Bakken aan de bar

De band tussen kranten en strips is altijd onlosmakelijk geweest. Vanaf de geboorte van de strip werden (vooral in Amerika) de dagbladen verlucht met getekende stroken en was er in het weekend zelfs een speciaal stripkatern, de `funny pages'. Al snel werd de tweedeling duidelijk: humoristische `gag-strips' waarin een grap in drie of vier plaatjes verteld moest worden en lange vervolgverhalen met duidelijke cliffhangers (zal Flash Gordon Ming morgen nu eindelijk eens definitief verslaan?). Vooral de eerste zijn uitgegroeid tot een aparte kunstvorm, die slechts weinigen perfect beheersen. Het duo René Windig en Eddie de Jong produceert al iets meer dan tien jaar de krantenstrip Heinz en vond de twintigste bundel aanleiding voor een jubileum. (Ironisch genoeg kwamen de stripmakers een paar weken geleden in opspraak doordat ze in een aantal kranten wegens gebrek aan inspiratie zonder enige waarschuwing oude Heinz-strips hadden laten plaatsen.)

Heinz begon zijn leven als bijfiguur van de punker Rockin' Belly in 1986. In navolging van al die andere beroemde grappige katten zoals Krazy Kat en Garfield kreeg Heinz al snel zijn eigen strip. De Heinz uit die eerste stroken is echter niet dezelfde als de Heinz waar Windig en De Jong nu op proosten. Als een èchte kat stal Heinz met zijn vriend Fritz vissen bij de altijd door vliegen omringde visboer, bakte hij muizen boven een vuurtje, na eerst vriendschap met ze te hebben gesloten en kreeg hij voortdurend hoofdpijn van de domme opmerkingen van honden.

De kracht van Heinz was het knotsgekke, maar toch geloofwaardige universum waar hij zich in bevond en dat, in tegenstelling tot de kat, weinig is veranderd. Moeiteloos breien Windig en De Jong de meest vergezochte thema's aan elkaar, door Heinz op reis te laten gaan naar een soort sprookjesland, te laten figureren in een persiflage op een reclame spot, dienst te laten nemen in het vreemdelingenlegioen of aan te laten monsteren op een schip. Gelaten en met een stuurse mimiek (ogen en mond zijn doorgaans geabstraheerd tot twee horizontale, maar expressieve strepen) beleeft Heinz zijn avonturen terwijl hij regelmatig verzucht dat `hij dat weer heeft'.

Een krantenstrip volhouden vereist niet alleen een originele wereld, waarin actualiteit of `tijdgeest' indirect belachelijk kan worden gemaakt, je moet ook elke dag met een goede grap komen. Het leek er even op dat Heinz zijn beste tijd had gehad. De grappen, als daar al sprake van was, werden moeizaam tot drie plaatjes gerekt, waarbij de clou doorgaans ontbrak. Een parallelle ontwikkeling was de antropomorfisering van de kat Heinz. Heinz steelt tegenwoordig geen visjes meer, hij koopt ze gewoon. Heinz is steeds menselijker geworden, waardoor de standaardgrappen over bezoek aan de dokter of café een deel van hun absurde karakter hebben verloren.

Ook in het jubileumalbum, Proost, Heinz, wordt er veel bier gedronken met de daarbij behorende `bakken aan de bar'. Ditmaal in een zeemanscafé. Na een aantal grappen over Berend Botje en Joepie Joepie wordt Heinz wakker op een schip. Hij wordt overboord gezet en belandt op het `onbewoonde' eiland Janjapië. Daar hebben de twee schipbreukelingen Jan en Jaap hun `samenlevinkje' ingericht met belachelijk veel regeltjes en bureaucratische wetjes (`Nee, Heinz, na het eten wordt er niet gelopen, er wordt pijp gerookt en verhalen verteld'). Ondanks het verbod, bouwt Heinz een bootje en belandt vervolgens via een tovervisje in Atlantis, om uiteindelijk met geheugenverlies weer thuis aan te komen.

Zoals meestal het geval is, bestaat ook deze Heinz-bundel uit een aantal lange verhalen, die worden verteld via korte grappen. Het lezen van een bundel krijgt door die verhaallijnen een meerwaarde. Wil een losse strook in de krant nog wel eens begin noch einde hebben, wanneer ze achter elkaar staan, lees je gewoon het `verhaal' en ben je je minder bewust van het gebrek aan humor van sommige stroken. Dat is bij deze twintigste Heinz minder vaak het geval dan voorheen. De bijzondere wereld waar Heinz zijn reizen maakt, is nog steeds uniek en levert voldoende stof voor goede grappen.

René Windig en Eddie de Jong: Proost, Heinz! Heinz 20.

Oog & Blik, 67 blz. ƒ17,50

    • Gerard Zeegers