Markt verlangt duidelijkheid over voorkennis

Justitie onderzoekt een nieuwe voorwetenschaps- zaak in aandelen Content. De recent gewijzigde wetgeving zorgt echter nog voor veel vragen. Niet alleen in de financiële wereld, maar ook bij de diverse overheidsorganen, zo bleek deze week op twee congressen.

De congresorganisatoren hadden het zich niet mooier kunnen wensen. Uitgerekend in de week dat tout financieel- juridisch- en toezichthoudend Nederland twee voorkenniscongressen bezocht, kwam het nieuws over dit onderwerp in snel tempo binnen. Was daar eerst de aankondiging van beurstoezichthouder STE dat men justitie via de rechter wil dwingen een reeds terzijde gelegde voorwetenschapszaak toch te vervolgen (Philips), gisteren werd bekend dat het Openbaar Ministerie een verse voorwetenschapszaak (Content) op het spoor zou zijn.

Het waren dankbare ingrediënten voor voorspelbare congresgrappen en die werden dan ook gemaakt, gisteren en eergisteren op seminars in Amsterdam en Scheveningen.

Maar verder viel er weinig te lachen en bleek een wervende kop in de folder van een van de congressen (,,dit seminair verheldert de nieuwe wettelijke bepalingen, zodat u niet voor onverwachte problemen komt te staan!'') tamelijk illusoir. Uit de bijeenkomsten klonk vooral een roep om duidelijkheid van de financiële aan de publieke sector.

De nieuwe voorkenniswetgeving blijkt voor bankiers, advocaten of compliance-officers een kwestie te zijn van veel vragen en weinig antwoorden. En dat terwijl het juist de opzet was om door wijziging van wet- en regelgeving meer helderheid te scheppen. Met aanscherpingen, bedoeld om de bewijslast bij handel met voorkennis te verlichten, lijkt de wetgever daar op het eerste gezicht in geslaagd, maar er schuilen toch addertjes onder het gras. Neem nu het strafbaar stellen van alle handel met voorwetenschap, ongeacht de koersrichting of het feit of er voordeel mee is behaald.

Een prima zaak voor het OM, zou je zeggen, dat de afgelopen jaren, juist door moeilijke bewijslast, op dit vlak minieme successen heeft geboekt. Maar fraudeofficier H. de Graaff bleek afgelopen woensdag in Amsterdam helemaal niet zo enthousiast: ,,Zoveel makkelijker is het niet geworden.'' En: ,,Als je slim binnen de regels blijft, is voorkennis nauwelijks te spotten.''

Om dat te illustreren verdedigde hij vervolgens het besluit van het OM de inmiddels beruchte voorkenniszaak rond Philips-bestuurder A. van der Poel niet te vervolgen. Die had in mei zijn opties uitgeoefend, in de wetenschap van het toen nog publiek onbekende feit dat beoogd kroonprins R. Pieper bij het concern zou vertrekken. Een prachtig geval om de nieuwe wetgeving te toetsen, oordeelden diverse gespecialiseerde advocaten. Helaas, repliceerde De Graaff, een externe deskundige had na onderzoek geconcludeerd dat de koers niets had gedaan en ,,dan moet ik van goede huize komen om te vervolgen''.

Maar wat voor onderzoek had de deskundige eigenlijk verricht? Was er gekeken naar wat de markt had gedaan als wel publiekelijk bekend was geweest dat Pieper zou vertrekken? Had zijn vertrek te maken met strategische concernkeuzes? Waren er notulen van de betreffende bestuursvergadering opgevraagd? Kortom: had het OM de externe onderzoeker, in de geest van de nieuwe wet, wel genoeg aangestuurd?

De Graaff bleef het antwoord schuldig. ,,Dan moet u maar eens met de wetgever gaan praten, want dat was wel de bedoeling'', riposteerde advocaat J. Hoff in de richting van de officier.

De Van der Poel-affaire lijkt een perfecte illustratie van de onduidelijkheden. Schermt het OM met een deskundigenrapport dat geen voorkennis bepleit, toezichthouder STE zegt over een tegenovergesteld advies te beschikken. Zij heeft dus besloten de zaak aan het gerechtshof voor te leggen om het OM te dwingen toch te vervolgen. Een ongebruikelijke stap, volgens veel aanwezigen vooral ingegeven ter profilering van de STE, hoewel voorzitter Docters van Leeuwen gisteren erg zijn best deed te benadrukken dat hij met de gang naar het hof ,,echt geen visistekaartje'' had willen afgeven.

Een dag eerder had De Graaff een andere onduidelijkheid tussen OM en STE te berde gebracht die voortvloeit uit de nieuwe bevoegdheid van de STE om zelfstandig boetes en dwangsommen op te kunnen leggen. Maar wat moet er gebeuren als de STE 192.000 gulden als straf uitdeelt, terwijl de strafrechterlijke boete voor dat delict maar 100.000 gulden is en de betrokkene naar de rechter stapt? De Graaff, fijntjes: ,,Ik wens de bestuursrechter daarmee erg veel sterkte''.

En zo zijn er meer vragen, onder meer over analistenrapporten, met daarin informatie die voorwetenschap in de hand zou kunnen werken. Is er volgens de nieuwe wet bijvoorbeeld sprake van voorkennis als een financiële instelling niet-openbare informatie uit zo'n rapport in beperkte kring verspreidt? Ja, vindt minister Zalm (Financiën), zeker als ,,redelijkerwijs'' is te verwachten dat deze informatie invloed zou kunnen hebben op de koers. Nee, er is geen sprake van voorwetenschap, zegt de STE in een beleidsnotitie. Een opvatting die volgens advocaat J. Italianer ,,strijdig met de wet'' is. Hij oordeelde dat ,,de STE met de strafrechterlijke uitwerking in de fout gaat'', een weinig vleiende opmerking voor de jurist Docters van Leeuwen. Die werd dan ook vriendelijk verzocht ,,misschien even te reageren'', maar de STE-voorzitter bleek al naar een volgende afspraak vertrokken. Waarop hoogleraar strafprocesrecht en dagvoorzitter prof. H. de Doelder droogjes constateerde dat ,,de heer Docters van Leeuwen op het goede moment de zaal lijkt te hebben verlaten''.

    • Joost Oranje