Het eikenblad

Max en Vera waren buiten in de tuin. Het was herfst en de zon de scheen. Het was echt een dag om bladeren te harken. De tuin lag er vol mee. Rode bladeren. Bruine, gele, oranje bladeren - duizenden bladeren, allemaal lekker droog en knisperend, geknipt om te lekker bij elkaar te harken.

Ze hadden al een hoge berg toen ze opeens zagen dat er in de tuin nog één boom stond waar wat bladeren aanhingen. Alle andere bomen waren kaal: als rare mannen stonden ze met allemaal armen en benen in de lucht te zwaaien.

De boom die nog blaadjes had, stond in de hoek van de tuin. Het was een grote, hoge boom, een eik. Er hingen nog vier blaadjes aan. Ze hingen behoorlijk hoog. Drie waren bruin met een krul erin, de laatste was nog groen en zag eruit alsof hij geen zin had in de herfst.

Dit kon natuurlijk niet.

Max en Vera begonnen aan de boom te schudden. Dit viel nog niet mee, want de boom was dik. Zelfs als ze hem allebei omhelsden konden ze elkaar niet aanraken, zo dik was de boom. Toch vielen na verloop van tijd de drie bruine blaadjes naar beneden.

Een mooi gezicht.

Hoe ze langzaam door de lucht dwarrelden, het leken wel veertjes uit een oud kussen dat bij een kussengevecht open was gescheurd. Zo zachtjes kwamen de bladeren ook op de grond terecht.

Max en Vera werden er stil van. Ineens leek het harken van oude bladeren wel iets heel wreeds.

Ze keken omhoog.

Het ene, laatste blad hing trots aan zijn tak.

Op de achtergrond zagen ze de lucht die blauw was en daardoor leek het blad ontzettend groen, alsof het er nog maar net hing, helemaal vers en klaar voor een lange zomer, een beetje verbaasd dat hij alleen was, dat wel.

Max en Vera keken elkaar aan.

Ze vonden dat het laatste blad ook op de grond moest vallen. Het was niet voor niets herfst. Aan de andere kant zag het blad er nog jong en gezond uit. Misschien was het per ongeluk heel laat uitgekomen, maar in dat geval zou het straks als het echt koud was en het vroor doodgaan aan zijn tak. Er zat dus niets anders op dan het blad te redden. Dat stond ook beter, want dan waren alle bomen kaal, zoals het hoorde.

Max haalde de ladder uit de schuur en Vera klom erop. Het was vreemd, maar zij durfde nu eenmaal meer dan Max die liever plannen maakte en droomde.

De ladder was bijna te kort.

Vera moest op haar tenen gaan staan, bovenop de laatste sport, om bij het eikenblad te kunnen. Max moest beneden de ladder heel goed vasthouden. Het was best eng. Maar het lukte en Vera plukte het blad van de tak. Het zat losser dan ze gedacht had en ze voelde ook meteen al dat het eigenlijk gewoon en herfstblad was, droog en knisperend als een oude krant.

Ze moest terwijl ze naar beneden klom oppassen dat ze het blad niet tussen haar vingers tot honderden kleine korreltjes verkruimelde, zo oud was het eigenlijk.

Beneden gaf ze het blad aan Max.

Samen gingen ze er even naar staan kijken. Het was wonderlijk dat zo'n eikenblaadje dat er jong en groen en springlevend uitzag eigenlijk oud en dor en dood was. Maar mooi dat ze nu wel een helemaal kale tuin hadden.

Ze legden het laatste blad op de berg oude bladeren. Ze waren trots op hun werk.

    • Martin Bril