Colombia bang voor heropleving van drugsoorlog

Een bomexplosie in een elite-wijk van de Colombiaanse hoofdstad Bogota – de tweede deze week – heeft geleid tot nieuwe speculaties. Is dit de opmaat voor een nieuwe cocaïne-oorlog, zoals Los Extraditables (`de uitleverbaren') die tot begin jaren negentig tegen de overheid voerden?

De bom van 80 kilo, die was verstopt in een geparkeerde personenauto, ging gisteravond af op een drukke boulevard in een van de betere wijken van Bogota. De explosie sloeg een krater van een meter diep, enkele gebouwen stortten in. Zeven voorbijgangers waren op slag dood, er vielen veertig gewonden. Dinsdag raakten bij een andere bomaanslag in Bogota acht mensen gewond, onder wie twee rechercheurs.

Niemand heeft nog de verantwoordelijkheid voor de aanslag opgeëist, maar burgemeester Enrique Penalosa van Bogota twijfelt niet. ,,Deze bomaanslag staat in verband met de uitlevering van drugsbazen.'' Ook de politie vermoedt dat, al werd eerst gedacht aan stadsterreur van de linkse verzetsbeweging FARC.

President Pastrana riep gisteren onmiddellijk zijn Veiligheidsraad bijeen. Achteraf verklaarde minister van Justitie Romulo Gonzalez dat het nog te vroeg was om te spreken van herlevend narcoterrorisme, maar Pastrana voelde zich geroepen te onderstrepen dat de uitlevering van drugsbaronnen aan de Verenigde Staten gewoon doorgaat.

Het lijkt geen toeval dat de aanslag volgt op een besluit van het Hooggerechtshof om twee van smokkel verdachte drugsbaronnen aan de VS uit te leveren. Veertig andere drugsbazen wachten in de gevangenis op uitlevering, onder wie drugsmiljonair Fabio Ochoa.

Uitlevering naar de VS is de nachtmerrie van elke Colombiaanse drugsbaron. Daar wachten draconische straffen en een streng gevangenisregime. ,, Liever in een graf in Colombia dan een cel in de VS'', is een uitspraak van Escobar. Vanaf het midden van de jaren tachtig voerde het Medellín-kartel van Escobar een nietsontziende oorlog tegen uitlevering. De narcoterroristen vermoordden honderden politiemensen, rechters en politici; terreuraanslagen tegen burgerdoelen waren een andere populaire methode.

De narco-oorlog eindigde in remise: Escobar liet zich in 1991 opsluiten in een luxe-gevangenis die hij zelf bestuurde, de murwgebeukte overheid zegde het uitleveringverdrag met de VS op. Twee jaar later werd Escobar doodgeschoten nadat hij uit zijn eigen gevangenis ontsnapte. Maar dat hing vooral samen met de machtsstrijd tussen zijn Medellín-kartel en het veel discretere Calí-kartel.

In 1997 stelde het Colombiaanse parlement onder Amerikaanse druk het uitleveringsverdrag weer in werking. Dit besluit had geen terugwerkende kracht, zodat de leiders van het Calí-kartel, die de verkiezingscampagne van de toenmalige president Samper gul hadden gesteund, een lichte straf konden uitzitten in Colombia. Maar pas dit jaar maakt president Pastrana ernst met de uitvoering: in oktober lichtte de poiltie in nauwe samenwerking met de Amerikanen dertig drugsbaronnen van bed. Colombia houdt de adem in; een nieuwe oorlog aan een nieuw front is het laatste waarop het land wacht.(AP, Reuters)