Kletsclub of bijzondere landenbond?

In het mastbos op de stoep van het Commonwealth Institute in zuidwest-Londen wapperen 54 vlaggen in de kleuren van de regenboog, voor elk van de voormalige Britse koloniën en enkele nieuwkomers in het Gemenebest één. Verder zendt het betonnen studiecentrum en museum, modern in de jaren zestig, niet veel opgewekte signalen uit. De muren en het naar een Zambiaanse tent gemodelleerde koperdak hebben meer nodig dan een Britse klusjesman. De permanente tentoonstelling van stoffige maquettes is permanent gesloten, nu de overheid zich dit jaar als sponsor heeft teruggetrokken. Het avonturenpark met een virtuele safari en een virtuele orkaan is voorlopig precies wat het belooft: virtueel. En intussen houdt het centrum zich staande door vergaderruimtes te verhuren.

Het is verleidelijk het Commonwealth-instituut te zien als metafoor voor het Gemenebest, dat vandaag in het Zuid-Afrikaanse Durban zijn tweejaarlijkse leiders-top begint. De losvaste landenbond, opgericht onder Brits voorzitterschap na de onafhankelijkheid van India in 1949, is niet veel meer dan een ,,tandeloze buldog'', of een ,,zielige poging te ontkennen dat het Empire voorbij is'', zeggen critici. Om zulke verschillende landen als Ghana, Nieuw Zeeland of Belize zinvol bijeen te brengen en te houden zou hun ,,toevallige verleden als Britse kolonie'' onvoldoende zijn. CHOGM (tchogg'm!) heet de Commonwealth Heads of Goverment Meeting in Durban officieel met een onnavolgbare diplo-afkorting, die eerder aan een gewelddadig stripverhaal doet denken. Of aan `cheap holidays on government money' natuurlijk, zoals kwade tongen grappen.

Anderen roemen het Commonwealth daarentegen als een `succesverhaal'. Juist het losvaste verband met Engels als voertaal geeft arme landen in Afrika, Azië, het Caraïbisch gebied en de Stille Oceaan de kans `strategische allianties' te formeren. Hoewel ze samen een kwart van de wereldbevolking vormen valt hun stem vaak weg in grotere fora als de VN, of door grote landen gedomineerde handelsblokken. In het Gemenebest kunnen ze die toch laten horen. Het Britse element mag in zulke landen geen overheersende karaktertrek meer zijn, het zou ze wel gemeenschappelijke ideeën over democratie, mensenrechten en zakendoen hebben gegeven.

Werkt dat? Ja, zeggen de optimisten en wijzen op de rij kandidaat-leden. Mozambique, nota bene een voormalige Portugese kolonie, is het jongste lid. En Rwanda en Cambodja, allebei ooit Frans, willen zich liever vandaag dan morgen inschrijven, net als Jemen en de Palestijen. Werkt het echt? Als we nóg meer ons best doen, is de conclusie die Gemenebest-bijeenkomsten traditioneel afsluit.

Het is ook de boodschap die de Britse premier Blair in Durban bezorgt. Globalisering, armoede, de aids-epidemie in veel Gemenebest-landen, gebrek aan scholing ,,verdienen meer aandacht'', zal hij een paar keer zeggen, plenair en in de ontspannen terzijdes tussen regeringsleiders die de kracht van de top zouden vormen. Maar hoe die ,,uitdagingen'' moeten worden aangepakt is onduidelijk. Veel meer dan morele steun kan Blair niet bieden en zelfs dan moet hij oppassen geen patroniserende toon aan te slaan. Hij scheerde er deze week al rakelings langs door te zeggen dat hij liever eens een weekeind thuis was. De zakelijke agenda in `Durban' dreigt bovendien overschaduwd te worden door de kwestie-Pakistan, dat is geschorst wegens de staatsgreep waarmee het leger in october de regering-Sharif afzette.

Om het Gemenebest echt tanden te geven is meer nodig dan woorden. Een radicale poging de bedden op te schudden kwam deze week van het Foreign Policy Center (FPC), een Londense denktank voor internationale betrekkingen die nauwe banden met de Labour-regering onderhoudt. In `Reinventing the Commonwealth' stellen Kate Ford en Sunder Katwala onder meer voor om de naast de Britse koningin of koning, die formeel ook aan het hoofd staat van het Gemenebest, een roulerende president te zetten in plaats van de huidige `zwakke' secretaris-generaal. Het hoofdkwartier kan weg uit Londen. En de organisatie zou leden strenger de maat moeten nemen over mensenrechten.

Corruptie, protectionisme, gebrek aan leiderschap, cultuurverschillen, bureaucratie en de troebele relatie met de voormalige koloniale macht zorgen ervoor dat de organisatie zijn potentieel niet vervult, oordelen Ford en Katwala bikkelhard. Alleen als die 54 staten de hand diep in eigen boezem steken kan het Commonwealth-lidmaatschap een ,,internationaal keurmerk'' worden dat goed gedrag en een open, zakelijke standaard bewijst.

Het pamflet is niet overal goed gevallen. De regering van Zimbabwe, die van het FPC een veeg kreeg, reageerde woedend. Blairs woordvoerder zei deze week nadrukkelijk dat het in Durban ,,niet op de agenda'' staat.

De top in Durban zal een nieuwe secretaris-generaal kiezen als opvolger van de Nigeriaanse Chief Emeka Anyaoku. De leiders zullen ter kerke gaan om twee wereldoorlogen te herdenken. Maar de vraag `hoe relevant het Gemenebest in de 21ste eeuw kan zijn', blijft ook in Durban waarschijnlijk open.

    • Hans Steketee