Monter vertier van Vlaamse groep

Als een liedje van De Nieuwe Snaar aan de lange kant is, kan het eindigen met de regel: ,,Wij moeten dringend naar een ander lied.'' Als één van de mannen niet op tijd bij een microfoon staat, zetten de andere drie in: ,,Wij zijn al bezig / aan het volgende nummer...'' Zangteksten kunnen commentaar leveren op melodie en arrangement, instrumentale feestmuziek begeleidt slapstick en als het verhaaltje in een lied is verteld, is het nummer afgelopen – ook als het nog maar nauwelijks een minuut heeft geduurd.

Dit is het Vlaamse gezelschap De Nieuwe Snaar, met een vierde man op geplukte en gestreken contrabas, en hier wordt al ruim tien jaar absurdistisch, droogkomisch muziekvariété gemaakt. Na het jubileumprogramma Revue, een rariteitenparade van jewelste, is de nieuwe voorstelling iets ingetogener. Soms mag de sfeer nu zelfs verstild zijn, en af en toe mag er ook even ongestoord worden gemusiceerd, op uiteenlopende instrumenten als basfluit, hobo, baritonukelele, mandoline, steeldrum, schuurpapier, harmonica, accordeon of tubular bells. Maar de gekkigheid kan steeds uit onverwachte hoeken komen, en het kan een ritmisch draaimolenpaard zijn, een deksels nummertje komische gymnastiek of een lied over de offdays van Shakespeare: ,,...en soms liep het helemaal scheef / Shakespeare was niet altijd op dreef.''

Zo zwart op wit klinkt het misschien wat flauw, maar het viertal brengt dit muzikale vertier zo monter en goedgemutst te berde, dat het veel vrolijkheid schept. De aanvankelijk door een Christo-epigoon toegedekte staalconstructie op het toneel is multifunctioneel, en De Nieuwe Snaar is dat ook.

Voorstelling: De vierde maat, door De Nieuwe Snaar (Kris De Smet, Geert Vermeulen, Walter Poppeliers en Jan De Smet). Regie: Marc Peeters. Gezien: 11/11 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Nederlandse tournee t/m 5/2. Inl. (00322) 6572430.

    • Henk van Gelder