Luxeprobleem bij goede doelen

Er komt heel veel geld binnen bij de goede doelenorganisaties, en bovendien zijn de opbrengsten van de beleggingen door deze organisaties de laatste jaren onverwachts fors gestegen.

De goede doelen-organisaties die geld werven onder het grote publiek doen het goed op de beurs én bij ouden van dagen. Het rendement van het belegd vermogen van de organisaties bereikte vorig jaar een nieuw record van ruim 300 miljoen gulden. En ook de inkomsten uit nalatenschappen steeg naar een nieuw hoogtepunt van bijna 310 miljoen.

Dit blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF). Deze toezichthouder van en voor de branche van charitatieve instellingen heeft de financiën van bijna 350 fondsenwervende instellingen tegen het licht gehouden.

De groei van de inkomsten uit onder meer beleggingen is zo sterk dat sommige goede doelen-organisaties in toenemende mate moeite hebben het binnenkomende geld op korte termijn te besteden. Ze krijgen steeds meer dan dat ze uitgeven.

Hielden de inkomsten en uitgaven van de goede doelen-organisaties elkaar vijf jaar geleden nog min of meer in evenwicht, afgelopen jaar kregen ze samen ten minste 315 miljoen gulden meer binnen dan dat ze aan goede doelen besteedden.

Directeur Jos Zwartjes van het CBF spreekt van ,,een opmerkelijke ontwikkeling''. Hij zou het ,,merkwaardig'' vinden als deze ontwikkeling ,,zich nog lang en intensief voortzet''.

Hij verwacht een correctie door de instellingen zélf en hij verwacht ook een einde aan de stijgende beurskoersen die de goede doelen-instellingen de afgelopen jaren zoveel extra inkomsten hebben opgeleverd.

Zwartjes merkt wel op dat sommige fondsenwervende instellingen heel bewust minder uitgeven dan dat ze binnenkrijgen om zo het eigen vermogen te versterken. ,,Die instellingen achten een groei van het eigen vermogen noodzakelijk en verantwoord.''

De vermogensaanwas bij goede doelen weerhoudt het grote publiek er niet van de goede doelen-organisaties jaar op jaar meer en meer geld te geven. In de afgelopen tien jaar verdubbelde het publiek zijn giften (donaties, contributies, erfenissen en dergelijke) aan de goede doelen-organisaties van 753 miljoen gulden in 1990 tot 1.373 miljoen in 1998. En in 1998 gaf het publiek zes procent meer dan het jaar ervoor.

De sterkste inkomstengroei voor de goede doelen zit hem evenwel niet in de giften en schenkingen van het grote publiek, maar in beleggingen, loterijen en overheidssubsidies.

Deze inkomstenstroom verzevenvoudigde de afgelopen tien jaar van 254 miljoen gulden in 1990 tot 1,7 milard in 1998. Zij overtreft al vijf jaar de inkomsten uit giften van het publiek. De groei komt overigens vooral op het conto van een beperkt aantal instellingen.

Met beleggingen verdienden de goede doelen-organisaties afgelopen jaar bijna 100 miljoen gulden meer dan het jaar ervoor toen ze samen 209 miljoen gulden kregen aan rendement op hun aandelen- en effectenportefeuilles.

Het CBF spreekt van ,,een zeer sterke stijging'' van het beleggingsresultaat. De stijging kwam voor ruim drie kwart op conto van tien organisaties, rijke organisaties. Natuurmonumenten haalde afgelopen jaar een resultaat uit beleggingen van 67 miljoen gulden, gevolgd door het Leger des Heils met 52 miljoen en de Kankerbestrijding met 31 miljoen gulden.

Opvallend is dat de goede doelen-organisaties die internationaal actief zijn (ontwikkelingshulp, vluchtelingenhulp, slachtofferhulp) veel minder beleggen dan organisaties die in eigen land opereren - in de gezondheid, welzijn, milieu, natuurbehoud en dierenbescherming.

Zwartjes: ,,Het is de filosofie van ontwikkelingsorganisaties om niet te veel reserves aan te houden.'' Dat heeft, aldus Zwartjes, te maken ,,met het karakter van de organisaties'' en met het gegeven dat sommige van deze instellingen veel subsidie krijgen van de overheid.

Vier ontwikkelingsorganisaties, waaronder de Novib, kregen samen bijna driekwart van de 946 miljoen gulden subsidie die de overheid het afgelopen jaar aan de fondsenwervende instellingen gaf.

Zwartjes: ,,Ze krijgen het geld van de overheid met de boodschap het meteen uit te geven aan het doel waarvoor het bestemd is.''

De Nederlandse overheid accepteert niet dat de fondsenwervende instellingen het geld oppotten.

    • Geert van Asbeck