Rebellie steekt kop op bij autocratische FAO

Morgen stemmen de lidstaten van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN over een nieuwe directeur-generaal. Een strijd tussen de Argentijn Juan Carlos Vignaud en de zittende directeur-generaal Jacques Diouf.

Jacques Diouf dacht alles voor elkaar te hebben. Een uitgekiend reisprogramma en zorgvuldige dosering van projecten moesten hem een nieuwe termijn van zes jaar als baas van de FAO garanderen. Vorig jaar was er geen tegenkandidaat in zicht, en ondanks stevige kritiek op Diouf leek zijn herverkiezing een hamerstuk.

Maar toen verscheen Juan Carlos Vignaud ten tonele, een Argentijnse ambassadeur die een opvallende publiciteitscampagne heeft opgezet. Vignaud riep hardop wat veel mensen dachten. De FAO lijkt teveel op een monarchie. Het is een grabbelton van projecten zonder duidelijke samenhang. De organisatie wordt zo autocratisch geleid dat de vaak uitstekende staf ontmoedigd raakt.

Aan de vooravond van de stemming over de vraag wie de volgende zes jaar de FAO moet besturen, claimt Vignaud 94 van de 176 lidstaten achter zich te hebben. Veel mensen denken dat hij bluft. Maar de herverkiezing van de Senegalees Diouf is niet langer vanzelfsprekend. Bovendien is een aantal zwakke punten van de FAO openlijk ter discussie gesteld.

,,Vignaud heeft het verdomd goed geluisterd naar de kritiek die er leeft,'' zegt J. Berteling, permanent vertegenwoordiger van Nederland bij het FAO-hoofdkwartier in Rome. ,,Het is allemaal niet zo nieuw en niet zo origineel, maar hij stelt het wel aan de orde.''

Zo presenteerde Vignaud zich dit najaar op een persconferentie op de Buitenlandse Persclub in Rome, met naast zich een lege stoel en een naamplaatje voor Diouf. Hij had de zittende directeur-generaal uitgenodigd voor een debat, was Vignauds boodschap, maar die voelde daar niet voor. ,,Er is veel te veel verspilling bij de FAO,'' riep Vignaud. Hij vertelde dat bij de FAO de administratieve kosten 13 procent van het totaal bedragen, terwijl het gemiddelde van VN-organisaties zes procent is. ,,De FAO heeft alles voor iedereen willen doen,'' zei hij. ,,Er zouden veel scherper thematische en regionale prioriteiten gesteld moeten worden. De positie als center of excellence op alles wat met landbouw te maken heeft, staat onder druk.'' En verder: ,,Het personeel voelt zich gemarginaliseerd. De sfeer is verslechterd doordat de leiding autocratisch optreedt en geïsoleerd is geraakt.''

Veel van Vignauds kritiek is ook te horen in gesprekken met FAO-medewerkers of terug te vinden in het ministeriële rapport over VN-organisaties als kanaal voor ontwikkelingssamenwerking - Nederland is de grootste donor voor FAO-projecten. Maar toch is een groot aantal landen, waaronder Nederland en de Verenigde Staten, achter Diouf blijven staan. Hij heeft belangrijke stappen gezet in de richting van decentralisatie, al moet er nog veel gebeuren op dat gebied. En Diouf mag dan worden gekritiseerd wegens een autoritaire en grillige stijl van leiding geven, het alternatief Vignaud trekt ook niet iedereen aan. Hij is permanent vertegenwoordiger van Argentinië geweest bij de FAO, heeft binnen de organisatie gewerkt, en zit nu in Zweden. ,,Als persoon is Vignaud niet erg geloofwaardig,'' zegt iemand die hem van zijn vroegere jaren in Rome kent. ,,Hij heeft absoluut niet de kwaliteiten die je mag verwachten van een directeur-generaal. Als je kijkt met de ogen van een westers bedrijf zie je natuurlijk grote problemen op het gebied van efficiëntie en effectiviteit. Maar als leider van een VN-organisatie doet Diouf het zo slecht nog niet.''

De technische expertise van de FAO over landbouwproblemen in de breedste zin van het woord, staat niet ter discussie, al vinden FAO-stafleden dat hiervan veel beter gebruik gemaakt kan worden. Een van de kernproblemen is de manier de leiding de vaak uiteenlopende wensen van de lidstaten vertaalt in actie. Vignaud zegt dat de lidstaten de directeur-generaal teveel zijn gang laten gaan en pleit voor ,,betere interactie''. Maar anderen zien daar in de VN-context weinig heil in en zien de ideale FAO-leider meer als iemand die het lef heeft om voor te gaan tot hij wordt teruggefloten.

,,Je hebt soortgelijke veranderingen gezien met Brundtland bij de Wereldgezondheidsorganisatie, en bij de ILO'', de Internationale Arbeidsorganisatie, zegt Berteling. ,,Dat zijn mensen die kiezen. Ze hebben de organisaties gekanteld en fundamenteel veranderd.'' Bij de FAO lijkt dat moment nog niet te zijn aangebroken.

    • Marc Leijendekker