`Lange overgangsperiode te riskant'

De Sociaal-Economische Raad pleit voor een gedeeltelijk lidmaatschap van een aantal kandidaatleden van de Europese Unie.

De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft gisteren het kabinet geadviseerd te streven naar een gedeeltelijk lidmaatschap van de Europese Unie voor een groep Midden- en Oost-Europese landen die nu `in de wacht staan' voor toetreding tot de EU. Deze zogeheten `tweede groep' - Letland, Litouwen, Roemenië, Bulgarije en Slowakije – voldoet nog niet aan de economische en financiële voorwaarden voor toetreding. Met een `eerste groep', waarvan onder meer Tsjechië, Polen en Hongarije deel uitmaken, voert de EU al overleg over toetreding. Het gedeeltelijk lidmaatschap van de tweede groep ziet de SER als alternatief voor de lange procedure die nieuwkomers doorgaans moeten doorlopen. Als gedeeltelijk lid kunnen ze op verschillende fronten al meepraten over belangrijke beslissingen.

Prof. drs. V. Halberstadt is voorzitter van de Commissie Internationale Sociaal-Economische Aangelegenheden (ISEA) van de SER. Een werkgroep van drie personen, onder leiding van oud-Eurocommissaris F. Andriessen, deed voorbereidend werk, waarna de ISEA het advies uitbracht aan staatssecretaris Benschop (Europese Zaken). Halberstadt hoopt dat het kabinet het SER-advies serieus neemt.

,,Het advies is razendsnel geformuleerd, minder dan een maand na de informele beslissing van de Europese regeringsleiders in Tampere (op 13 oktober, red.) om met alle twaalf potentiële lidstaten over toetreding te onderhandelen'', zegt Halberstadt. ,,Het laat zien dat de uitbreiding van de Europese Unie een zaak is waar de SER serieus mee bezig is. We moesten snel zijn, omdat volgende maand in Helsinki formeel wordt besloten om met alle twaalf kandidaten te onderhandelen. Nederland wil graag dat alle kandidaten betrokken worden.''

Kern van het SER-advies is een gedeeltelijk lidmaatschap voor landen die al wel aan de voorwaarden van democratie en mensenrechten voldoen (zoals in het verdrag van Kopenhagen staat, red.), maar die nog niet aan de financiële en economische eisen van voldoen. Deze tussenvorm is is bedoeld als opstap naar het volledig lidmaatschap.

Halberstadt denkt niet dat introductie van het gedeeltelijk lidmaatschap de stabiliteit van de EU zal aantasten. ,,De Unie is vanaf het eerste begin een delicate afweging van belangen geweest. De Unie van vóór het verdrag van Maastricht was fragiel, die van na Maastricht ook, maar toch weer ietsje sterker. Zo wordt iedere keer verder gebouwd. Ook dit voorstel is bedoeld om verder te bouwen aan de Unie.''

Daar komt bij dat het onderscheid tussen volledige leden en gedeeltelijke leden niet nieuw is. Van de vijftien leden van de Economische en Monetaire Unie zijn er bijvoorbeeld ook slechts elf met elkaar verbonden door de euro, aldus Halberstadt.

,,Er is een aantal voorwaarden waaraan de Unie en de nieuwe toetreders moeten voldoen, wil de uitbreiding een succes worden. Allereerst moet de EU haar eigen huis, dat wil zeggen haar wijze van besluitvorming, op orde hebben. Daarnaast moeten we de gevolgen voor de interne markt van de Unie goed in de gaten houden. Vervolgens komt het gedeeltelijk lidmaatschap. Dat is een standaardpakket, geen gedeeltelijk lidmaatschap á la carte. De landen die ervoor in aanmerking komen hebben bij zo'n gedeeltelijk lidmaatschap al zeggenschap in het Europese bestuur via vertegenwoordigers in de Raad van ministers, het Europees Parlement en het Europese hof van Justitie. Daarna volgt, na zeg maximaal tien jaar, toetreding. Of niet.''

Volgens Halberstadt heeft het gedeeltelijke lidmaatschap grote voordelen boven een langdurige overgang op specifieke terreinen, zoals Spanje en Portugal die bijvoorbeeld kenden op landbouwgebied. De risico's van een lange overgangsperiode zijn simpelweg te groot, stelt hij. ,,Dat dreigt te leiden tot een bont en onoverzichtelijk mozaïek van ingrijpende overgangs- en uitzonderingsbepalingen. Het is een aantasting van de regels van de interne markt. Daarnaast trekt het verhouding tussen rechten en plichten van de nieuwe lidstaten vaak langdurig scheef. Ten slotte is de Unie niet meer te besturen als er jarenlang nieuwe landen in de wachtrij staan.''

Halberstadt: ,,We leveren nu alleen de bouwstenen die bij kunnen dragen aan een weloverwogen discussie over versnelde toetreding. Als het kabinet dat wil, kan de SER de beknopte adviezen verder uitwerken. Het woord is nu, zoals dat hoort, aan de politiek.''

    • Egbert Kalse