Als Sint bij jou komt logeren

Sint Nicolaas en Zwarte Piet staan voor op de stoomboot, die volgeladen met cadeautjes naar Nederland en België vaart. Ze zeggen niet veel. Met een glazige blik staart Sint naar de meeuwen. Af en toe werpt hij ze verstrooid een handje pepernoten toe. Zijn baard flappert in de wind. Piet aarzelt. De Sint lijkt tobberig. Een arm om de Goedheiligman heenslaan durft Piet niet, ze kennen elkaar al jaren, maar daar is de Sint net iets te heilig voor. Piet heft voorzichtig zijn gehandschoende hand voor een bemoedigend klopje op de rood fluwelen schouder van Sinterklaas. Maar dan spreekt de Sint ineens luidop: ,,Zie je die streep daar in de verte Piet? Dat zal de kust van Nederland zijn. Ik zeg het je ronduit, Piet, ik zie op tegen mijn verblijf.'

Piet zucht. Wat haalt die oude zich nu weer in het hoofd? Denkt hij dat de kinderen niet voor hem zullen zingen? Dat ze niet blij zijn met de cadeaus uit het ruim? Is hij bang om uit te glijden op de daken? ,,Dat is het allemaal niet, mijn jongen,'' glimlacht Sinterklaas. ,,Wat mij zorgen baart, is ons onderkomen de komende dagen. O, mooi zijn ze, de kastelen waar wij altijd mogen logeren. Maar het tocht in de gangen. Dat is niet goed voor mijn broze botten. En het spookt er. En het is er ongezellig.'' Piet knikt. Ook hij ziet op tegen het logeeradres. Uren is hij er dagelijks kwijt om het spinrag uit zijn krulletjes te plukken, uren waarin hij eigenlijk moet dichten. 's Ochtends moet hij de vleermuizen uit de mijter jagen. En de schimmel is doodsbenauwd voor het geritsel in het hooi van de oude stallen en moet elke avond in slaap worden geaaid.

Piet peinst. Dan lacht hij ineens breeduit, zijn gouden oorringen rammelen ervan. ,,Is er eigenlijk iets in dit leven dat jij serieus neemt, jij olijkerd,'' begint Sint boos. ,,Niet kwaad worden, Sint, ik lach u niet uit. Ik weet een oplossing!'' juicht Piet. ,,We vragen gewoon of we ergens mogen logeren, bij de mensen thuis. In een gezellig huis waar de kachel ronkt! Waar we onze tandenborstel in het bekertje op de wastafel mogen zetten, waar we mee mogen eten en kunnen slapen in een logeerkamer of in een stapelbed bij een kind of zo.' Een glimlach breekt door Sint's baard. Zou hij dan eindelijk eens mogen meemaken hoe het leven is in al die warm verlichte kamers waar hij door de schoorsteen altijd in kan kijken? ,,Hulde, Piet, hulde. Dat is een geniaal idee. Wat denk je, mogen we dan ook televisie kijken en op de computer spelen?''

Piet hoort Sint nauwelijks. Hij bedenkt net dat hij dan eindelijk misschien ook eens een muil mag zetten, naast het rijtje kinderschoenen bij de schoorsteen. Opeens durft hij toch een arm om de Sint heen te slaan. ,,Ik stuur meteen een telegram en een e-mail naar de Kinderpagina, Sinterklaas! Dan vraag ik om een huiselijk logeeradres.' Sint Nicolaas glimlacht dromerig en schurkt zich eens lekker tegen zijn Piet aan. Dan pelt Piet zich voorzichtig uit de omhelzing en grijpt zijn telefoon:

,,BESTE KINDEREN VAN DE KINDERPAGINA-STOP-MOGEN WE KOMEN LOGEREN?-STOP-SINT HEEFT ZIJN EITJE GRAAG HALFZACHT-STOP-WAAR KUNNEN WE SLAPEN-STOP-WAAR MOGEN WE MEE SPELEN?-STOP-WAT ETEN WE?-STOP-HOE LAAT MOETEN WE NAAR BED?-STOP-VERGEET NIET DAT HET PAARD OOK KOMT LOGEREN-STOP-WE ZOEKEN HET BESTE LOGEERADRES! TEKEN OF SCHRIJF ONS-STOP-GAUW! WANT WE ZIJN ER AL BIJNA. NAMENS DE SINT EN DE SCHIMMEL, PIET-STOP.'

Beschrijf en teken wat jij zou doen als Sint en Piet een nachtje bij jou zouden komen logeren. Waar kunnen ze slapen? Krijgen ze een speciaal ontbijt? Hoe gedragen je ouders zich. Hebben ze een ochtendhumeur? Laat je de Sint nog iets leuks thuis of in de buurt of op school zien? Heb je een lief huisdier als speelkameraad voor het paard? Stuur een tekening, een gedicht, een verhaal of een eigengemaakte reclamefolder aan NRC Handelsblad, Kinderpagina, Paleisstraat 1, 1012 RB Amsterdam. Schrijf SINT LOGEERT op de enveloppe. Wie weet win je je naam in chocoladeletters. Zet duidelijk je naam, leeftijd en adres op je brief en tekening. Je brief moet uiterlijk 29 november november binnen zijn. Je hebt nog ruim twee weken.

    • Judith Eiselin