De honderdjarige

MET EEN UITBUNDIG feest in het Scheveningse Kurhaus hebben de Nederlandse werkgevers vorige week het honderdjarige bestaan van hun organisatie gevierd. Als de feeststemming een graadmeter is voor het ondernemersklimaat, dan valt er over de vitaliteit van de Nederlandse economie niet te klagen. De werkgevers straalden op de drempel van de nieuwe eeuw zelfvertrouwen uit. Dat is in voorbije decennia, toen ondernemen haast als een verdachte activiteit werd beschouwd, wel eens anders geweest.

Aan de vooravond van de 20ste eeuw, in 1899, richtten Twentse industriëlen de Vereeniging van Nederlandsche Werkgevers op. Na een lang proces is hieruit VNO-NCW voortgekomen. Samen met de vakbeweging hebben de werkgevers vanaf het begin van de jaren tachtig de tegenstelling tussen kapitaal en arbeid gepacificeerd in een sociaal-economisch model dat later het `poldermodel' werd genoemd. De herwaardering voor het ondernemerschap, zowel bij de vakbeweging als in de politiek, heeft bijgedragen aan het economische herstel, de welvaarts- en banengroei.

Met de opvolging van Hans Blankert, de verenigingsman en nuchtere bemiddelaar die zijn gevoel voor humor nooit verloor, door Jacques Schraven als voorzitter van VNO-NCW doet zich een kentering voor. Schraven is afkomstig van Shell, een van de zwaargewichten achter de schermen van VNO-NCW, en heeft een ruime internationale ervaring.

OP HET EEUWCONGRES zette Schraven een paar accenten die aangaven dat de werkgevers onder zijn leiding wat meer de polemiek zullen zoeken. Nederland profiteert te weinig van de kenniseconomie, informatie- en biotechnologie. De groei van de arbeidsproductiviteit blijft achter. ,,Er staan veel te veel mensen langs de kant, de wegen slibben dicht, er is te weinig ruimte voor nieuwe bedrijven'', betoogde hij. En: marktwerking is nog lang niet voltooid, de zorgsector vertoont een treffende gelijkenis met de winkels in communistisch Rusland, de WAO is een dure structuurfout die moet worden hersteld, de staatsschuld moet versneld worden teruggebracht door een jaarlijks begrotingsoverschot van ten minste één procent.

Dit zijn niet zozeer nieuwe, maar wel frisse geluiden. Temeer omdat kort geleden premier Kok zich liet ontvallen dat het in Nederland mankeert aan ,,echte ondernemers'' die risico's nemen. Bovendien kwam minister Jorritsma (Economische Zaken) onlangs met het rapport Toets op het Concurrentievermogen, waarin de nationale concurrentiekracht vergeleken wordt met die van andere landen. Het gaat goed, maar het kan beter. De Nederlandse economie rijdt volgens Jorritsma ,,met aangetrokken handrem''.

VOORAL DE OVERHEID houdt die handrem vast. De nieuwe bureaucratie van de sociale zekerheid, het onvermogen de WAO terug te dringen, de vastgelopen gezondheidszorg, de politieke aarzelingen bij het bereiken van een begrotingsoverschot, de impasse in de besluitvorming over de infrastructuur, het file-infarct, de carrousel van de bestuurlijke hervorming, de lastendruk: dat zijn allemaal factoren die het `echte ondernemen' waarover Kok zich zorgen zegt te maken, belemmeren. Genoeg onderwerpen, ook voor het VNO-NCW.