Het nieuws van 12 november 1999

Schrijver met den mitrailleur

Het aantal gepubliceerde ego-documenten dat na de oorlog over de bezettingsperiode verscheen, is na meer dan vijftig jaar aangegroeid tot een aanzienlijke stapel. De dagboeken van Anne Frank en Etty Hillesum, de memoires van Weinreb, tot en met de jongensboekachtige herinneringen van `soldaat van Oranje' Erik Hazelhoff Roelfzema toe, alllemaal geven ze vanuit hun eigen optiek inzicht in een aspect van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Compleet is dat beeld niet. Tussen al die publicaties zocht men tevergeefs naar de stem van de `andere kant': de NSB'ers, de SS'ers, de Jeugdstormers, de `Koenraads' van de Nederlandsche Arbeidsdienst. Weliswaar schreef de inmiddels in vergetelheid geraakte schrijver Jan H. Eekhout in 1954 zijn apologetische Vlucht naar de vijand, waarin hij rekenschap gaf van zijn NSB-verleden en waarvoor Anton van Duinkerken nog een sympathieke inleiding schreef, maar hij deed dat in romanvorm en verschool zich achter hoofdpersoon Paul Nijland. In 1967 volgden Armando en Sleutelaar met hun boek De SS'ers, waarin anoniem een aantal Oostfrontstrijders aan het woord kwamen, al dan niet aan het spreken gebracht met flinke glazen alcohol. Toch bood juist dit boek voor het eerst een blik achter de schermen van het nationaal-socialistische milieu. De nationale verontwaardiging was groot (`ze hadden niets geleerd') en verklaarde ook meteen waarom in Nederland getuigenissen vanuit die hoek, afzonderlijk en niet voorzien van commentaar, werden gemeden.