`Verlies Atjeh is einde Indonesië'

Als Atjeh zijn aandeel in de republiek Indonesië terugtrekt, stort deze vroeg of laat ineen. Dat heeft de voorzitter van het Indonesische Volkscongres, Amien Rais, vanochtend gezegd bij aankomst in het met de dag instabieler wordende Atjeh.

Rais zei niet naar Atjeh te zijn gekomen als voorzitter van het Volkscongres, Indonesiës hoogste staatscollege, maar ,,als zoon van deze grote natie''. Hij wil ,,aandachtig en heel ernstig luisteren naar de uiteenzettingen van de Atjehers, en, als God het wil, met enkele voorstellen komen''.

Rais noemde Atjeh vanochtend ,,mede-eigenaar en grootaandeelhouder van de republiek Indonesië'', en zei ervan overtuigd te zijn dat ,,indien Atjeh zijn aandeel terugtrekt, Indonesië vroeg of laat ineenstort''.

Hij vervolgde: ,,Atjeh is kwaad, gefrustreerd, omdat het als grootaandeelhouder nooit dividend heeft gekregen. Als de Atjehers een redelijk, rechtvaardig en aanvaardbaar dividend krijgen, dan denk ik dat een referendum een wel heel verre optie is.''

Amien Rais is de eerste hoge functionaris uit de Indonesische hoofdstad Jakarta die Atjeh bezoekt sinds de massale demonstratie die maandag werd gehouden in de hoofdstad Banda Atjeh. Enkele honderdduizenden Atjehers eisten toen van de regering een referendum, waarbij een van de opties totale onafhankelijkheid zou moeten zijn. Algemeen wordt aangenomen dat indien een dergelijk referendum wordt gehouden, de overgrote meerderheid van de Atjehers zal kiezen voor onafhankelijkheid.

Gisteravond tekende ook de gouverneur van Atjeh, Syamsuddin Mahmud, de petitie waarin `het volk van Atjeh het recht op zelfbeschikking opeist door middel van een volksraadpleging, bij voorkeur onder auspiciën van de Verenigde Naties'. Mahmud was de laatste provinciebestuurder die eieren voor zijn geld heeft gekozen en de petitie heeft onderschreven.

Het woord is nu aan de regering in Jakarta. Morgen arriveert in Banda Atjeh een ministersdelegatie onder leiding van de bewindsman voor Mensenrechten, de Atjeher Hasballah M. Saad.

De situatie in Atjeh wordt intussen met de dag instabieler. Vanochtend, bij de ontvangst van Amien Rais in de ambtswoning van gouverneur Mahmud, zei de politiechef van Atjeh, brigadegeneraal Bahrumsyah — zelf een Atjeher — dat zijn mannen ,,de wet in grote delen van de provincie niet meer volledig kunnen handhaven''.

De politiegeneraal noemde de situatie in de hoofdstad Banda Atjeh en het omliggende regentschap Groter Atjeh ,,relatief veilig'', maar de toestand in andere regentschappen zou ,,ongunstig'' zijn. Bahrumsyah: ,,Als we iemand oppakken die we verdenken van een strafbaar feit wordt er binnen de kortste keren gedemonstreerd, krijgen we stenen naar ons hoofd en worden onze posten in brand gestoken. Om erger te voorkomen, laten we de arrestant vervolgens gaan.''

Bahrumsyah heeft zijn mannen in de districten opdracht gegeven om zich ,,defensief'' op te stellen, zich te beperken tot de bewaking van hun posten en niet verder uit te rukken dan vijf kilometer van een kwartier. Op de vraag of zijn mannen bedreigd worden, antwoordde hij heftig: ,,Niet bedreigd, vermoord! Door gewapende lieden.'' Hij zei niet wie, maar doelde kennelijk op guerrillastrijders van de Beweging Vrij Atjeh (GAM). ,,Ik kan die lui niet oppakken'', aldus Bahrumsyah, ,,want ze verschuilen zich onder de mensen en ik wil geen onschuldigen raken.''

Bahrumsyah's adjudant, een sergeant-majoor, vertelde dat gisteren in het district Samadua, Zuid-Atjeh, een politiepost is aangevallen en in brand gestoken. De agenten zouden de heuvels zijn ingevlucht, volgens de sergeant-majoor om hun vuurwapens in veiligheid te stellen.

    • Dirk Vlasblom