Kans op claims gestegen na Kamermotie

De politiek denkt schadeclaims van de NAM te kunnen ontlopen na een verbod op gaswinning. Naïef, zeggen juristen.

De Tweede Kamer heeft gisteren de kans op een succesvolle schadeclaim door de NAM sterk vergroot. Het door de Kamer afgewezen voorstel van het kabinet, dat vorige week een voorbehoud stelde aan gasboringen in de Waddenzee, biedt betere mogelijkheden eventuele schadeclaims van de NAM af te wenden.

Dit zeggen juridische deskundigen die eerder studie maakten van de concessies die de overheid verleende voor gasboringen in de Waddenzee. Deze concessies, de eerste stamt uit 1969, zijn `eeuwigdurend'. De laatste werd in 1994 door toenmalig minister Wijers (Economische Zaken) aan de NAM gegund. De NAM heeft sindsdien ,,in de orde van grootte van 700 miljoen gulden'' geïnvesteerd, aldus woordvoerder F. Duut van de NAM. Het voorspeld rendement is volgens Duut ,,een zaak van miljarden guldens''.

De NAM noemt het indienen van schadeclaims steeds als ,,optie'' ingeval de politiek alle mogelijkheden voor gasboringen afsnijdt. Het kabinet bereikte vorige week het compromis gasboringen alleen toe te staan als ze ,,geen onherstelbare schade'' aan de natuur toebrengen. Daarmee werd de concessie niet ingetrokken, maar onder voorwaarden intact gelaten. De concessie opzeggen, zoals de Kamer gisteren feitelijk voorstelde, heeft volgens juridische deskundigen de waarschijnlijke betekenis van contractbreuk.

Cruciaal is de juridische implicatie van het begrip concessie, zegt hoogleraar milieurecht Ch. Backes in Utrecht. ,,Dat is een eigendomsrecht in wording, een optie op eigendom. De NAM wordt pas eigenaar van het gas zodra men boort. Dus als de overheid zegt: u mag op dit moment niet boren, dan wordt het recht op winning principieel niet ontnomen en blijft de concessie onaangetast. Maar als de politiek zegt: boren is voorgoed onmogelijk, we trekken de concessie in, dan is de staat volgens mij schadevergoedingsplichtig.'' Volgens Backes is het ,,in die zin niet wijs van de Kamer'' aan te dringen op een ongeclausuleerd einde aan de boringen. Het frappeert hem dat de Kamer mogelijke claims zo veronachtzaamt.

Backes: ,,In 1994 speelden ze een hoofdrol in de politieke discussie. Het gaat zo goed met Nederland, dat geld kennelijk geen rol meer speelt.'' Verstandiger zou de Kamer zijn geweest door nog eens een moratorium af te kondigen, zoals dat eerder in 1984-1994 van kracht was. ,,Dan vraag ik mij af of de NAM wel een zaak heeft schade op de staat te verhalen.''

Een ander belangrijk element zijn de zogenoemde Habitat- en Vogelrichtlijn van de Europese Commissie. Deze milieuvoorschriften stellen in grote lijnen dat de overheid de Waddenzee niet voor economische doeleinden mag aanwenden als dat schade aan het milieu oplevert. De reikwijdte van deze richtlijnen wordt door deskundigen verschillend geïnterpreteerd omdat ze nog niet uitputtend door het Europees Hof van Justitie in Luxemburg zijn getoetst. Het voordeel van de formule die het kabinet vorige week overeenkwam is dat overtreding van die richtlijnen vrijwel was uitgesloten, omdat het element ,,geen onherstelbare schade aan het milieu'' er vermoedelijk aan voldoet.

Volgens T. Drupsteen, hoogleraar bestuursrecht in Leiden, is het goed mogelijk gasboringen met een beroep op de Europese richtlijnen te beletten. Maar dat lost het probleem van een eventuele schadeclaim niet op. Want de overheid mag zich gebonden weten aan deze richtlijnen, de overheid heeft zich evengoed gebonden aan de `eeuwigdurende concessie' voor de NAM.

,,Het is onverstandig geweest die concessie op deze basis te verlenen'', zegt Drupsteen. ,,Ik denk dat de NAM een serieuze kans op schadevergoeding heeft als de overheid de concessie moet intrekken. Het is naïef te veronderstellen dat de staat hier zonder schadeclaims onderuit kan komen.''

Zijn collega H. Snijders, hoogleraar burgerlijk recht in Leiden, redeneert langs dezelfde lijn. Net als zijn vakgenoten benadrukt hij dat in dezen niets met zekerheid is te zeggen, maar Snijders' kansberekening komt eveneens uit op een goede mogelijkheid voor de NAM met succes schade te claimen. Hij wijst op artikel 258, deel 6 van het Burgerlijk Wetboek, dat de overheid verplicht een vergoeding voor schade uit te keren als ,,onvoorziene omstandigheden'' er de staat toe nopen af te zien van een aangegane verplichting. De Europese richtlijnen zijn dan de onvoorziene omstandigheden – zij traden pas in werking nadat de laatste concessie werd verleend. ,,Maar daarmee is de `eeuwigdurende' concessie aan de NAM niet van tafel. Ik zie civielrechtelijk geen mogelijkheid die op te zeggen.''

Een andere vraag is hoe groot de vergoeding zou kunnen zijn die de NAM kan eisen. Voor de hand ligt, dat in ieder geval de investeringen sinds 1994, de door NAM-woordvoerder Duut genoemde 700 miljoen gulden, moeten worden vergoed. Maar ook zijn er nog de rendementen die de NAM derft als de overheid afhaakt. Dat gaat sowieso om miljarden. Duut wilde vanochtend niet uitsluiten dat ook dat bij een berekening van de omvang van de claim wordt meegenomen.

Tegelijk wilde hij nog steeds niet bevestigen dat de NAM hoe dan ook een schadeclaim indient zodra de politiek de boringen definitief stopzet. Shell en Esso, die samen de NAM vormen, moeten hier ook hun maatschappelijke positie in ogenschouw nemen. Acties die de oliemaatschappijen neerzetten als winstjagers zonder oog voor het milieu zijn sinds de `Brent Spar' niet langer denkbeeldig.

In de Tweede Kamer dreigden de fracties van GroenLinks en de Socialistische Partij gisteren al openlijk met consumentenboycots van Shell en Esso indien de NAM, waarvan beide grootaandeelhouder zijn, met omvangrijke schadeclaims zou komen voor investeringen en gederfde inkomsten.

Een woordvoerder van de Stichting Natuur en Milieu sloot vanmorgen niet uit dat het tot zo'n boycot zou komen als de NAM met forse claims voor de dag komt. Tot dusverre heeft de organisatie zich echter vooral gericht op het voorkomen van boringen en niet op eventuele schadeclaims. Een medewerker van Natuurmonumenten veronderstelde intussen al dat Shell en Esso met het oog op een boycot niet het onderste uit de kan zullen vragen bij de overheid.

    • Tom-Jan Meeus
    • Floris van Straaten