Twee vrouwen op de armoedegrens

De armoede in Nederland is de laatste twee jaar voor het eerst in de jaren negentig afgenomen, zo meldden gisteren het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek in hun Armoedemonitor 1999. Vooral aleenstaande AOW'ers zijn erop vooruit gegaan. Maar alleenstaande moeders vormen nog steeds de meerderheid van de arme huishoudens, daarmee bijdragend aan de `feminisering van de armoede'. Hieronder twee vrouwen op de grens van de armoede.

Shirley Berens (39) heeft sinds een paar maanden een Melkertbaan bij kinderdagverblijf 't Trammetje in Amsterdam. Ze is moeder van Natasha (23), Stacey (14) en Nigel (9). Ze voedt haar kinderen alleen op. De jongste twee wonen thuis. Netto verdient ze per maand 1.993 gulden, haar huur is 348 gulden.

,,Mijn dochter van 23 verdient meer dan ik. Ze werkt als verkoopster bij Yves Rocher. Dat vind ik eigenlijk niet zo leuk. Zij is alleen, ik heb twee kinderen thuis. Zij maakt het op aan uitgaan.

Ik heb tien jaar in de bijstand gezeten. Ik ben zuinig op mijn kinderen. Ik wil ze zelf grootbrengen. Daarom heb ik niet gewerkt. Nu ben ik groepshulp op het kinderdagverblijf. Maar ik verdien maar honderd gulden in de maand meer. Als ik dat had geweten... Het werk is leuk, maar als je zo weinig verdient gaat de lol er wel af.

Ik zie mezelf niet als arm. Het gaat best. Ja, de video is nu al weer een jaar kapot. Maar als ik wat wil kopen, koop ik het. Ik weet hoe ik met geld moet omgaan. Eerst alle boodschappen in huis. De kinderen mogen geen honger lijden. Dan de vaste lasten betalen. De rest mag op. Ik kan altijd bij mijn moeder aankloppen. Als ik geld tekort heb, leen ik van haar.

Ik heb ook een heel lief nichtje, die heeft me geholpen met een bankstel. Een mooi velours bankstel van negentienhonderd gulden. Ze had geld gewonnen in de bingo. Anders had ik een goedkoper bankstel moeten kopen, maar die zijn weer zo snel kapot. Een paar jaar geleden ben ik met twee kinderen naar Suriname gegaan. Daar heb ik twee jaar voor gespaard. Maar ik heb niet ieder kwartje om hoeven draaien. Ik had toen een vriend die me heeft geholpen.

Ik denk dat het wel goed is als kinderen zien dat je moet sparen voor de dingen die je wil hebben. Ze krijgen ongeveer tien gulden zakgeld in de week. Soms zeg ik: `spaar dat nou, misschien heb ik volgende week wel geen geld voor je'. `Jaja, doen we wel', zeggen ze dan, maar ze geven het toch meteen allemaal uit aan snoep. Zo zijn ze.

Mijn dochter wilde een winterjas. Dezelfde als haar nichtje. `Je hebt al twee winterjassen', zei ik. Zij maar zeuren. Toen kon ik het geld toch wel missen en gaf ik haar honderd gulden. Dan ben ik van het gezeur af.

Soms moet ik ze wel teleurstellen. Het is een Surinaams gebruik dat je voor je dochter een ring koopt als ze voor het eerst ongesteld wordt. Die heeft ze nog steeds niet gekregen. Ze herinnert me er regelmatig aan. Dat vind ik wel vervelend, maar ik maak wel moeite, hoor. Die ring krijgt ze nog wel.''