EU tegen CO2-plan Nederland

Het Nederlandse plan om de CO2 -uitstoot in eigen land minder te beperken door het klimaatbeleid in ontwikkelingslanden financieel te steunen wordt vierkant afgewezen door alle andere veertien leden van de Europese Unie.

Dit bleek gisteren in de EU-Ontwikkelingsraad, waar minister Herfkens de wind van voren kreeg over dit in het regeerakkoord opgenomen voornemen. Herfkens liet vervolgens doorschemeren dat zij het regeerakkoord op dit punt in Den Haag ,,ter discussie'' zal stellen.

De minister, die toegaf ,,een tik op de vingers'' te hebben gehad, kreeg van geen enkel ander EU-lid steun voor het Nederlandse plan. Dat plan mikt erop vanaf 2001 jaarlijks circa 500 miljoen gulden aan `echte' ontwikkelingshulp uit te geven aan steun aan CO2 -reductieprogramma's in de Derde Wereld en het resultaat daarvan voor de helft in mindering te brengen op de Nederlandse verplichting om de CO2 -uitstoot in 2010 met 6 procent te beperken in vergelijking met 1990. Die beperking is afgesproken op de wereldmilieutop in Kyoto (1997), maar moet in heel veel landen nog worden geratificeerd.

Herfkens erkende gisteren dat het Nederlandse plan voor ontwikkelingslanden wel iets weg heeft van ,,een sigaar uit eigen doos''. Maar zij tekende daarbij aan dat Nederland wél ,,een giga-sigarendoos'' heeft, doordat het een van de weinige landen ter wereld is die, met 0,8 procent, meer dan de VN-norm van 0,7 procent van het nationaal inkomen aan internationale hulp geven. Voor de laatste 0,1 procent (circa 500 miljoen) heeft het dus een zeker recht op een eigen ,,invulling''. De minister maakte duidelijk wel geraakt te zijn door de kritiek van EU-landen als Denemarken en Zweden, die ook boven de VN-norm zitten, maar minder door de kritiek uit de landen die, zoals bijvoorbeeld Spanje, Portugal en Griekenland, zelf veel minder aan internationale hulp doen én een hoge CO2 -uitstoot hebben. Haar woordvoerder vroeg zich af of dergelijke landen wel over deze kant van de zaak en de merites van het Nederlandse plan hebben nagedacht en of zij hun kritiek op langere termijn zullen handhaven.

Over de in Kyoto besproken mogelijkheden om internationaal klimaatbeleid en ontwikkelingshulp via een zogenoemd Clean Devellopment Mechanism met elkaar te verbinden, en dus ook over het Nederlandse plan, moet de OESO (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) volgend voorjaar beslissen. De Europese Unie is op dit stuk formeel niet bevoegd, zei Herfkens gisteren. Zij heeft de afspraak van het regeerakkoord overigens zelf eerder ,,een potentiële weeffout'' genoemd, omdat die afspraak vooruitliep op komende internationale besluiten. De kwestie is mede pijnlijk omdat Nederland volgend jaar de zesde wereldklimaatconferentie voorzit.