`Maak verlangens los!'

Architectuur moet meebewegen met de technologische ontwikkelingen, zegt Lars Spuybroek. Hij ontwierp zeekomkommer-woningen bij Eindhoven.

Ooit zag de architect zichzelf als vormgever van de wereld. Hij zwaaide met zijn passer over het ruige veld en zie, daar waren gebouwen en pleinen, vorm en orde. Geen wonder dat de architect vaak een aan grootheidswaan lijdende man was.

Hoe ziet de architect zichzelf nu? Wat is zijn visie op een wereld waarin orde steeds meer een kwestie van toeval lijkt te zijn?

Ik leg die vragen voor aan Lars Spuybroek, geboren in 1959, bevlogen, joviaal,hoofd van het vier man tellende Rotterdamse architectenbureau Nox. We zitten aan een veertien meter lange werktafel die gedomineerd wordt door computers. De tafel staat op een verhoging zodat je tegen de architect opkijkt als hij achter zijn bureau staat. Maar de stoelen ervoor hebben uitgerekte poten, en zo kunnen we zittend elkaar toch recht in de ogen kijken.

Spuybroek: ,,De wereld geeft vorm aan de architecten zelf, zeker in deze tijd. De enorme omwentelingen die zich nu voordoen, hebben invloed op onze opvattingen. Eigenlijk houdt ons beroep in gebeurtenissen te organiseren en wel op zo'n manier dat deze een politieke werkelijkheid krijgen, of in ieder geval een sociaal politieke lading. Wij houden ons bezig met het scheiden van privé en publiek of om het wat plechtig te zeggen, het structureren van menselijke handelingen bij daglicht.''

De architectuur van Spuybroek is een antwoord op, of beter een meebewegen met de technologische ontwikkeling die de wereld nu doet schudden. Het zoetwater gedeelte van het Waterpaviljoen op de waterkering de Neeltje Jans in Zeeland werd door hem volledig op de computer ontworpen en is een spectaculaire technologische gebeurtenis. Wie er door de sleufvormige opening naar binnen gaat, belandt in het inwendige van een walvis. Wanden, vloeren en plafonds lopen glooiend of bultig in elkaar over, verlicht door een blauwachtig schijnsel en door projecties van rasterpatronen en cellulaire structuren. Overal zoemt, fluistert en dondert elektronische muziek. Licht, projecties en klanken reageren op de bewegingen en handelingen van de bezoekers, net als de dartelende waterstralen, de schommelende waterbassins en de zich voor je voeten ontladende golven. Dit zilverkleurige bouwwerk, sliertig en rond als een hersenkronkel en gevoelig als een hyperbewust lichaam, bezorgde hem in 1997 in één klap de aandacht van de internationale vakbladen.

Op dit moment zijn plannen voor woningen langs de A 58 bij Eindhoven in een vergevorderd stadium.

Spuybroek: ,,Als je de huizen ziet zeg je: het zijn pompoenen, zeekomkommers, glimwormen. Van binnen zijn ze hol als een soort slurf met een enorm volume. Die holte is niet zo maar hol, hij is geladen, dat wil zeggen dat er rekening is gehouden met de verschillen die in het woongedrag van mensen kunnen optreden. Die verschillen nemen tegenwoordig zo enorm toe dat de tientallen types Vinex-woningen bij lange na niet genoeg zijn. Dus zeg ik: bied die verschillen aan, maak verlangens los. Dat kan nu, want we hebben de computer.''

Het worden meer dan duizend woningen en geen enkele is gelijk. Ook van binnen niet, omdat de mensen zelf de indeling en functies kunnen bepalen.

Spuybroek: ,,Die eindeloze verscheidenheid vind ik belangrijk. Die is kenmerkend voor de wereld van nu. Als je produkten bekijkt als horloges, sportschoenen en auto's als de Smart, dan zie je een tendens om alles aan te passen aan ieders persoonlijke verlangen. Swatch heeft zich, net als Nike, gerealiseerd dat de wereld totaal versplintert en differentieert en dat daar geen standaardprodukten bijhoren, produkten dus die top/down, van bovenaf standaard aan de consument worden opgelegd. Wat nodig is, is een bottom/up beweging, een produktiemechanisme dat aan ieders persoonlijke verlangen aangepast kan worden. Die bedrijven hebben begrepen dat zoiets ongelofelijk veel verlangens los kan maken en daar zijn inderdaad miljoenen verschillende horloges uit voortgekomen.''

Een hyperkapitalistisch idee.

,,Nou en of. En de computertechnologie is daar uitermate behulpzaam bij. Die maakt het mogelijk om die verschillen tussen consumenten onderling te registreren en om zó te produceren dat de prijs niet omhoog gaat.`

Dat verlangen van de consument voeden is een hele industrie op zichzelf.

,,Ja, en daarmee raken we aan een voor mij essentiële vraagstelling rond technologie, namelijk hoe ver ga je in het verwennen van de gebruiker. Moet de technologie functioneren als de perfecte butler, zoals Bill Gates van Microsoft voorstaat? De perfecte butler-machine voelt bijvoorbaat aan wat de wensen van de meester zijn. Het hele idee van HAS, ofwel House Automation System, is daarop gebaseerd. Het komt erop neer dat de woning smart is, dat wil zeggen dat hij functioneert als een complex van machines die gedrag kunnen lezen en daar naar handelen. Deze technologische butler weet hoe laat de meester gewekt moet worden, wat de temperatuur van zijn badwater moet zijn en hoe laat de gordijnen dicht moeten.''

Het huis als woonmachine: Le Corbusier zou opkijken als hij wist hoe zijn droom er in de komende eeuw uit gaat zien.

,,Ik vraag me af of hij er blij mee zou zijn geweest. In ieder geval vind ik het een vulgaire uitwerking van zijn idee. Wat je namelijk krijgt is een huis dat zo intelligent is dat Bill helemaal geen handelingen meer hoeft te verrichten. Bill wordt dan een soort Walter Hudson, de man die alles vanuit zijn bed met de afstandsbediening deed en uitgroeide tot een baby van vijfhonderd pond. Toen hij dood ging hebben ze hem in stukjes moeten snijden om hem het huis uit te krijgen. En het huis leefde nog lang en gelukkig.''

En jij bent de tegenhanger van Bill Gates.

,,Het is een ongelijke strijd, dat geef ik toe, maar ik zie niets in een technologie die functioneert als een parallele wereld die de reële wereld kopieert, aanvult en vervolmaakt. Voor mij moet technologie de wereld niet simuleren, maar stimuleren, in de zin van wat de filosoof Henri Bergson aan het eind van de vorige eeuw schreef. Hij zag het virtuele niet als een algemeen geldend platonisch ideaal dat in de werkelijkheid verstopt zit en waar je alles naar kunt herleiden, maar hij beschouwde het als een organisatorisch principe. Iets wat altijd in beweging is en voortdurend creeërt en differentieert. Ik vind dat een veel interessantere gedachte, want het betekent dat het virtuele de werkelijkheid oplaadt, elektriseert en motoriseert. Dat alles niet langer om het algemene, of zoals wij architecten zeggen het generieke, draait, maar om het specifieke, het verschil, de afwijking.''

Ik moet denken aan het modernistische ideaal van een universele vormentaal en hoe dat, samen met een standaardisering van vrijwel alles, tot een bijna militaristische blokkenbouw heeft geleid. Nooit meer Bijlmermeer?

Spuybroek: ,,Het modernisme was gebaseerd op een Renaissancistisch idee over ruimte dat is achterhaald door de netwerktechnologie, zeg maar de elektronische media. Volgens dat idee beweegt een subject zich in de ruimte van hier naar daar, in een rechte lijn, alsof de ruimte uitgestrekt is. Die ruimte kon je met vlakken en lijnen aangeven en met geometrische figuren als kubussen en bollen. De elektronische media hebben een totaal ander idee van ruimte geschapen. Als je op de televisie beelden uit Kosovo ziet, ben je tegelijk in Kosovo en in je eigen huis. Er is geen hier en daar meer, maar alles vindt tegelijkertijd hier plaats. Daardoor komt de ruimte nu op ons over als gekromd. En daar hoort een heel ander soort architectuur bij dan die wij nu kennen.''

Dan lopen de meeste grote architecten totaal achter, ook de jongere, zoals Rem Koolhaas.

,,Koolhaas doet heel precies onderzoek naar nieuwe ideeën over ruimte die nu ontstaan, maar hij is gebiologeerd door homogenisering.''

Wat bedoel je daarmee?

,,Voor hem schakelen de netwerktechnologie en de globalisering alles gelijk en wordt alles overal hetzelfde. Dat is de nieuwe technologie bekijken met de ogen van de oude modernist. Ik denk dat de netwerktechnologie en de technologie in het algemeen maar één grote tendens kennen en dat is heterogenisering. Dingen krijgen een heel precieze identiteit en er zijn geen generaliseringen. Alles wordt specifiek.''

Het duizelt me als ik me zo'n wereld probeer voor te stellen. Iedere samenleving heeft een minimaal gevoel van coherentie nodig. Als iedereen erop uit is om maximaal van de ander te verschillen, zie ik een krioelende brei voor me van allemaal triomfantelijke egootjes.

,,De samenleving waar ik het over heb, heeft samenhang door de netwerk-technologie, de machines. Het is een hybride van machines, verlangens en vlees die constant dingen produceert, maar in gemeenschap! Er is een voortdurende interactie doordat mensen en machines aan elkaar zijn gekoppeld, ook onderling. We zijn met machines verbonden op dezelfde manier als wanneer je in je auto stapt: dan wórd je die auto.''

De machine als verlengstuk van het lichaam, zoals Marshal McLuhan zei.

,,Ja, maar niet alléén als verlengstuk, het lichaam wordt er ook door geïntensiveerd doordat je jezelf en de ruimte waarin je bent anders gaat zien en beleven. De technologie is ons niet wezensvreemd. Het is geen middel dat tussen jou en de wereld in staat, maar het komt uit ons voort en het maakt een vanzelfsprekend deel van ons uit. De technologie dat zijn we zelf! Ik kan wel zeggen dat ik naar Parijs rij, maar daarmee bedoel ik wel ik én mijn auto, een hybride samenstelling van machine en vlees.''

We zijn al cyborgs.

`Ja.'

Het was volkomen logisch dat Spuybroek de architect zou zijn die het nieuwe media-lab van V2 Organisatie, het Rotterdamse centrum voor kunst en electronische media, vorm zou geven. V2 Organisatie richt zich op het ontwikkelen van denkbeelden over de technologische wereld die onder onze voeten aangroeit en in het media-lab wordt door kunstenaars druk met computerprogramma's geëxperimenteerd. Vragen en ideeën over de interactie tussen mens en machine zijn daar dagelijkse kost.

Net als in het Waterpaviljoen vind je in het media-lab nauwelijks rechte lijnen. Alles golft. Plafond, wanden en vloer lopen in elkaar over en op één plek, daar waar organisatorische en financiële beslissingen worden genomen, loop je zelfs van de vloer direct het bureau op.

Je gaat net als in het Waterpaviljoen wel ergens naar toe, maar zonder het gevoel in een rechte lijn te lopen. Ik moest denken aan wandelen in de duinen.

Spuybroek: ,,Jaaa! De duinen strekken zich weliswaar naar alle kanten uit, maar ze kennen tegelijk een hele hoge organisatievorm: de duinruggen. Die rijzen uit het oppervlak op onder invloed van de krachten die de wind erop uitoefent. De duinruggen vormen scherpe lijnen in dat hele veld van zachtheid en vaagheid. Zo is het ook in het V2-lab. Daar kunnen onverwachte plekken uit de grond oprijzen die niet waren opgenomen in het programma van eisen, maar die wel worden ingevuld door de gebruikers. Dat kan alleen als je iets onbestemds materialiseert, maar niet benoemt.''

Toch heeft Spuybroek wel een naam voor dat onbestemde en hij schuift die zelfs naar voren als een kernbegrip voor zijn architectuur: het Tussen.

Het tussen zit altijd ergens tussenin, het is niet zelf iets.

Spuybroek: ,,Althans niet in de gangbare architectuur. Daar wordt het Tussen gezien als een open ruimte tussen a en b, een leegte die als een vorm van vrijheid wordt beschouwd. Het houdt in dat je kunt zeggen: dit is de vloer, dat zijn de wanden en ik loop daar tussen die richting op. Dat is in die architectuur allemaal voor je vastgelegd. In mijn ogen weerspiegelt dat een totaal mechanistisch idee over het menselijk lichaam. Het stelt het lichaam voor als iets dat alleen maar weet dat het als het a verlaat bij b uit moet komen. Voor mij is dat het stompzinnigste idee dat je over menselijk gedrag kunt hebben.''

Maar je kunt als architect toch niet om richting heen?Ik moet er niet aan denken dat ik nog erger zou verdwalen dan ik nu al voortdurend doe.

,,Nee, de hoofdlijn is ook bij mij van a naar b, maar door de beweging in de architectuur wordt de beweging in het lichaam van de bezoeker geanimeerd. Dat lichaam wordt helemaal aangesproken. Ik heb in het Waterpaviljoen wel bejaarden gezien die een helling van 45 graden beklommen die helemaal niet bedoeld was om op te lopen en mensen die als skaters extra curven maakten. Dat kan omdat nergens een naad tussen zit, het een loopt in het ander over, niets ligt vast. Dat geeft vrijheid, beweging. Dat is Tussen.''

De architectuur van deze eeuw heeft veel gedaan om beweging en dynamiek te suggereren. Ik breng een artikel naar voren dat enige tijd terug in het maandblad Archis stond en waarin de nieuwste modellen auto's met architectuur werden vergeleken.

Spuybroek: ,,Dat is een oude high tech-droom. Als je Norman Foster vraagt wat hij het mooiste gebouw vindt, zegt hij een Boeing 747.''

Wat zeg jij?

,,Ik ben een groot bewonderaar van Frei Otto die in de jaren vijftig fantastische tentstructuren maakte. Een van zijn bekendste bouwwerken is het Olympisch Stadion in Munchen. ,,Hij haalt een boek tevoorschijn met ontwerpen en gebouwen van Frei Otto. Ik zie structuren als oude spinnewebben en uitgetrokken klapkauwgom, ondoorgrondelijk en fascinerend. Spuybroek die mijn verbazing tevreden gadeslaat: `Weet je waar hij mee werkte? Met zeep! Hij doopte zeep in water en tekende met het schuim zijn modellen. Alle holle curves en dubbelzijdig gekromde curves: allemaal zeepschuim! Schuim is in al zijn bewegelijkheid zo geordend. Het is een continuum waarbij alles zich voortdurend tussen groot en klein in beweegt.''

Als ik over die ordening doorvraag, legt Spuybroek, mij uit dat je beter van spontane organisatie kunt spreken dan van toeval.

Zoals cellen zich vermenigvuldigen en organiseren.

,,Exact. Al die wetenschappers die zich bezighouden met de vraag: wat is groei? denken niet meer in vormen, maar in patronen. Zij bestuderen hoe een levend ding voortdurend transformeert tot iets anders en zij weten allang dat dat niet gebeurt doordat er van buitenaf, top/down, een systeem op wordt gedrukt, maar door interactie, onderlinge communicatie, bottom/up. Voor mij is dat hetzelfde als het media-denken, het denken in netwerken. Ik zie de hele technologische ontwikkeling van de samenleving in dat wetenschappelijke perspectief.''

We zijn helemaal niet gewend om zo over onszelf te denken. We denken of in individuen of in collectiviteiten, maar dat er tussen die twee een interne samenhang zou zijn die spontaan patronen vormt, dat is een ongewoon gezichtspunt. Een heel sociaal gezichtspunt ook.

Spuybroek: ,,Als ik al die mensen met die gsm's zie lopen dan zie ik een diep verlangen om te netwerken, om zo direct en zoveel mogelijk te koppelen. Het is een technologische passie die er ongetwijfeld toe zal leiden dat al die dingen die nu nog losse elementen zijn, zoals de tv, de computer, de auto, de telefoon, onderling aaneengeschakeld zullen worden. De architectuur die ik nastreef, maakt er in die zin deel vanuit, dat ze mensen met elkaar in verband wil brengen en de dimensies van hun handelingen zoveel mogelijk wil vergroten.''

Intelligente architectuur.

,,Ja. Architectuur om de intelligentie van mensen te stimuleren.''

`Architectuur die vloer en wanden vastlegt, is gebaseerd op een stompzinnig idee'

Ik had een vaag aanbod eind van de maand naar Cuba te vertrekken. Voor een documentaire. Ze zouden me niet betalen, maar wel voor eten en onderdak zorgen, in ruil voor hand- en spandiensten. Ik had verzwegen dat ik geen Spaans sprak.

    • Anna Tilroe