Twee vrouwen op de armoedegrens

De armoede in Nederland is de laatste twee jaar voor het eerst in de jaren negentig afgenomen, zo meldden gisteren het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek in hun Armoedemonitor 1999. Vooral alleenstaande AOW'ers zijn erop vooruit gegaan. Maar alleenstaande moeders vormen nog steeds de meerderheid van de arme huishoudens, daarmee bijdragend aan de `feminisering van de armoede'. Twee praktijkvoorbeelden.

In het houten dressoir liggen de cadeaus opgestapeld. Elk van de kinderen en de kleinkinderen moet straks toch iets in de schoen. En als je veertig kinderen, aanhang en kleinkinderen hebt, moet je natuurlijk bijtijds beginnen met de inkopen. ,,Maar niet meer dan vijf gulden per cadeautje, hoor'', zegt A. van Dooren. Want het moet natuurlijk wel leuk blijven.

De 69-jarige mevrouw Van Dooren in Doesburg (sinds elf jaar weduwe) is alleenstaand AOW'er, behorend tot de groep die volgens de Armoedemonitor 1999 minder arm is geworden. Het klopt, zegt ze: ,,Ik heb het nu wat ruimer dan een paar jaar geleden.'' En daar komen de bankafschriften op tafel. Nu een netto-AOW van 1.490 gulden, tegen 1.447 gulden in 1995. Toen drie `pensioentjes' van in totaal ongeveer 331 gulden, nu 391 gulden. ,,Ik schat dat ik er per maand zo'n honderd gulden op vooruit ben gegaan.'' Aan de andere kant: het leven wordt duurder. De huurwoning kost 490 gulden, water en gas vergen 124 gulden per maand, de telefoon 45 gulden. Aan gemeentelijke belastingen is mevrouw maandelijks 54 gulden kwijt, aan de uitvaartverzekering 35 gulden. Elke jaar een treinkaart, regelmatig een strippenkaart voor de bus. ,,Je wilt tenslotte ook je kinderen blijven bezoeken.''

Een vetpot is het bepaald niet, zegt mevrouw Van Dooren. Ze geeft een dikke honderd gulden per jaar uit aan `ontspanning': zwemmen, volksdansen, line-dansen. ,,Doe dat dan weg, zeggen mensen wel eens. Dergelijke zaken zijn juist heel erg belangrijk! Je bent bezig, je ontspant je, komt onder de mensen. Stel dat dat allemaal zou wegvallen. Leef elke dag, is mijn motto.'' Ze geeft, zegt ze, ook veel uit aan knutselmateriaal. ,,Dat vind ik zo leuk! Anders zit je maar de hele avond naar de televisie te koekeloeren.''

Van Dooren voelt zich niet arm, omdat ,,mijn rijkdom wordt gevormd door mijn dertien kinderen en mijn dertien kleinkinderen''. ,,We zijn allemaal goed met elkaar. Dat vind ik veel belangrijker dan geld.'' Ze kan weinig gekke dingen doen. Als de televisie kapot gaat, is er geen geld voor een nieuwe. ,,Laatst ging de koelkast kapot. Toen kon ik er gelukkig een op afbetaling kopen. Anders had ik een tijd zonder koelkast moeten doen.'' Aan kleding hecht ze niet. ,,Dat koop ik zo goedkoop mogelijk.''

Op een bijzettafeltje ligt een volle agenda. Ze is nog elke dag druk bezig: Engelse les, achter de computer, naar de markt, op bezoek bij oudere dames in het bejaardentehuis, zwemmen, volksdansen, sjoelen. ,,Ik verveel me nooit. Dat bepaalt ook dat ik vind dat ik het goed heb.''