PvdA heeft de meeste moeite met belastingplan

De coalitiefracties hebben deze week hun inbreng voor het Belastingplan 2001 naar Financiën gestuurd.

Bij de presentatie van opnieuw prachtige kwartaalcijfers deed bestuursvoorzitter Kees Storm van de verzekeraar Aegon gisteren tamelijk achteloos over de kleine schaduw die de Belastingherziening 2001 werpt over de zonnige toekomst van zijn bedrijf. Maar toch sprak Storm de hoop uit dat het voor de verzekeringsbranche onaangename plan voor de oudedagsparaplu, waarbij de vaste belastingaftrek voor lijfrenten verdwijnt, ,,nog wat aangepast zal worden''.

Storm was op dat moment al op zijn wenken bediend door de regeringspartijen in de Tweede Kamer, waar de ingrijpende verbouwing van het belastingstelsel deze week de eerste ronde inging. In de schriftelijke bijdragen van PvdA, VVD en D66 zijn de argumenten van het Verbond van Verzekeraars moeiteloos terug te vinden, met als belangrijkste: de pensioenvoorziening wordt straks veel te ingewikkeld. Dat is een eerste succes voor de lobby van de verzekeraars, die vrezen voor de afzet van hun lijfrentepolissen.

Nadat minister Zalm en staatssecretaris Vermeend (Financiën) hun belastingplan hadden ingediend bij de Kamer, maar ook al in de maanden ervoor, hebben talloze belangengroepen, zoals het verbond, hun bezwaren kenbaar gemaakt aan de Kamerleden. Samen met de ideeën en suggesties van deskundigen en Kamerleden zelf zijn die bezwaren neergeslagen in de bijdragen, die dan ook fenomenaal gedetailleerd zijn.

Zo vraagt de VVD zich in de discussie over het woon-werkverkeer af of het inderdaad de bedoeling is dat bijvoorbeeld een pizzabezorger, die zijn pizza's met auto's rondbrengt, ieder ritje naar ieder adres moet noteren? D66 wil graag weten ,,hoe moet worden omgegaan met de eis van inschrijving op hetzelfde woonadres, tegen de achtergrond van de recentelijk gebleken mogelijkheid dat die eis voor gehuwden gaat worden verlaten''.

Maar afgezien van deze haarkloverij springen enkele kwesties in het oog. Zo is daar de al eerder uitgesproken wens van de Kamer dat de middeninkomens meer moeten profiteren van de lastenverlichting van vijf miljard gulden. Daarnaast willen de regeringspartijen een aanpassing van de plannen voor de `oudedagsparaplu' en van de vermogensrendementsheffing. Het extraatje voor de middengroepen lijkt straks wel te vinden door het schuiven met posten. De andere gewenste aanpassingen betekenen echter een behoorlijke aanslag op het nieuwe belastingstelsel, zoals Zalm en Vermeend die voor zich zien: eenvoudig en robuust.

Neem de voorzieningen voor de oude dag. De vaste belastingaftrek van zesduizend gulden per jaar voor een lijfrentepolis vervalt; voortaan kan alleen nog die premie worden afgetrokken die nodig is voor het dichten van het `pensioengat'. Dat is te gecompliceerd, vinden de regeringspartijen nu, want dan moet iedereen berekenen wat het `pensioentekort' is, ofwel hoeveel minder pensioen straks wordt uitgekeerd dan zeventig procent van het laatst verdiende loon. De fracties omarmen het SER-advies om de aftrek te verlagen tot vierduizend gulden en een eindtoets in te voeren om te veel aan pensioen straks te kunnen belasten. Dat is niet zo makkelijk te verwezenlijken. Zalm en Vermeend hebben de afschaffing van de aftrek ingeboekt voor 1,5 miljard gulden en dat geld moet ergens vandaan komen. Een principiëler punt is dat de bewindslieden af willen van de lijfrenteaftrek, omdat die vooral zou worden gebruikt om de belasting te ontgaan. Bovendien wordt het snoeien van aftrekposten als deze afgeruild tegen het verlagen van het toptarief en de kans is klein dat de Kamer dat ook wil terugdraaien.

De vermogensrendementsheffing is voor Zalm en Vermeend het ei van Columbus om verzekerd te zijn van een vaste inkomstenstroom voor de schatkist. Over het vermogen boven de vrijstelling van 37.500 gulden moet jaarlijks een heffing van 1,2 procent worden betaald, namelijk dertig procent over een fictief rendement van vier procent. PvdA en D66 willen nu de mogelijkheid hebben om dat fictieve rendement jaarlijks aan te passen aan de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt. De VVD voelt helemaal niets voor het morrelen aan die vier procent. Ook Zalm heeft al aangegeven dat de norm `zo vast is als de vier evangelisten', omdat een jaarlijkse bijstelling de robuustheid van de inkomsten zou aantasten.

Het is opmerkelijk hoe geruisloos de heffing op zichzelf is aanvaard door de politieke partijen. De introductie van de drie boxen betekent namelijk een revolutionair afscheid van een deel van de progressieve belastingheffing in het huidige, `synthetische' stelsel waarin alle inkomsten op een hoop worden geveegd. In het straks meer `analytische' stelsel wordt onder meer het vermogen apart belast en geldt voor iedereen, ongeacht de rijkdom, hetzelfde tarief.

De PvdA heeft er nog het meeste moeite mee. De partij probeert dan ook in haar vraagstelling het nodige bij te sturen. ,,Verschillende commentatoren hebben aangegeven dat het nieuwe stelsel progressiever is dan het huidige, hoe denkt de regering daarover'', aldus de PvdA. En waarom, zo vraagt de partij zich af, is bij de vermogensrendementsheffing niet gekozen voor een progressief systeem? Hogere vermogens belasten met een hoger percentage dus.

De liberale VVD en het sociaal-liberale D66 vinden het nieuwe analytische stelsel een schot in de roos. Bijna uitdagend vraagt de VVD de regering een reactie te geven op ,,een aantal kritische reacties'' als zou het draagkrachtbeginsel te veel worden losgelaten. Voor Zalm en Vermeend bieden dergelijke vragen een uitgelezen kans om op de hen zo typerende college-achtige wijze nog eens de zegeningen van het nieuwe stelsel aan de Kamer duidelijk te maken.

Inbreng fracties www.nrc.nl/DenHaag

    • Egbert Kalse
    • Karel Berkhout