Het Wilde Westen vanuit een ziekbed

In stripvorm heeft het Europese Wilde Westen het Amerikaanse altijd overtroffen. Terwijl de Amerikaanse jeugd het in de jaren zestig moest doen met zouteloos getekende versies van Bonanza en andere tv-series, werd de western in het oude Europa herboren als volwaardig beeldverhaal. Dat was met name te danken aan Franse tekenaars als Joseph Gillain (Jijé) en zijn leerling Jean Giraud, en in Nederland aan Hans G. Kresse. Door hun gefascineerde distantie tot het wilde Amerikaanse landschap en de nationale mythes over `cowboys en indianen', kreeg het westen bij deze Europeanen een scherpte en reliëf die bij de Amerikaanse tekenaars ontbraken.

De beroemdste Europese western is ongetwijfeld de reeks over luitenant Mike S. Blueberry die scenarist Jean-Michel Charlier en tekenaar Giraud al in 1963 begonnen in het Franse stripweekblad Pilote en waarvan nu het 26ste deeltje is verschenen, Geronimo de Apache. Het realisme van Charlier, die zijn scenario's losjes baseerde op historische gebeurtenissen, en het briljante naturalisme van Giraud, tilden de serie uit boven de concurrentie. Bovendien speelde de reeks soepel in op de revisionistische trend in de historiografie en populaire verbeelding van het westen, gekenmerkt door sympathie met de indianen en een toenemend oog voor het geweld waarmee de blanke beschavingsarbeid gepaard was gegaan.

Hoofdpersoon Mike Blueberry evolueerde van een op Jean-Paul Belmondo geënte nobele cavalerist tot een ongeschoren anti-held die oneervol uit het leger wordt ontslagen, de zondebok wordt van een aanslag op president Grant, en na een moeizame rehabilitatie opnieuw moet beginnen als beroepsgokker in het ruige mijnstadje Tombstone. De `luitenant' Blueberry in de ondertitel van de reeks wijkt voor de burger `Mister Blueberry'.

Met die laatste wending kwam Charlier, ondanks alles een tamelijk klassiek scenarist, tegemoet aan de wensen van de progressievere Giraud, die Blueberry nog meer wilde bevrijden van zijn heldenrol en de reeks een milder en menselijker gezicht wilde geven. Zelfs inclusief een album, Arizona Love (1991), waarin nu eens géén doden vallen. Het overlijden van Charlier gaf Giraud in de jaren negentig de kans die lijn door te trekken. Zijn tekenstijl raakte ontketend, mede onder invloed van de artistieke uitstapjes die hij onder zijn nom de plume Moebius had gemaakt naar psychedelisch getinte science-fiction. In Mister Blueberry (1995) en Schaduw over Tombstone (1997) hanteert Giraud een uitbundige stijl die moeiteloos laveert tussen naturalisme en karikatuur.

In het vervolg, Geronimo de Apache, worden de herinneringen van Blueberry aan zijn eerste ontmoeting met de Apachen vervlochten met een criminele intrige die afkoerst op de legendarische showdown in Tombstone's OK Corral. Ook in dit deeltje verzacht Giraud zijn naturalisme met komedie en karikatuur. Zijn portret van Geronimo is waarheidsgetrouw, en ook sommige andere indianen en taferelen zijn overgenomen van contemporaine foto's. Andere personages zijn weer zo burlesk neergezet dat ze eerder weggelopen lijken uit een tekenfilm. Hun komische potentieel wordt door Giraud aangewend om de spot te drijven met de bloederige clichés die veel andere westerns in het post-Peckinpah tijdperk onverteerbaar maken. Hier moorden de Apachen het reisgezelschap nu eens niet uit, maar stelen ze alleen schaterlachend een parasol. Hier kotst een katerige drinker over de schoenen van de revolverheld.

Het is een bewijs van Girauds vakmanschap dat hij zulke komische effecten kan gebruiken zonder de geloofwaardigheid van zijn verhaal aan te tasten. Het Wilde Westen van Blueberry wordt er met zoveel halfgare of halfbeschaafde blanken alleen maar `wilder' op. Bovendien staan er taferelen tegenover die authentiek en rauw genoeg zijn, zoals het in koelen bloede executeren van gewonde en gevangengenomen Apachen. Ook die scène wordt door Giraud overigens beheerst, en juist daardoor indrukwekkend, vormgegeven, zonder een spoor van het visuele sadisme of de Dirty Harry-moraal die concurrerende western-series als Comanche kenmerken.

Blueberry zelf, gewond bij een moordaanslag twee albums eerder, spookt in Geronimo de Apache bar weinig uit, wat ook al een aardige revisie is van de traditionele, altijd drukbezette heldenrol. Hij ligt in bed en laat zijn herinneringen optekenen door de pulpschrijver uit het Oosten – Girauds verwijzing naar de mythologisering die het Wilde Westen eind vorige eeuw al beleefde. Blueberry's wederopstanding wordt pas verwacht in het laatste deel van dit geestige, oorspronkelijke en zelfs gewetensvolle vierluik.

Jean Giraud: Geronimo de Apache. Dargaud, 48 blz. ƒ10,95

    • Sjoerd de Jong