Afspraak joodse tegoeden rechtmatig

De overeenkomst die het Centraal Joods Overleg en het Verbond van Verzekeraars deze week hebben gesloten is niet onrechtmatig. Dat heeft de vice-president J. Branbergen van de Amsterdamse rechtbank in een kort geding bepaald.

De Nederlandse verzekeraars betalen de joodse gemeenschap 50 miljoen gulden als compensatie voor nooit uitgekeerde polissen van joden die door de nazi's zijn vermoord, zo werd dinsdag bekend. Het Verbond van Verzekeraars en het Centraal Joods Overleg hebben hier enkele jaren over onderhandeld. Twee organisaties, het Verbond Belangenbehartiging Vervolgingsslachtoffers (VBV) en het Comité Ex-Nederlandse Vervolgden uit de Bezettingstijd, maakten bezwaar tegen het akkoord omdat zij vreesden dat het CJO het geld niet aan individuele getroffenen zal geven maar aan collectieve doelen. Het CJO zou volgens deze organisaties niet de hele joodse gemeenschap vertegenwoordigen.

De vijftig miljoen gulden wordt volgens de overeenkomst in drie delen verdeeld. Vijf miljoen gaat naar een monument, twintig miljoen komt in een stichting die individuele claims zal beoordelen en eventueel zal uitbetalen en 25 miljoen komt in een stichting waarvan de joodse gemeenschap de bestemming zal bepalen.

De rechter, die het conflict tijdens de zitting ,,treurig'' noemde, oordeelt dat het CJO een brede laag van de joodse gemeenschap vertegenwoordigt. Daardoor was het de meeste geëigende instantie om met de verzekeraars te onderhandelen. De rechter haalt ook nog het persbericht aan waar in tegenstelling tot de overeenkomst van wordt gesproken dat een referendum onder joodse oorlogsslachtoffers zal bepalen waar de 25 miljoen gulden aan wordt besteed. Tijdens de zitting liet de rechter al blijken dat hiermee de twee organisaties tegemoet worden gekomen. De ondertekening van de overeenkomst was in het verband met het geding uitgesteld. Door de gunstige uitspraak voor de verzekeraars en het CJO heeft dit inmiddels plaatsgevonden.