Koop nooit leren jassen

DÜSSELDORF. De Königsallee is een mooie straat in Düsseldorf. Dure kledingwinkels, een veilinghuis, een paar aangename cafetaria's en twee grote banken, de Deutsche Bank en de Dresdner Bank. Mijn vliegtuig uit Madrid had een paar uur vertraging, daarom had ik een taxi van het vliegveld moeten nemen.

Nu liep ik met mijn koffer over de Königsallee op weg naar de Deutsche Bank. Ik meldde me bij de portier. Ik had een afspraak.

Met mijn koffer liep ik door de grote hal, toen een paar trappen op, door een deur waarop was geschilderd `Privates Anlage-Management' en ten slotte werd ik in een klein hokje gezet waar toch nog wat moderne kunst aan de muur hing.

,,Juffrouw Gottschlich komt er zo aan'', zei de portier.

De Deutsche Bank kocht graag kunst van jonge kunstenaars, helaas niet van mij. Mijn schilderkunst bevond zich daar waar A. Hitlers schilderkunst zich ooit had bevonden. Toen kwam juffrouw Gottschlich. Ze was zwanger.

Dat ook nog.

We gaven elkaar een hand.

,,Wilt u koffie?'' vroeg juffrouw Gottschlich.

Ze keek naar mijn koffer en ik zei: ,,Ja, ik had nog geen tijd naar het hotel te gaan. Ik kom direct van het vliegveld.''

,,Hoe was de vlucht?''

,,Turbulent'', zei ik. ,,Een kopje koffie lijkt me lekker.''

Juffrouw Gottschlich vroeg telefonisch om twee kopjes koffie en wat koekjes.

,,Om te beginnen'', zei ze, ,,heet ik tegenwoordig niet meer Gottschlich, maar Teichert, en ik ben, zoals u misschien wel heeft gezien, in verwachting.''

Ze lachte een beetje benauwd.

,,Maar ik blijf gewoon voor de bank werken.''

,,Teichert, niet meer Gottschlich, maar Teichert, ik zal het onthouden.''

De koffie werd gebracht door een oudere, gezette dame die ook al nerveus lachte toen ze de koekjes voor me neerzette.

,,Zo'', zei mevrouw Teichert, ,,zullen we dan maar eens.''

,,Ja'', zei ik.

Ze gaf me een papier.

,,Dit is de laatste uitdraai van vanmiddag.''

Ik wierp er een snelle blik op.

,,Ik neem alles mee'', zei ik, ,,dat heb ik uw collega ook al telefonisch verteld.''

Een voor een hief ik mijn buitenlandse rekeningen op en nam mee wat er nog op stond. De teloorgang van mijn financiële imperium was toch nog sneller gegaan dan gedacht en imperium is ook overdreven. Een miljoen is geen imperium en van een miljoen naar niets in minder dan een jaar is ook niet echt dramatisch. Hooguit onaangenaam. Vaker fout gegokt dan goed gegokt, op te kleine aandelen gegokt, met geleend geld gegokt, en voor de rest veel pech gehad. Ook gewoon domme dingen gedaan. Een partij leren jassen gekocht. En die geprobeerd door te verkopen. Dat zijn domme dingen. Als ze me zouden vragen ,,wat weet je van het leven?'' kon ik antwoorden: ,,nooit een partij leren jassen kopen. Als ze je een partij leren jassen aanbieden, doorlopen, doen alsof je niets gehoord hebt, rennen zo snel als je benen je kunnen dragen.''

,,Uw tegoed is 24.854 DM en 43 Pfennig. Wilt u alles meenemen?''

,,Contant graag'', zei ik en beet in een koekje.

Mevrouw Teichert, die ik per ongeluk toch weer een paar keer juffrouw Gottschlich had genoemd, keek op haar horloge.

,,Ik hoop dat de kas nog open is'', zei ze.

Ze telefoneerde.

In Nederland, zo had ik te horen gekregen, werden mijn boeken verpulpt.

Verpulpen is dat ze met grote messen in kleine stukjes worden gesneden tot er een soort confetti van overblijft.

Het ging om onverkoopbare restanten.

Ik had besloten de verpulping niet aan te vechten omdat ik er een voorbode in zag van de uiteindelijke verpulping die weliswaar niet de wereld zou betreffen, maar wel mijn lichaam. Dat mij de laatste maanden toch meer overlast dan genot had bezorgd.

Verpulping van het lichaam scheen mij geen overbodige luxe.

,,Het kan nog net'', zei mevrouw Teichert, ,,als u hier even tekent, loop ik wel naar de kas.''

,,Wat aardig'', zei ik en tekende.

Mevrouw Teichert stond op. Ze was in de zevende maand.

Ik bleef alleen achter in het hok met een computer, wat koekjes, koffie en moderne kunst aan de muur. Leeftijdsgenoten, zo had ik gelezen, ambieerden het voorzitterschap van de PvdA. Nee, 28 was een prachtige leeftijd om het leven op te geven, net als een auto die zijn beste tijd heeft gehad. Je blijft er nog een tijdje in rondrijden, maar je weet dat het sloopbedrijf al een bod heeft gedaan.

Daar was mevrouw Teichert alweer. Met 24.854 DM en 43 Pfennig. Een restant voor na de verpulping.

,,Ik heb het maar in een grote envelop gedaan'', zei mevrouw Teichert.

,,Dank u'', zei ik en nam de grote bruine envelop van haar aan.

,,Wilt u het natellen?''

Ik schudde mijn hoofd.

Elk woord, elke zin verwees naar een piepkleine catastrofe.

De inzittenden van Swissair-vlucht 111 naar Genève hadden tien minuten voor niets met hun zwemvest aan gezeten, voor ze de zee in ploften. Alhoewel, voor niets. Misschien kun je de dood maar beter tegemoet wandelen met wat valse hoop in het zwemvest.

,,Wat kunnen we verder nog voor u doen?'' vroeg mevrouw Teichert.

Ze keek me aan. En toen keek ik naar haar buik.

,,Niets'', zei ik.

Ik stond op. We gaven elkaar een hand.

,,Gefeliciteerd nog'', zei ik, ,,met de zwangerschap.''

,,Ja, we waren naar Thailand'', zei ze plotseling. ,,Met de huwelijksreis.''

,,Ach'', zei ik, ,,dat is romantisch. Thailand. Ik ben er nog nooit geweest.''

Ze liep met me mee naar de uitgang.

Mijn koffer in de linkerhand, de bruine envelop in de rechter.

Ze bleef staan.

,,Stopt u die envelop maar in uw jas, dat is veiliger.''

Toen stond ik buiten op de Königsallee. Met een kleine DM 25.000 in mijn binnenzak. Het laatste restant, van wat eigenlijk?

Scott Fitzgerald heeft een verhaal geschreven getiteld `Portret van de schrijver als een gebarsten bord'. Ik kon het vervolg schrijven: `Portret van de schrijver als een bord dat aan diggeltjes is gevallen'.

Ik kon naar de Rijn lopen, ik kon een hotel zoeken, ik kon de verpulping van mijn boeken vieren in een traditioneel Düsseldorfs café. Geen van de mogelijkheden trok mij aan.

Schrijven scheen mij een zwemvest gevuld met valse hoop.

Hierheen op weg naar de zwemvesten dames en heren.

Maar elke zin onderstreepte alleen maar de mislukking, zodat je steeds dieper de gevangenis in rende, terwijl je juist dacht te ontsnappen. En wat overbleef waren woorden die hun eigen betekenis opaten, taal die zichzelf ophief. Misschien wel een adequate definitie van wanhoop.

De Deutsche Bank ging dicht. Een laatste klant glipte nog door de grote deur naar buiten.

Hoeveel toekomst had DM 25.000? Een paar uur zeker, misschien een paar dagen, met een beetje strak regime een paar weken. Maar was toekomst wel een strak regime waard? Ik was daar steeds minder zeker van.

De leren jassen, dat was de druppel geweest die de emmer had doen overlopen.

Een windvlaag van stof en zand waaide door de lucht. Mijn verpulpte boeken, dacht ik, die waaien nu door Düsseldorf.

In mijn zak zat een servetje met telefoonnummers. Mensen die ik beloofd had te bellen. Misschien konden we iets afspreken.

Ik wilde even niemand zien die ik had gekend.

Ik had een vaag aanbod eind van de maand naar Cuba te vertrekken. Voor een documentaire. Ze zouden me niet betalen, maar wel voor eten en onderdak zorgen, in ruil voor hand- en spandiensten. Ik had verzwegen dat ik geen Spaans sprak.

Een taxi stopte. De chauffeur draaide zijn raampje open. ,,Taxi?'' riep hij.

Ik moest een beslissing nemen, maar hoe ik ook mijn best deed, ik kon me niet verroeren.

Ik zag niet in waarom.

Ik stond daar wel goed. En als ik moe was kon ik op mijn koffer gaan zitten.

Jammer dat mijn ongeluk geen aandeel is. Iedereen die tien jaar geleden 100 gulden in mijn ongeluk had belegd, was nu miljonair geweest.

    • Arnon Grunberg