Boeren gaan bio

Nederlandse tuinders poten hun paprika's en tomaten steeds vaker in de open grond. Zonder gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Veehouders zetten hun varkens op stro. Niet uit idealisme, maar uit economische noodzaak. `Ga jij biologisch voor een duppie extra?'

Glastuinder Ruud van Schie teelde tien jaar paprika's op substraat. Drie jaar geleden stapte hij over op de biologische groenteteelt. ,,Ik wilde het anders doen dan de biologische tuinders die er al waren'', zegt Van Schie in zijn kantoor naast de ruime hal waar een tiental personeelsleden tomaten aan het inzaaien zijn. ,,Professioneler, grootschaliger en efficiënter. Ik vond dat veel van de biologische tuinders een weinig efficiënte teelt hadden.''

In het begin, vertelt hij, liep het hartstikke leuk met de gangbare paprikateelt. Maar de paprikaprijzen bleven maar dalen. ,,Groter, groter en nog eens groter worden'', zoals veel collega's deden, kon hij niet want zijn bedrijf in het Westland lag op een plaats waar het niet mocht uitbreiden. En Van Schie had nog een probleem: hij had meer dan genoeg van veiling de Greenery waar hij zijn paprika's aan leverde. Die vond hij anoniem en te veel op de centen. Van Schie koos voor EKO. Want, zo dacht hij, biologisch gaat uiteindelijk toch de toekomst worden. In 1996 verhuisde hij naar een spiksplinternieuwe kas in de Flevopolder met paprika's, tomaten en komkommers in de volle grond.

Enthousiast toont hij zijn kassen met gezond ogende tomaten- en komkommerplanten aan lange draden. Tussen de rijen scharrelen vijftig pekingeenden die het witte knopkruid onder de planten in toom moeten houden. Tegen de muizen zijn er een poes en drie tropische slangen. En tegen de wormen had hij drie tropische Tamaliavogels, maar die zijn helaas weggevlogen. Ouderwets gezellig al die dieren. Maar Van Schie, die zich met 28.000 vierkante meter glas de grootste biologische tuinder van Nederland mag noemen, houdt ook van de modernste high-tech. Op de witte verwarmingsbuizen rijden regelmatig een oogstkarretje, een compoststrooier en een onkruidmaaier. De tuinder hoopt dat de komkommerplukrobot die in de maak is snel klaar is, want arbeid in Nederland is duur. Een nieuwe mechanische wiedmachine komt er binnenkort.

Twee werelden

Nu de markt voor biologisch voedsel groeit, overwegen steeds meer gangbare telers over te stappen. Twee werelden, de kleine, idealistische sector van de biologische landbouw en de gevestigde, behoudende sector van de gangbare landbouw komen bij elkaar.

Het is woensdagavond, en we zijn in de chique bestuurskamer van veiling de Greenery. Ingrid Adriaans van DLV Adviesgroep in Naaldwijk mag deze ruimte gebruiken voor een orientatiecursus voor tuinders die net zijn omgeschakeld of die overwegen om te schakelen. Vanavond gaat het over gewasbescherming. Zestien tuinders luisteren van zeven tot tien geïnteresseerd naar Adviseur Gewasbescherming Matthijs Blind, eveneens van DLV Adviesgroep (vroeger: Dienst Landbouwvoorlichting). Met hulp van een overheadprojector behandelt hij systematisch verschillende ziektes en plagen. Regelmatig stelt een tuinder een vraag. ,,En phytophtora meneer, hoe overleeft die nu in de grond?'' Soms stelt de docent een vraag: ,,Waarom zou ik achter deze bestrijdingsmethode een vraagteken hebben gezet?'' Antwoorden volgen prompt. De tuinders zijn het onderwijsleergesprek nog niet ontgroeid. Tijdens de pauze met bier en fris schieten we een jonge tomatenteler aan. Nee, lacht hij verlegen. Als hij al gaat omschakelen, zal dat niet zijn uit idealisme. Gangbare komkommers zijn toch even lekker? Oké, biologische teelt is beter voor het milieu, maar het is de vraag of gangbare teelt wel echt zo slecht voor het milieu is als altijd wordt gezegd. De reden dat hij omschakeling overweegt is de lage prijs van de tomaten. En de afzet die hem niet zint. Wil zijn afzetvereniging de tomaten voor twee gulden afzetten, dan is er altijd wel een andere vereniging die ze voor 1,80 wil verkopen. Moet zijn vereniging daar weer onderduiken.

,,Als tuinders alleen omschakelen omdat ze de prijs in de gangbare landbouw te laag vinden'', zegt cursusleider Adriaans later in de auto, ,,zullen ze het niet redden. Je moet ook gedreven zijn. Want je moet echt pionieren. Van het bodemleven weten we nog heel weinig. Vorige week bezochten we een biologische teler die het al 25 jaar doet. Een van de cursisten vroeg of hij nog onverwachte problemen tegenkwam. `Elk jaar!', zei hij. Kamp je het ene jaar onverwachts met luis, het jaar erop is het meeldauw. De ecologie waar je mee te maken hebt is onvoorspelbaar.''

Het is pionieren, vindt ook tuinder Ruud van Schie. De kennis die hij nodig heeft voor zijn nieuwe biologische systeem haalt hij uit de hele wereld: van voorlichters, collegatelers, vertegenwoordigers, onderzoekers, folders en boeken. Van Schie gelooft in een biologisch grondsysteem en om de bodem gezond te houden experimenteert hij met compost en versnipperd plantafval. Stomen doet hij niet, want dan dood je juist het bodemleven. Giftige extracten van planten gebruikt hij ook niet, want ook die doden het systeem. ,,Van de bodem weet niemand iets, al denken sommige mensen er wel veel van te weten. Ik heb nog nooit complete adviezen gehad. Dat kan ook niet. Want overal is de grond weer anders. Als biologische teler moet je je eigen systeem maken. Ik loop tegen ontzettend veel problemen op. Maar het leuke is wel dat je weer tuinder wordt.''

De gedreven tuinder geeft zijn duur verkregen kennis niet graag weg aan Jan en Alleman. Hij is niet aangesloten bij de studieclub biologische tuinbouw, en zo waren bijvoorbeeld onderzoekers van het Proefstation Naaldwijk vorig jaar niet welkom toen ze bij hem wilden komen kijken. Dit is een gevoelig punt, zegt hij. ,,U moet weten dat ik heel veel risico's heb genomen. Als het fout was gegaan was ik de fool in town geweest.En nu het goed dreigt te gaan ben ik ineens ieders vriendje. In de industrie zou zo'n teeltsysteem als dit helemaal zijn dichtgetimmerd met patenten. Maar in de landbouw kan dat niet.'' Het Proefstation heeft onlangs 27 miljoen gulden gekregen om de biologische glastuinbouw te helpen met onderzoek. Waarom, zo vraagt Van Schie zich af, besteden ze niet tien procent van dat budget aan een paar bedrijven die al met biologische tuinbouw hebben geëxperimenteerd? ,,Onderzoekers doen nu 1001 experimentjes met heel weinig samenhang. Er gaat ook heel veel geld naar de voorlichters. Besteed een deel van dat geld aan een paar koplopers. Die brengen de sector zo tien jaar vooruit. Want als je kunt laten zien dat iets op drie bedrijven werkt, volgt de rest vanzelf.''

Volgens adviseur Adriaans ziet Van Schie het echt verkeerd. ,,In een studieclub krijg je ook informatie terug van telers'', vertelt ze. ,,En ook van het Proefstation krijg je informatie terug. De onderzoekers vergelijken verschillende methodes. Voor telers wordt het zo duidelijk of een maatregel effectief is of niet.''

Lage biggenprijzen

Varkenshouder Hans Geraets woont in Baexem (Limburg) en heeft 175 fokzeugen. Hij volgt in Eindhoven een cursus van bureau Nieuwland uit Wageningen. De cursus moet varkenshouders helpen bij de beslissing al of niet om te schakelen. De lage biggenprijzen maken het bedrijf van Geraets al een tijd lang niet meer rendabel. Groter worden, zoals veel van zijn collega's nu doen, ziet hij niet zitten. ,,Ik ben niet de persoon om nog verder in deze ontwikkeling mee te gaan'', vertelt hij aan de keukentafel in het huis vlakbij de stallen. ,,De grote, gemechaniseerde stallen die de intensieve varkenshouderij nu moet bouwen om te kunnen overleven, dat is niks voor mij. Dat worden industriële bedrijven. Ik zie daar niks van mezelf in. Ik kan daar de harmonie niet in terugvinden. Je bent niet meer zelf met de varkens bezig, je bent personeel aan het managen.''

,,De generatie varkenshouders die nu biologisch gaat, doet het niet uit idealisme maar omdat ze niet mee willen in verdere groei. Idealen passen meer bij de ecosfeer en bij het biologisch-dynamische gedachtegoed. Prima, maar ik zie daar weinig perspectief in. Ik wil varkenshouder blijven en ik moet daar een inkomen uithalen. En dan zit ik gevoelsmatig dichter bij de biologische varkenshouderij dan bij de steeds grootschaliger wordende intensieve varkenshouderij.''

Omschakelen is voor Geraets een investering van vele tonnen: zo moeten de varkens in groepen op stro, ze moeten uitloop krijgen, hun staarten mogen niet gecoupeerd en de biggen mogen pas bij zes weken gespeend. Of zijn varkens door al deze maatregelen gelukkiger zullen worden, weet Geraets niet. ,,Maar het heeft geen zin om de discussie aan te gaan of de biologische of de gangbare varkenshouderij gelijk heeft. De maatschappij heeft de eisen gesteld en daar heb je je als varkenshouder aan te houden. Wat heb je eraan om daar moeite mee te hebben?''

De biologische sector telt nu bijna 1.200 bedrijven op een totaal van 110.000. Zo'n 4.000 gangbare telers overwegen om te schakelen. De multinationale supermarkten, veilingen en verwerkers, die afgelopen twee jaar al in de kleine sector zijn gesprongen, zien de nieuwelingen graag komen want de Europese vraag naar biologisch voedsel groeit. Maar willen deze grote afnemers en hun klanten ook de prijs betalen die het biologisch telen kost? Daar is in alle sectoren grote twijfel over.

Donderdagmorgen, in de keuken bij melkveehouder Wim Van de Hengel in Achterveld (Gelderland). We zitten er met dertien melkveehouders, de cursusleider van bureau Agro Eco in Bennekom, een vertegenwoordiger van de diervoederindustrie en een melkveehouderspecialist van DLV Adviesgroep. Met wat inschikken gaat het net. Koekjes, koffie en warme melk staan op tafel. De stemming is gemoedelijk, regelmatig wordt er gelachen. Het thema vandaag is diervoeding, maar eerst komen er drie actuele zaken aan bod: de veel te kleine subsidiepot voor omschakelaars, de onduidelijkheid in de regelgeving rond biologische producten, en de melkprijzen.

Nu krijgen de biologische melkveehouders nog dertien cent meer voor een liter melk dan hun gangbare collega's. De angst is dat de melkprijs zover zal zakken dat biologische melkveehouders het er niet meer voor kunnen doen.

,,Ga jij biologisch voor een duppie extra?''

,,Ik denk dat Albert Heijn zal zeggen dat je het voor een dubbeltje moet doen.''

,,Je moet blij zijn als Albert Heijn je er nog een dubbeltje voor wil geven.''

,,Goed, sluit je aan bij een belangenorganisatie'', kapt de cursusleider de discussie tussen de melkveehouders af.

Supermarkten

Aan het eind van de bijeenkomst zegt Van de Hengel bewust te kiezen voor de kleine melkverwerker bij hem in de buurt, een van de weinige biologische verwerkers die nog niet is opgekocht door de gangbare coöperatie Coberco of Campina Melkunie. In de grote firma's heeft hij weinig vertrouwen: de baas zelf krijg je nooit aan de telefoon. Bovendien: Coberco en Campina Melkunie leveren aan de supermarkten. ,,Je zult zien dat de melkprijs daalt'', zegt hij geëmotioneerd. ,,Albert Heijn denkt alleen aan de aandeelhouders. Als de biologische melk in Nederland te duur is, halen ze het in het buitenland. Het verhaal in de gangbare landbouw is goedkoper goedkoper goedkoper. Als wij met de biologische landbouw in dezelfde tredmolen vallen, zijn we zo weg.''

Tuinder Ruud van Schie verheft zijn stem zodra we het over de prijzen krijgen. ,,Ja, de grote bedrijven kunnen nu wel de biologische telers gaan afknijpen, maar daar hebben ze alleen zichzelf mee. Het leidt er toe dat de biologische landbouw de nek wordt omgedraaid en dat je schandalen blijft houden zoals de dioxineaffaire.'' Hij haalt er De Telegraaf van die ochtend bij. Bij supermarkt Dirk van den Broek is de biologische melk afgeprijsd van 1,69 naar 1,29. Biologische melk is ook goed voor de portemonnee, staat erbij. Van Schie: ,,Waarom moet dit er nu weer bij? Het moet altijd voor niks. Dat is de enige manier waarop men in Nederland kan adverteren. Supermarkten laten zich veel te veel door de concurrent leiden terwijl ze heel goed in staat zijn een goede prijs te betalen. Ook supermarkten moeten leren innoveren. Ze verpesten gewoon de sfeer.'' Zich organiseren heeft volgens de tuinder geen zin. Tegen multinationale ondernemingen kun je toch niet op. Het enige dat je kunt doen is je onderscheiden met een goed product. De biologische groenten van Van Schie heten `green shield', groene schild. Zelfs de koffiemokken hebben het logo al.

Varkenshouder Geraets weet nog niet of hij zal kunnen omschakelen, ook al wil hij dat graag. ,,Ik moet enorm veel investeren, ook in kennis. De 35 biologische varkenshouderijen die Nederland nu telt zijn kleine, gemengde bedrijven. Wij komen nu met grotere, gespecialiseerde biologische bedrijven, maar daarover is nog heel weinig bekend. Hoe stuur je het mestgedrag van zoveel varkens? De dieren krijgen uitloop, wat betekent dat voor de klimaatbeheersing in de stal? Dat hoeft allemaal het probleem niet te zijn, maar ik wil dan wel weten dat er een eerlijke boterham in te verdienen valt.''

Op de keukentafel verschijnt het vakblad Varkens van 12 oktober. Uit een staatje blijkt dat begin dit jaar de varkensboer 1,70 kreeg voor een kilo varkensvlees, terwijl de marge van de supermarkten per kilo 8,06 was. Meer dan vier keer zoveel. Geraets: ,,Wij hebben die slag naar de supermarkten al heel lang geleden verloren. Er zijn te veel aanbieders en te weinig partijen die afnemen. En dat zie ik nu ook weer gebeuren bij de biologische landbouw.''

,,Als ik alles van tevoren had geweten was ik in 1997 gestopt. Dat had me een hoop sores, frustratie en geld bespaard. Maar je wilt varkenshouder blijven en daarom zoek je naar andere mogelijkheden. En op zich heb ik ook wel feeling voor biologische landbouw. Maar ik heb er wel moeite mee hoe politiek en maatschappelijke organisaties de biologische landbouw ophemelen zonder oog voor de realiteit.''

    • Marianne Heselmans