Macabere souveniers

De Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh heeft niet veel toeristische attracties, maar met het martelcentrum Tuol Sleng heeft het zich een zekere reputatie verworven. Als Museum of Genocide trekt de gevangenis S 21 waar de Rode Khmers tussen 1976 en 1979 20.000 mensen vermoordden jaarlijks duizenden bezoekers, veelal jeugdige backpackers. Ze vergapen zich aan de martelkamers (die nog in de oorspronkelijke staat verkeren met de ijzeren bedden waarop de slachtoffers werden vastgebonden), de beroemde `muur met de foto's' (de slachtoffers werden allemaal gefotografeerd) en aan een reeks schilderijen waarop de gruwelen op aangrijpende wijze zijn afgebeeld.

Tuol Sleng ligt in een sloppenwijk in het zuiden van de stad en is slechts bereikbaar via zandwegen. De bezoekers die de martelkamers met zwaar gemoed verlaten worden snel weer bij de les gebracht door voetballende kinderen, bedelaars en verkopers van souvenirs. In het winkeltje van het martelcentrum liggen illegale kopieën van de film The Killing Fields (vier dollar) en Zippo-aanstekers met original inscriptions from the Vietnam war. Dit is in zoverre toepasselijk, dat het macabere regime van de Rode Khmer alleen te begrijpen en te verklaren is vanuit de oorlog tussen Vietnam en de VS.

Het martelcentrum was oorspronkelijk een school. Waar tot 1975 kinderen leerden lezen en schrijven, werden in de jaren daarna hun vaders doodgemarteld via een aantal tot in detail beschreven procedures. Dit heeft te maken met het merkwaardige fenomeen dat de bedrijvers van de gruwelijkste misdaden vaak de neiging hebben alles wat ze doen nauwgezet vast te leggen. Hiermee effenen ze onbewust de weg voor een tribunaal dat hun moordpartijen later kan gaan berechten.

De grootste boeven (Ieng Sary, Khieu Sampan en Nuon Chea; zij bekleedden allen politieke topposities) leven sinds hun `overgave' begin dit jaar echter als vorsten onder de persoonlijke bescherming van president Hun Sen. Ook tegen de directeur van Tuol Sleng, de beruchte `kameraad Deuch', loopt voorzover bekend geen juridische procedure. Slechts de bejaarde districtsleider Ta Mok zal zich moeten verantwoorden, zo werd begin september bekend. Het zal er in de spaarzame tijd die hij nog te leven heeft wel niet meer van komen. Jaren van getouwtrek tussen de VN en de Cambodjaanse autoriteiten lijken nu tot een onwerkbaar compromis te leiden waarin Cambodja drie van de vijf rechters mag leveren.

In gesprekken was ons al eerder opgevallen hoe gering ook bij de gewone Cambodjanen het enthousiasme is om te spreken over de zwarte periode. Een gids in het Nationaal Museum zei: ,,De jonge kinderen van nu geloven me niet als ik vertel wat er is gebeurd. Op school leren ze er niets over. Alles is hier gericht op het vergeten van het verleden.'' Psychologen noemen dit zwijgen na een collectief trauma een conspiracy of silence.

Wandelend over de met gras begroeide binnenplaats van de Tuol Sleng-gevangenis (het oude schoolplein) wordt ons op onthutsende wijze duidelijk dat een met veel trompetgeschal omgeven tribunaal wellicht wenselijk is in de ogen van de politiek correcte westerse wereld, maar dat er in Cambodja niemand op zit te wachten. Op die binnenplaats waar jongetjes aan het voetballen waren en verstoppertje speelden, ruiken we plots een scherpe brandlucht. We zien wat jongetjes rond een vuurtje staan. Iets in het vuur geeft een scherpe stank af. We gaan kijken en zien tot onze verbijstering dat de kinderen bezig zijn om honderden foto's – originelen, dezelfde die aan de beroemde muur hangen – te verbranden. De mensen op de foto's, allemaal doodgemarteld in een van de lokalen om ons heen, worden nu in het vuur gegooid. We lopen naar het vuurtje toe en grissen twee foto's weg als macabere souvenirs van een postume holocaust.

In onze gedachten lopen we nu door Yad Vashem in Israel, waar de naam van elke vermoorde jood wordt geconserveerd voor de eeuwigheid. In onze cultuur oordelen we nu eenmaal anders over genocide dan in het Verre Oosten.

    • Micha Kat