Grenzanlage

Ooit zag ik de Muur van de foute kant. Bij een studentenuitwisseling werden we door onze DDR-gids uitgenodigd om te komen kijken. We beklommen een schavotje, en daar stonden we oog in oog met al die westerlingen op de verhoging aan de andere kant; we staarden naar elkaar en zagen onszelf, het was krankzinnig. We moesten ook een museumpje bekijken, met foto's van nachtclubs, spionnen, misdadigers en vrouwen die de grenswachten hun blote kont lieten zien. Dit was het decadente Westen! Kijk maar goed! We begonnen heimwee te krijgen.

In dat museum waren ze trots op hun `Grenzanlage', net zo trots als de grenswachten van de EU nu zijn op hun elektronische muur, iets verder naar het oosten. Wat in 1989 door de mensenmassa werd doorbroken was al de vierde generatie Muur, een steeds verfijnder systeem van hekken, lichten en lege ruimtes. Uit recente publicaties blijkt dat er op dat moment druk werd gewerkt aan de ontwikkeling van een vijfde generatie, vol elektronische snufjes, minder opvallend, maar vrijwel onoverkomelijk. Hightech in plaats van schieten, dat zou het motto worden.

Hoe zou de Muur er nu hebben uitgezien? In de DDR-nota van 8 mei 1988, `Zur Entwicklung von Grenzsicherungstechnik für den Zeitraum 1990-2000' wordt enthousiast gesproken over `micro-elektronische Sensortechnik', `Mikrowellenschranke' en `seismische Meldungsgebersysteme' om onbevoegden nog eerder te signaleren. Er bleef één probleem: mensen onderscheiden van loslopende honden, dat konden die DDR-sensoren maar niet leren. Maar de Muur zou ons allemaal overleven, in welke vorm ook.

    • Geert Mak