en -gevers zijn, gaan we vanavond naar twee partijen, een van een goede vriend, Arie M. die 65 is geworden, en één van een bevriende bankdirecteur. De schrijfster Nelleke N. houdt een bijzonder mooie voordracht over het ik, en het zelfportret.

Zondag

Na het ontbijt wandelen we op het mooiste plekje van Wassenaar en drinken koffie bij ons dierbare vrienden JvC en Charlotte.

Maandag

Vanmorgen de maandagse stafvergaderingen. We gaan sneller dan gepland, maken goede afspraken. Tussen de middag een vruchtbaar gesprek met mijn Belgische collega, Duquesne, over het EK 2000. Dit evenement zal de komende maanden veel van mijn tijd vergen. Cruciaal is de voorbereiding op vraagstukken van openbare orde.

's Middags wordt het Forum voor Democratische Ontwikkeling gelanceerd. Binnen het uur voltrekt zich een fascinerende discussie over de driehoek staat, markt en civil society (de samenleving van en door burgers). Hoofdrolspelers professor Anton Zijderveld, professor Frissen en Jaap de Hoop Scheffer. Zij zijn in vorm. Het lijkt er op dat, bij alle verschillen, iedereen wel het gevoel heeft dat het politiek bestel aan een stevige vernieuwing toe is. Er broeit wat.

Een drietal burgemeesterskandidaten – voor drie gemeenten – ontvangen. De selectie is weer streng en degelijk geweest, zo blijkt uit de adviezen. De kandidaten verlaten, moet ik aannemen, opgelucht en blij het departement.

Dinsdag

Ik kom graag in de Eerste Kamer, al kan je er een stevige `nederlaag' overkomen (zoals de Nacht van Wiegel). Het is goed dat dit eerbiedwaardige college daar geen gewoonte van maakt. De Eerste Kamer is weer in discussie gekomen. Ik bereid – zo is afgesproken – een notitie voor over de Eerste Kamer. Vanmiddag verdedig ik de Zalmsnip, de honderd gulden lastenverlichting voor elk huishouden. Er worden veel (bekende) bezwaren naar voren gebracht.

De suggestie van Jan Hoekema (D66 Tweede Kamer) over de Zalmsnip, Peper-meier te noemen, wijs ik opnieuw van de hand, zowel om redenen van politiek-intellectueel eigendom als om reden van de stevige kritiek die er – ten principale – op het wetsontwerp wordt geleverd. Het wetsontwerp krijgt overigens een zeer ruime meerderheid.

Dan snel naar de stemmingen in de Tweede Kamer (pepperspray). Vervolgens de vergadering voorbereid met de Vaste Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten – de vier fractievoorzitters van de grote partijen – in mijn verantwoordelijkheid voor de BVD. Zwijgen is goud.

De dag eindigt met de ondertekening van het zgn. Convenant Politie (1999-2005). Beleidsafspraken zijn gemaakt over het politiebeleid (doelstellingen, inzet, financiën, e.d.). Een afspraak waarvan mijns inziens de betekenis moeilijk kan worden overschat.

Ik voer dat gesprek samen met collega Benk Korthals. Benk heeft iets kwajongensachtig, iets anarchistisch, met een gedoseerde gave voor humor. Op een terloopse manier komt er veel uit zijn handen. De strijd tussen `de torens' (BZK-Justitie) gaat nu alleen nog over de zaken waarover het moet gaan, de inhoud van het beleid. De bijeenkomst gaat ongemerkt over in een bespreking van de wijzigingen die Benk en ik voorstellen in het politiebestel, niet opzienbarend, maar wel belangrijk.

Om 20.00 uur ben ik thuis. De tassen doe ik morgenochtend vroeg wel. Neelie en ik praten de gebeurtenissen van de dag door.

Woensdag 10 november

Vanmorgen het tweewekelijkse overleg met Benk Korthals, het zgn. BBO (Beleids- en beheersoverleg), samen met enkele ambtelijke medewerkers. Wij werken – typisch Rotterdams? – snel en doelgericht. We spreken over het EK 2000, maken daarover nadere afspraken, en over de internationale politiesamenwerking. Intussen komt vanuit Frankrijk (waar de Kamercommissie op bezoek is) het geluid dat er nog steviger moet worden opgetreden tegen hooligans via het strafrecht. De hype rond het EK zeven maanden voor de aftrap, begint wel heel bijzondere proporties aan te nemen. Rotterdamse nuchterheid en ervaring lijken in dit verband wel van pas te komen.

Ik bereid mij voor op een overleg met de Kamer over het rapport van de Commissie-Kalsbeek, over de stand van zaken bij de politie, twee jaar na `Van Traa'. De commissie is redelijk positief, al valt er nog veel te doen. Hoewel Benk het grootste deel van de beantwoording voor zijn rekening neemt, probeer ik aandacht te vragen voor het inzicht dat er toch in korte tijd heel veel is bereikt. Waarmee ik gezegd wil hebben dat als de crisis in de opsporing ernstig was, het herstelvermogen van justitie en politie als een bijzondere kwaliteit moet worden gezien.

Geen reden voor zelfgenoegzaamheid, wel goed om vast te stellen.