Na elke mis het Wilhelmus

Het is de eerste keer altijd even zoeken, naar de Kerk van de Friezen in Rome. Op zo'n twintig meter van de linkervleugel van Bernini's zuilengalerij rondom het Sint Pietersplein, aan het begin van de Borgo Santo Spirito, gaat een vrij steile trap omhoog naar een ijzeren hek. Die biedt toegang tot een piepklein pleintje, niet zichtbaar vanaf beneden, met links de simpele voorgevel van de kerk van Michele e Magno.

Afgelopen zondag is met een volle kerk en een enigszins krakend orgel gevierd dat dit twaalfde-eeuwse gebouw nu al tien jaar de `nationale' kerk is voor Nederlandse katholieken. Voorganger was monseigneur Muskens, die nog steeds aan het revalideren is na een lichte beroerte, maar niet wilde ontbreken bij dit verjaarsfeest – voordat hij bisschop van Breda werd heeft Muskens als rector van het Nederlands college in Rome de kerk `ontdekt' en ervoor gezorgd dat zij weer door Nederlandse katholieken in gebruik genomen kon worden.

Muskens en zijn opvolger in Rome, Rud Smit, hopen dat veel landgenoten volgend jaar de trap naar boven zullen nemen. De Friese kerk moet, samen met het graf van de Nederlandse paus Adrianus VI in de kerk van Santa Maria dell'Anima bij de Piazza Navona, een vaste stop worden voor Nederlandse gelovigen die voor het jubeljaar naar Rome komen.

Dat zou een herleving betekenen van een oude traditie. In de vroege Middeleeuwen, rond de achtste eeuw, werd hier een zogeheten schola gevestigd van de Friezen, waaronder toen de bevolking langs de Noordzeekust van Vlaanderen tot Denemarken werd verstaan. Een schola was een kleine, afgeschermde groep gebouwen voor pelgrims uit één bepaalde streek, met een kerk, een gastenverblijf, een ziekenhuisje en meestal een kerkhof.

Ook de Franken, de Angelsaksen en de Longobarden hadden zo'n schola. De resten daarvan zijn allemaal verdwenen. De laatste gebouwen zijn gesloopt in de zestiende eeuw, toen er ruimte moest worden gemaakt voor de nieuwe Sint Pieter en het grote plein ervoor. De Michele e Magno lag wat achteraf, hoog op een heuvel, en kon blijven staan. Het is de enige overgebleven herinnering aan de Noord-Europese scholae. Rector Smit vertelt trots dat de UNESCO daarom het gebouw, met een aantal andere Romeinse kerken, heeft opgenomen in de lijst van Erfgoed van de mensheid.

Gaandeweg is het Nederlandse karakter van de kerk versterkt. Achterin hangen de Friese en de Nederlandse vlag, na iedere mis wordt het zesde couplet van het Wilhelmus gezongen, en in het altaar zijn kleine relikwieën van aan Nederland verbonden heiligen gemetseld. Tegen de linkerwand van de kerk hangen portretten van de eerste missionarissen: Willibrord, Bonifatius, en Swibertus.

Smit wil het komende jubeljaar aangrijpen voor een reeks initiatieven. De kerk zal volgend jaar niet alleen op zondag, maar ook op woensdagmorgen open zijn. Ook hoopt hij dat in het voorjaar de restauratie gereed is van de scala sancta, de wat verborgen heilige trap die via een groene deur aan de straatkant van de Borgo Santo Spirito loopt naar de zijkant van de kerk. Hij verwacht niet dat mensen net als vroeger op hun knieën naar boven zullen gaan. De trap is daarvoor ook te smal en te steil. Maar het is wel de bedoeling dat hij na restauratie een religieuze rol krijgt. ,,Je zou eraan kunnen denken dat je in een bepaald gebedsritme naar boven loopt, langs een leuning die knopen heeft, als een rozenkrans'', zegt Smit.

Op zijn verlanglijstje staan verder nog restauratie van de scheuren in de muren, na een stabiliteitsonderzoek, en van het grote achttiende-eeuwse orgel.

Maar dat is allemaal voor na het jubeljaar. Het hoogtepunt van het jubeljaar voor Nederlandse katholieken moet begin november komen. Dan worden er zo'n vijftienhonderd Nederlanders, onder wie een grote groep vendelzwaaiers, verwacht voor de traditionele viering van de sterfdag van Willibrord, de heilige die als een van de eersten het katholieke geloof in Nederland heeft verspreid.

    • Marc Leijendekker