De wil van de snelwegwerker

De nieuwe roman van H.M. van den Brink speelt zich nadrukkelijk af in hedendaags Nederland. ,,De lezer moet het idee krijgen: dit is ook mijn leven.''

,,Dit is een fataal boek'', zegt H.M. van den Brink terwijl hij zijn nieuwe roman op de keukentafel legt. De 43-jarige schrijver en journalist – in het dagelijks leven directeur televisie van de VPRO – doelt niet op de inhoud van Hart van glas, dat voor een belangrijk deel gaat over gedoemde liefde. Hij staat stil bij de schok die `dit boek over kilte en leegte' teweeg zal brengen bij de bewonderaars van zijn vorige roman, Over het water. De literaire critici waren anderhalf jaar geleden laaiend enthousiast over dit Brideshead Revisited-achtige verhaal van een roeiersvriendschap in vooroorlogs Amsterdam; Over het water werd genomineerd voor onder meer de Libris- en de Generale Bankprijs en werd gekocht door meer dan vijfentwintigduizend mensen. Van den Brink: ,,Dan is het `marketingtechnisch' natuurlijk fataal om in je volgende boek een hele andere weg in te slaan.''

De positieve ontvangst van Over het water beschouwt Van den Brink als `een kadootje'. ,,Toch begon ik me er al gauw ongemakkelijk onder te voelen. Het verhaal van Anton, die roeiend op de rivier zijn geluk vindt, werd gezien als een verstild, wijs boek, en dus dachten de lezers dat de schrijver ook oud en wijs was. Het was niet de enige verwachting waaraan ik niet kon of wilde beantwoorden. Ik herinner me dat ik ergens signeerde en dat iemand zei: `Perfect boek, zoiets lukt je nooit meer'. Maar het was juist erg gemakkelijk geweest om te komen met een tweede Over het water: iets overzichtelijks en melancholieks, veilig gesitueerd in een tijdloos verleden. Laat nu maar eens zien of je echt wat kunt, denk ik dan; ik wilde schrijven over een man en een vrouw en over het Nederland van de jaren negentig.''

Hart van glas - dat twee keer zo dik is als de vorige romans van Van den Brink (,,ik had geen tijd om een dun boek te schrijven'') - gaat over een obsessieve liefde die van één kant lijkt te komen. Erik Loeff, een ongebonden, tamelijk arrogante projectontwikkelaar van middelbare leeftijd die zijn leven op orde denkt te hebben, ontmoet op een feestje van de zaak de geheimzinnige Julia. Het is lust op het eerste gezicht, maar geluk brengt de femme fatale hem niet. De onwil van Julia om zich te geven, brengt Loeff uit balans. Hij verwaarloost zijn werk, en als hij na een op- en afrelatie uiteindelijk de bons krijgt, is inmiddels ook zijn droom om langs de snelweg een volledig uit glas opgetrokken woon-werkgebouw neer te zetten aan scherven gevallen.

,,Ieder boek begint voor mij met een abstract idee dat ik verbind met een concrete locatie'', zegt Van den Brink bij een mok koffie die de champagnekater van een etentje met zijn uitgever moet verdrijven. ,,Over het water was de uitwerking van het geluksgevoel dat ik had toen ik als 20-jarige fanatiek roeide; het werd pas een boek toen ik een keer door de edelstenenbuurt aan de Amstel liep en mezelf voorstelde hoe iemand die nauwe, donkere huizen zou ontvluchten door het water op te gaan. Voor Hart van glas kwam de inspiratie uit het landschap van de snelweg. Ik rijd iedere ochtend naar mijn werk in Hilversum, en zie telkens weer nieuwe kantoren de lucht in steken. Wie zijn de mannen die dat neerzetten? vroeg ik me af. Hoe zien hun levens eruit? Wat voor soort relaties hebben ze? Zo kwam ik op Erik Loeff, en daarmee op Julia, die voor een groot deel de projectie is van Loeffs dromen en frustraties. Dat laatste verbindt Hart van glas trouwens met zijn voorganger; in Over het water is David, het bewonderde roeimaatje, ook een projectie van de hoofdpersoon. Je ziet hem door Antons ogen en komt bar weinig van hem te weten.''

Zomervakantie

Een jaar geleden, tijdens de Plantage-uitzending rondom de uitreiking van de Generale Bank Literatuurprijs, wekte H.M. (Hans Maarten) van den Brink verbazing en afgunst met zijn opmerking dat hij Over het water in een zomervakantie had geschreven – zijn baan bij de VPRO verhinderde dat hij er langer over deed. Hart van glas schreef hij in een zomer (de verregende van 1998, die de achtergrond vormt van een deel van de roman) plus een nazomer (die van dit jaar). ,,Er is altijd tijdnood, maar dat is juist goed'', zegt Van den Brink, die als correspondent en verslaggever van NRC Handelsblad (1982-1995) niet in zijn eerste deadline gestikt is. ,,Over mijn eerste roman, De vooruitgang, heb ik veel langer kunnen doen; het resultaat was dat het boek té goed in elkaar zat en dat het zo ingewikkeld was dat niemand het meer begreep. Ik ben geen aanhanger van de gedachte `Als het lang duurt, zal het wel goed zijn'. Dat is net zo'n grote onzin als de stelling dat journalisten geen goede schrijvers kunnen zijn, dat de vluchtigheid van journalistiek zich niet verdraagt met de `diepgang' van literatuur. Van die smetvrees heb ik nooit last gehad. Drukinkt die afgeeft – heerlijk. En veel schrijven leert schrijven.''

Dat Hart van glas meer tijd kostte dan Over het water kwam doordat Van den Brink het boek een tijdje heeft weggelegd; de auteur had moeite met de tekening van de hoofdpersoon. ,,In het begin maakte ik van Erik Loeff een oppervlakkige man, een uitvloeisel van zijn snelle, lege wereld. Ik wilde een boek schrijven over oppervlakkigheid, maar natuurlijk geen oppervlakkig boek. En dus moest ik Loeff een achtergrond geven, moest ik een echt mens van hem maken. Het was de uitdaging om hem zowel sympathiek als onsympathiek te laten overkomen. Aan de ene kant is hij een slachtoffer: van de schijnbaar meedogenloze Julia, die een spelletje met hem speelt, en van de kantoorpolitiek van zijn collega's. Het pleit bovendien voor hem dat hij een droom heeft. Door zich in te zetten voor het glasgebouw van een revolutionaire architect maakt hij zich kwetsbaar en verstoort hij de veilige orde in zijn leven.

,,Aan de andere kant is Erik Loeff een man met een groot `verlangen naar moeiteloosheid'. Hij wil de dingen kado krijgen en nergens moeite voor doen, of het nu de relatie is met de kinderen uit zijn stukgelopen huwelijk of zijn liefde voor Julia, al wordt je dat laatste pas duidelijk aan het eind van het boek. Hij is als een klein kind: hebben-hebben-hebben en niks teruggeven. Hart van glas gaat ook over de kinderachtigheid van mannen. Geen wonder dat Loeff geobsedeerd is door Bill Clinton; de machtigste mannen zijn nu eenmaal de kinderachtigste. En ja, Hart van glas is een manvijandig boek.''

Systeemplafonds

Erik Loeff zit in het vastgoed. Dat is niet zomaar, onderstreept Van den Brink. ,,In de meeste Nederlandse romans is de hoofdpersoon kunstenaar, schrijver, student, journalist zonder deadlines of iemand met een ander beroep waarin je zogenaamd niks te doen hebt. Over het dagelijkse werk, onder de systeemplafonds en tegenover het koffiezetapparaat, lees je niets – behalve misschien in Het Bureau van Voskuil, maar dat is niet bepaald een doorsneekantoor. Hart van glas moest zich afspelen in de wereld van de snelwegwerkers en bovendien aan het eind van de jaren negentig. De lezer moet het idee krijgen: het is nu, dit is ook mijn leven, dat was de zomer van `98, toen we de radio maar hoefden aan te zetten om te horen dat er oorlog was in voormalig Joegoslavië en dat Clinton door Lewinsky was gepijpt.

,,Het gangbare idee is dat een schrijver door het gebruik van eigentijdse namen en verwijzingen zijn boeken sneller gedateerd maakt. Maar in Amerika heeft niemand daar moeite mee en stoppen John Updike en Philip Roth hun romans vol met actualiteit. Een boek als Memoirs of the Ford Administration wordt er heus niet minder op als er een andere president aan de macht is. Een boek is goed of niet, of het nu een beeld geeft van 1998 en '99 of van een tijdloos verleden.''

Zoals Allard Schröders recente roman Grover niets te maken had met de gelijknamige Sesamstraatfiguur, zo is Hart van glas niet vernoemd naar de Blondie-hit `Heart Of Glass'. ,,Ik had de titel al voor ik me het nummer herinnerde'', stelt Van den Brink. Des te opmerkelijker omdat popmuziek een belangrijke rol speelt in de roman. Als de eeuwige jongeling die hij is, kan Erik Loeff niet zonder zijn jukebox en zijn car stereo. Muzieksmaak is voor hem een manier om de mensen om hem heen in hokjes te stoppen: hijzelf houdt van Tom Waits en de Red Hot Chili Peppers, zijn banalere collega's draaien `gepasteuriseerde hits uit de jaren zeventig'. En de ruige liedjes van de jaren-zestigband The Troggs zijn voor de sentimentele Loeff de achtergrondmuziek van de gelukkigste tijd van zijn leven: toen hij nog in een dorp woonde waar stilte heerste en de onbebouwde polder nergens ver weg was.

Toch is popmuziek maar een onderdeel van wat Van den Brink de `soundtrack' van Hart van glas noemt. ,,Zoals Erik Loeff constateert, is het nooit stil in Nederland. Waar je ook zit, je hoort altijd de snelweg of de vliegroutes en anders wel de geluiden van de mensen zelf. Holland is vol. `Niemand heeft het zo bedacht en niemand gaat erover', denkt Loeff als hij langs de bouwlocaties rijdt; `maar toch gebeurt het.' Misschien schijnheilige gedachten voor iemand die de hele dag met vastgoed bezig is, maar het is nu eenmaal spannender om een projectontwikkelaar als hoofdpersoon te hebben die vindt dat Nederland te vol is dan een boswachter.''

Secretaresse

,,Loeff is een tegenstrijdig mens, net als ikzelf en de meeste mensen om me heen. Hij wil gebouwen neerzetten maar denkt met weemoed aan `dorpen die dertig jaar geleden nog dorpen waren'; hij heeft zijn mond vol van stilte maar zorgt dat er voortdurend een cd'tje in zijn speler zit; hij bewondert zijn secretaresse maar kijkt nogal paternalistisch op haar neer; hij is er trots op dat hij zijn kinderen alle vrijheid heeft gegeven maar weigert in te zien dat hij ze daarmee op grote afstand heeft gehouden. Hart van glas zou mislukt zijn als het geen vorm zou geven aan dit soort dubbelheid.,,In een roman is al het eenduidige onnut. Op het niveau van de zin moet alles helder zijn als glas, daarboven streef je naar raadselachtigheid. Wat je opschrijft moet schuin blijven steken in het hoofd van de lezer, zodat het er een tijdje rond kan spoken. Over het water zou heel wat minder indruk maken als ik er expliciet in had gezet dat David joods is en dat Anton zichzelf vlak voor de bevrijding verdrinkt. Het is de vraag, en dat moet ook zo blijven, of dat zo is. En zo is het ook met Hart van glas: als ik van begin af aan duidelijk had gemaakt dat Erik een minder sympathiek slachtoffer is en Julia geen meedogenloze schoonheid, dan had niemand het hoeven lezen. Een goed boek is als een steentje in je schoen.''

Het streven naar ontregeling is volgens Van den Brink ook de verklaring voor de thrillerplot die halverwege Hart van glas opduikt: Loeff krijgt anonieme brieven van iemand die hem waarschuwt voor Julia. Niet de toegevoegde suspense is opmerkelijk maar de terloopsheid waarmee het mysterie in de laatste bladzijden van het boek wordt opgelost. Van den Brink: ,,Ik ben bepaald geen aanhanger van W.F. Hermans' theorie over de mus die terugkomt nadat hij in het eerste hoofdstuk van het dak is gevallen. De legpuzzels en `well-made novels' van iemand als Anna Enquist interesseren me niet. Goed-geconstrueerde plotjes staan me tegen, iedere avond kun je er vijftig op televisie zien – allemaal even perfect, maar een dag later kun je ze niet meer navertellen. Waar ik wel van houd is het wisselen van register; ik schep er genoegen in om in Hart van glas het liefdesverhaal niet alleen te doorsnijden met thrillerelementen en discussies over ruimtelijke ordening, maar ook met een verwijzing naar de `onsterfelijke ziel' van Eriks moeder. Lezers kunnen dat ergerlijk vinden, maar alle literatuur die de moeite waard is overtreedt de wetten van het genre.''

Het genre van H.M. van den Brink is de roman. Hij bewaarde zijn ervaringen als correspondent in Amerika en Spanje voor drie non-fictieboeken – Reis naar de West, Boven de grond in Washington en New York en De dertig dagen van Sint Isidoor – en hield zich in zijn romans verre van het autobiografisch proza dat in de Nederlandse literatuur tegenwoordig de toon zet. Hij heeft wel plannen voor een autobiografisch boek – een Geert Mak-achtige geschiedenis van zijn familie – maar zal dat dan ook als non-fictie publiceren. ,,Je hebt natuurlijk schrijvers die denken: ik heb een verschrikkelijk boeiende periode in mijn leven meegemaakt en daarover ga ik vertellen. Daar begrijp ik niets van. Ik schrijf juist om iets mee te maken, want in mijn dagelijks leven maak ik niets mee – tenminste, niets spectaculairders dan andere mensen. Voor mij is het de moeite waard om me te verplaatsen in een projectontwikkelaar of in iemand die van zijn kinderen vervreemd is. Maar stel dat in het vastgoed werkte, of dat de relatie met mijn zoontje verpest was, dan zou dat geen onderwerp voor me zijn. Ik wil niet schrijven over wat ik al weet.''

H.M. van den Brink: `Hart van glas'. Uitg. Meulenhoff, 255 blz. Prijs ƒ34,90. Ook `Over het water' en `De vooruitgang' zijn verschenen bij Meulenhoff.

`Ja, `Hart van glas'

is een manvijandig boek'

`Ik schrijf om iets mee te maken'

    • Pieter Steinz