Pretkwekken

Er gaat geen dag voorbij of er is wel iemand die de doodsklok over de Nederlandse taal luidt. Toch zijn er meer mensen dan ooit die zich met de taal bemoeien.

Ik verzamel woordenboeken en taalkundige verhandelingen. De laatste paar jaar heb ik 28 deeltjes en delen aan de plank toegevoegd, de drie van Van Dale niet meegerekend. Jan Kuitenbrouwer specialiseert zich in het modernste, het modieuze, het krampachtig-modernste en nog erger. Jan Mulder voert een guerilla tegen alle onzin. Ewoud Sanders is een vruchtbaar lexicograaf die zich toelegt op uiteenlopende specialismen. Er zijn boeken van het vloeken, het schelden en het bargoens; van het wielrennen, het borrelen, de leenwoorden, de eufemismen, de vergeetwoorden. In de wetenschap heeft Jan Stroop de wording van het `poldernederlands' beschreven. Er zijn columnisten die als bewakers van de taal een oeuvre bouwen, er is een televisieprogramma, een stichting en een tijdschrift en er zijn prijzen. Als ik me eenzaam voel schrijf ik een stukje over de taal en de brieven stromen binnen. Er zijn lezers die bepaalde woorden een diepe haat toedragen en ik kan het begrijpen. Sommigen vragen me, hun meest gehate woord in de krant te zetten. Ik doe het graag, hoewel niet altijd per kerende post. Twee voorbeelden: hoe het woord plaats door plek wordt verdrongen. Heb je genoeg plek, in plaats van plaats, of in plek van plaats. De enige plek die ik als kind kende, schrijft deze lezer, was de blauwe plek. En het andere voorbeeld: ongeval in plaats van ongeluk. Een ongeval was vroeger alles van een paar blauwe plekken tot een gebroken been. Met meer dan één ledemaat gebroken was het een ongeluk. Nu is een kettingbotsing met doden en zwaargewonden en twintig kilometer file een verkeersongeval. `Een ernstig verkeersongeval op de Atwee heeft voor grote vertraging gezorgd.' Nee! denkt de hater van de kromme taal. Het ongeluk is veroorzaakt en het gevolg daarvan ligt in het ziekenhuis! Als het ongeluk is gebeurd komen de mensen van de ambulance voor de slachtoffers zorgen. Ik hoop dat mijn cursiveringen al aangeven met welke verbetenheid hier tegen de bierkaai wordt gevochten. Begin er niet aan. Begin, als je eenmaal een plusser bent, met welk getal dan ook, nooit een zin met vroeger. Voor je het weet heeft het zinloos geweld ervoor gezorgd dat je een ongeval hebt gekregen. In de krant staat: Ongeval voor bejaarde in geweldloze zone.

Steeds meer mensen proberen de taal tegen verval te beschermen. Ze schrijven boeken die goed worden verkocht, ze hebben een intens meelevend publiek. En toch komt er meer kromme taal in de krant, verschijnen er meer kletsmeiers op de televisie, wordt er nog klungeliger gehaspeld in de volksvertegenwoordiging. Hoe komt dat? Ik geef drie antwoorden.

1. De samenleving is altijd op weg. Nieuw gereedschap, nieuwe organisaties, nieuwe generaties vestigen nieuwe gebruiken die moeten worden benoemd. Iedereen die werkt met een computer die deel uitmaakt van een systeem, weet wat het betekent als hij op de gang hoort roepen: Mijn scherm zit vast! In Nederland hoort de `zorgsector' tot de machtigste, meest gespecialiseerde instituten. Een machtig specialisme krijgt onvermijdelijk op den duur zijn eigen taal, in dit geval het zorgnederlands dat op de buitenstaander een breedsprakerige, gewichtige en vage indruk maakt. De nieuwe generaties onderscheiden zich door in het bijzonder wat ze fijn, lekker, in overeenstemming met hun jong-zijn vinden, een eigen naam te geven. Van steengoed via hartstikke tof naar héél vet. Dat gaat voorbij. Maar sluipender- of spelenderwijs gaan ze in het algemeen de taal spreken die nu eenmaal de taal van hun tijd is.

2. Hoe de beschaving van de vrije markt de taal beïnvloedt, moet nog wetenschappelijk worden onderzocht. In ieder geval, denk ik, is het de taal van het de aandacht eisen. Dat doet men vanouds op iedere markt door zo lang, zo hard en zo eenvoudig mogelijk in superlatieven te schreeuwen. Vandaar dat de vergrotende en overtreffende trap binnen een eenvoudiger constructie een steeds groter rol in ons Nederlands gaan spelen. In de Volkskrant van 11 november trof ik op pagina 13 een kop die deze stelling illustreert: ULTIEME LOL.

3. In de media is dit Nederlands van de vrije markt in opmars, ook al omdat ultieme lol hoge kijkcijfers `genereert'. Nieuwslezers als Pia Dijkstra, Loretta Schrijver, Suzanne Bosman, Philip Freriks, Jeroen Pauw spreken zorgvuldig Nederlands. John Bernhard is een voorbeeldige weerman met didactisch talent. Niets op aan te merken. Het gaat om het pretkwekken. Op dit punt verenigen zich vrije markt en ultiemste lol, en dat is voor degenen die prijs stellen op het behoud van wat ze onder behoorlijk Nederlands verstaan, de bierkaai.

    • H.J.A. Hofland