Berliner Ensemble

In de week die bol stond van de val van de Berlijnse Muur tien jaar geleden, met ontelbare artikelen, documentaires, herdenkingsplechtigheden en een feest in de Duitse hoofdstad, heb ik een gloednieuwe versie van de Dreigroschenoper gekocht. Een dubbel-cd waarop de muziek van Kurt Weill opwindender en tegelijkertijd ironischer klinkt dan ooit. Een glansrol is weggelegd voor Nina Hagen, die ver voordat de Muur viel, uit de DDR emigreerde en ook in Nederland furore maakte. Hoe zij Die Ballade der sexuellen Hörigkeit zingt, prachtig!

Bij Nina Hagen hoef je niet per se te denken aan de DDR, die samen met andere zogenaamde arbeidersrepublieken en volksdemocratische dictaturen ligt te rotten op de mestvaalt van de geschiedenis. Dat is anders met Bertolt Brecht, de tekstschrijver van de Dreigroschenoper, een bewerking van de achttiende-eeuwse Beggar's Opera van John Gay.

Bij Brecht is de associatie met de DDR onvermijdelijk. Hij overleed er in 1956 zonder ooit publiekelijk het zetbazenregime te hebben verloochend dat zijn communistische overtuiging tot een gruwelijke aanfluiting maakte. Wel zou hij de partijleiders in 1953, toen de arbeiders in de DDR in opstand kwamen, sarcastisch hebben geadviseerd om maar een ander volk te kiezen. In Oost-Berlijn stond de Dreigroschenoper standaard op het repertoire van het door Brecht opgerichte Berliner Ensemble, tot monument versteend, even onwrikbaar als de Muur tussen Oost en West leek te zijn.

Het gedachtetreintje tjoekt verder, naar Wolf Biermann, de beroemdste `opvolger' van Brecht. In 1961, toen de Muur gebouwd werd, was Biermann nog overtuigd lid van de SED. Later, al dissident maar nog wel communist, heeft hij volgens een vriend eens opgemerkt, dat als de Muur zou instorten alleen (partijchef) Honecker en hij in Oost-Duitsland zouden blijven. Bij de val van de Muur zei de uit de DDR ausgebürgerte zanger/dichter: ,,Ik heb, terwijl de meesten in de DDR zwegen of moesten zwijgen, 25 jaar gezongen en gesproken. Vandaag kan ik eindelijk eens zwijgen. Ik moet huilen van vreugde dat het zo snel en zo eenvoudig is gegaan. En ik moet huilen van woede dat het zo ellendig lang geduurd heeft.''

Zijn woede is nog even springlevend. In een interview in deze krant voer hij afgelopen zaterdag uit tegen de ,,totalitaire kreupelen'' van de PDS, de erfgenamen van de SED, ,,die grote toespraken hielden over democratie en sociale rechtvaardigheid, terwijl de DDR één ding niet was: rechtvaardig. Zodra je je mening uitte werd je in de gevangenis gegooid.'' De staatspartij, die hem in 1963 royeerde, vindt hij een misdadige organisatie, maar figuren als oud-partijleider Egon Krenz hoeven van hem niet op hun beurt in de cel te worden gegooid.

Die Krenz lijkt, om in de sfeer van de Dreigroschenoper te blijven, een soort Mackie Messer: opportunist en boef. Hij heeft ook wel iets van de bedelaarskoning Peachum:

Wir wären gut, anstatt so roh,

Doch die Verhältnisse, sie sind nicht so.

Toch lijkt de veroordeling van Krenz tot 6,5 jaar gevangenisstraf wegens doodslag me een ontsiering van de herdenking van '89. Als de DDR één ding niet was, rechtvaardig, dan zou het verenigde Duitsland één ding wel moeten zijn: een rechtsstaat, ook voor zulke prototypische functionarissen als Krenz. Hij is veroordeeld omdat hij als lid van de staats- en partijleiding medeverantwoordelijk is voor (de instandhouding van) het `schietbevel' aan de Muur. Dan weet ik nog wel enkele medeverantwoordelijken. Jeltsin bijvoorbeeld (ex-lid van het politburo van de CPSU) en vanzelfsprekend Gorbatsjov, die maandag in Berlijn de hoogste Duitse onderscheiding ontving, op dezelfde dag dat Krenz te horen kreeg dat hij de cel in moet.

Gorbatsjov is natuurlijk een `held van de terugtocht', voor wie je bewondering kunt hebben. Krenz beroemt zich erop dat hij in november 1989 een bloedbad heeft voorkomen, maar bewondering zal hij nooit wekken. Tegelijkertijd maakt hij meer de indruk van een gezagsgetrouwe voetbalbobo dan van een grote misdadiger.

Als Krenz misdaden tegen de menselijkheid ten laste konden worden gelegd, zou zijn veroordeling terecht en noodzakelijk zijn. Ook is er begrip op te brengen voor de nabestaanden van de bij de Muur doodgeschoten vluchtelingen die geen genoegen nemen met de veroordeling van een aantal grenswachten, terwijl de politiek verantwoordelijken vrijuit zouden gaan. Maar de veroordeling van Krenz, al is hij abject, is niets anders dan symbolische ketterjacht. Er is geen wettelijke basis voor. Daarom heeft de Duitse justitie, in strijd met de Grondwet, het beginsel gehanteerd dat de wet dient te wijken voor de gerechtigheid. Merkwaardig genoeg werd dit principe nooit toegepast op nazi-misdadigers die de rechtbanken en de legerleiding in het naoorlogse Duitsland bevolkten.

Op grond van internationaal recht had Krenz niet veroordeeld kunnen worden. Dat is het verschil met Pinochet. Trouwens ook met de voormalige Zuid-Afrikaanse president De Klerk, die internationale misdaden zoals foltering op zijn geweten heeft, maar samen met Mandela de Nobelprijs in ontvangst mocht nemen.

Als er dan toch na 1989 een voormalige DDR-leider veroordeeld had moeten worden wegens het schieten aan de Muur, dan was daar Honecker voor in aanmerking gekomen. Hem heeft men wegens zijn gevorderde leeftijd en slechte gezondheid laten lopen om in vrijheid te kunnen sterven. Hierbij kan ook een minder humane overweging in het spel zijn geweest. Het zou een tragisch beeld hebben opgeleverd als Honecker voor de tweede keer door een Duitse rechter in de gevangenis was gezet. Hij had tussen 1935 en 1945 al tien jaar in tuchthuizen van de nazi's doorgebracht.

Duitsland zou de val van de Muur waardiger hebben herdacht als het oordeel over de Krenzen, Schabowski's en Mielkes was overgelaten aan de geschiedenis, de grootste scherprechter. Intussen hadden zij, als Mackie Messer, hun zonden kunnen overdenken:

Ihr Menschen, lasset allen Leichtsinn fallen,

Ihr Menschen, lasst euch uns zur Lehre sein

Und bittet Gott, er möge mir verzeihn.

    • Elsbeth Etty