Van de hoed en de rand

Ceci n'est pas un chapeau, zou er bij veel hoeden op de tentoonstelling Hoed in beweging in het Textielmuseum in Tilburg kunnen staan. Maar wat is `Ceci' dan wel? Ceci is vooral ludiek: een miniatuurversie van de Rotterdamse Erasmusbrug die je op je hoofd kunt zetten, een droogboeket dat ook als hoed dienst kan doen, een mandje van stof of een enorme scheerkwast die je met roze linten om je hoofd kunt binden.

Hoedenmakend Nederland - en een paar vakgenoten uit Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, België en de Verenigde Staten - heeft zich enorm uitgesloofd na de uitnodiging van het Hoeden Platform, de belangenvereniging van de branche, om een hoofddeksel te ontwerpen voor de tentoonstelling. Marianne Jongkind, ontwerper voor Edgar Vos en eerder voor Frank Govers, is de maker van de Erasmusbrug: in tegenstelling tot haar doorgaans heel draagbare hoeden is het een speels object geworden. In diezelfde categorie valt het `draagsculptuur' van de in Canada wonende Nederlander Theo Wouters. Hij fabriceerde een bolletje bekleed met Afrikaans vismotief dat is ingeklemd tussen een aantal gele stokjes en waar, bij wijze van zonneklep, een lapje gaas tussen is gespannen. Het geheel is opgevrolijkt met kralen die dobbers moeten voorstellen.

Het moderne hoofddeksel is geen kwestie meer van de hoed en de rand, zou de boodschap van deze leuke tentoonstelling kunnen zijn, die deze zomer één dag te zien was op het Wonder op Water-festival in Rotterdam. Een hoed heeft niet meer per definitie een bol en de rand ontbreekt steeds vaker. Of het tegenovergestelde is het geval: de rand vormt de hele hoed. Deze variant is de laatste jaren met veel succes toegepast door de Amsterdamse hoedenontwerpster Mirjam Nuver in haar zogeheten bouwpakket-serie: een losse bol waar randen in verschillende vormen en kleuren omheen gehangen kunnen worden en waarvan de randen ook los te dragen zijn als zonneklep.

Een voorbeeld van een rand zonder hoed op deze expositie is een enorme bruine rand van de beginnend ontwerpster Petra van der Kaa: haar hoed doet denken aan een wat groot uitgevallen kroon of, iets oneerbiediger, een fruitschaal zonder bodem. Haar inspiratie haalde ze uit Afrika, waar veel vrouwen goederen op het hoofd vervoeren. Ook het stoffen mandje zonder bodem van de Britse Tonya Peck is meer rand dan hoed: alleen het smalle hengsel steunt op het hoofd. Het ontwerp is apart, maar de saaie kleur beige doet afbreuk aan de vrolijheid van het geheel.

Patisserie blijkt populair als inspiratiebron. Jackie Habets maakte een goudkleurige cloche met `slagroompuntjes', omgeven door heel fijn koperkleurig draad en Mirjam van den Dungen, pas afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem, ontwierp een sierlijke, vilten `bonbon' met op vier punten een plukje krullen die aan walnoten doen denken.

De expositie, die een dertigtal hoeden omvat, herbergt meer grapjes: zo maakte Gon Hoogvliet een vilten hoed met een enorm brede in rood en zwart waar `diapositief' een vrouwengezicht met hoed en zonnebril in is verwerkt. Bepaald niet om mee in de tram te gaan zitten is de scheerkwast met de roze linten van Bart Konter, een van de weinige mannelijke hoedenmakers in Nederland. Bij deze hoofdtooi doemen beelden op van witgeschminkte Oosterse dames in kimono. Verrassend zijn zijn ontwerpen altijd: eerder maakte hij onder meer hoeden van rubber.

Eigenlijk heeft deze tentoonstelling maar één nadeel: je mag al die leuke hoeden niet opzetten.

Expositie `Hoed in beweging', t/m 6 jan in het Textielmuseum, Goirkestraat 96, Tilburg. Tel 013-5367475. Di t/m vr 10-17u, za/zo 12-17u. Internet: www.tilburg.nl/textielmuseum

    • Friederike de Raat