Stroeve relatie tussen voetbal en Spelen

Nederland deed in 1952 voor het laatst mee aan het olympisch voetbaltoernooi. Als Jong Oranje, dat morgen tegen België speelt, zich volgend jaar voor `Sydney' plaatst, geeft dat problemen. Clubs zullen hun spelers niet graag afstaan.

Na een afwezigheid van 48 jaar wordt het tijd dat Nederland aan een olympisch voetbaltoernooi gaat meedoen. Toch zou het, met alle respect voor het enthousiasme van de spelers, makkelijker zijn als Jong Oranje Sydney niet haalt. Dat zou veel problemen voorkomen.

Volgend jaar worden de Olympische Spelen in de tweede helft van september gehouden. Dat is later dan gebruikelijk. Dan zijn de nationale en internationale voetbalcompetities al volop bezig. De Nederlandse voetbalbond KNVB heeft al aangekondigd de competitie te willen stopzetten als Jong Oranje zich plaatst voor Sydney. Maar dat geldt niet voor het internationale voetbal. De Europese voetbalunie UEFA heeft bijvoorbeeld in de olympische periode gewoon drie speelronden van de Champions League gepland.

Daarmee wordt duidelijk dat de wereldvoetbalfederatie FIFA en de UEFA olympisch voetbal niet de hoogste prioriteit geven. Maar dat geldt ook voor professionele sporten als boksen, honkbal, tennis en in mindere mate ijshockey, basketbal en wielrennen. Ook bij die sporten gaan niet de beste sporters naar de Spelen. Met tegenzin maakte het IOC met de FIFA de afspraak dat spelers tot 23 jaar aan het toernooi zullen meedoen, plus drie oudere dispensatiespelers per ploeg. De UEFA heeft met het oog op Sydney nog niet besloten of de Europese clubs verplicht zijn hun olympische kandidaten vrij te geven. Voor Nederland maakt dat niet veel uit, want de KNVB heeft bij monde van sectievoorzitter H. Kesler al laten weten dat zij de topclubs zeker niet zal dwingen spelers af te staan.

Twee van de voornaamste kandidaten voor de Champions League, Ajax en PSV, hebben in deze kwestie nog geen officieel standpunt ingenomen, maar het mag duidelijk zijn dat ze weinig zin zullen hebben om spelers uit hun selectie af te staan. De clubs zijn de spelers immers niet voor slechts een week kwijt, maar voor minimaal drie weken. Het olympische voetbaltoernooi begint al twee dagen vóór de officiële opening van de Spelen en om te kunnen acclimatiseren dienen de voetballers minimaal een week voor de eerste wedstrijd in Australië te zijn.

De bondscoach van Jong Oranje, Han Berger, zegt dat hij zich nog niet bezighoudt met de problematiek die zich volgend jaar kan voordoen. Maar natuurlijk beseft hij ook dat Jong Oranje, indien de ploeg zich kwalificeert, aan de andere kant van de wereld waarschijnlijk met een flink gehavende ploeg zal moeten voetballen. Ajax en PSV leveren voor Jong Oranje belangrijke spelers als Knopper, Nieuwenburg, Van Bommel en record-jeugdinternational Bruggink. Zonder hen heeft Jong Oranje geen dragende spelers.

Daarnaast is het niet zeker of spelers die in het buitenland voetballen, zoals Oude Kamphuis (Schalke 04) en Musampa (Malaga), beschikbaar zijn. Misschien speelt een speler als Twente-spits Vennegoor of Hesselink volgend seizoen ook wel voor een Nederlandse topclub of voor een club in het buitenland. Berger mag in Sydney wel drie dispensatiespelers opstellen die ouder zijn dan 23 jaar. Maar ook dat zal niet eenvoudig zijn. De vraag is bijvoorbeeld of Vitesse bereid is Van Hooijdonk voor een maand uit te lenen. Aankloppen bij Barcelona, Arsenal of Glasgow Rangers voor een goede Nederlandse speler lijkt voor Berger helemaal onbegonnen werk.

Ondanks de vermoeienissen willen de spelers waarschijnlijk graag naar Sydney. Deelnemen aan de Olympische Spelen lijkt immers voor (jonge) voetballers net als voor andere sporters een grote wens. Maar het is niet te verwachten dat spelers tegen de wens van hun werkgever in weken met Jong Oranje in Australië zullen gaan zitten. Die strijd tussen hart en verstand kan straks voor teleurstellingen zorgen. Mogelijk zien de clubs straks het algemeen belang van het Nederlands voetbal in en realiseren ze zich dat voor Jong Oranje een afgang dreigt wanneer het met een verzwakt elftal moeten aantreden. Misschien kan een afspraak worden gemaakt dat elke club minimaal één speler vrij geeft.

Als iedereen kan en màg spelen, beschikt Jong Oranje een heel behoorlijk team. De kans dat het elftal ten koste van België (morgen in Heerenveen, vier dagen later in Moeskroen) het Europees kampioenschap van volgend jaar haalt, is groot. Bij dat EK met acht deelnemers plaatsen de beste vier zich voor de Spelen. Jong Oranje verloor onlangs weliswaar twee keer kansloos van Spanje, maar die ploeg blijkt in Europa van uitzonderlijke klasse te zijn. Bij het laatste EK van '98 in Roemenië eindigde de Nederlandse jeugd als vierde en het kwaliteitsniveau van die selectie was niet veel hoger dan dat van de selectie van nu.

    • Hans Klippus