Toeristen overspoelen Amsterdam

Amsterdam is de vierde toeristenstad van Europa. Het gemeentebestuur wil meer. Maar pas op, de stad gaat aan succes ten onder.

Oversteken met de neus in de plattegrond. Doof voor het geluid van fietsbellen. Betalen met Duitse marken. Op zoek naar drank, drugs en seks en bij voorkeur opererend in groepen. De toerist. In de top-tien van ergernissen van Amsterdammers komt hij niet voor. Maar waarschijnlijk alleen omdat hij door de onderzoekers niet in het rijtje wordt aangeboden. Natuurlijk, Amsterdam is geen Blaricum en de economie van de stad vaart er wel bij – maar hoeveel toeristen kan een stad aan?

Op zondag zit de binnenstad van Amsterdam potdicht, een lange file auto's staat voor de parkeergarage van de Bijenkorf op de Dam. Op een mooie zomeravond zijn in het uitgaansgebied volgens de politie al snel 60.000 bezoekers te tellen. Ter vergelijking: de binnenstad heeft 79.000 bewoners.

Amsterdam is de vierde toeristenstad van Europa. Een kleine vier miljoen toeristen blijft er jaarlijks overnachten (in totaal 8,2 miljoen overnachtingen). Daarnaast zijn er 4,7 miljoen Nederlanders die gemiddeld vier keer per jaar een dagje Amsterdam doen.

,,Ik vraag me af'', zei korpschef Jelle Kuiper onlangs op AT5, ,,slijt het allemaal niet te hard? Is het allemaal niet te massaal?'' Het was geen particuliere hartenkreet van een politiechef woonachtig te Alkmaar. Stadsgeograaf Jos Gadet schreef in zijn proefschrift over publieke ruimten: ,,Toeristen horen te gast te zijn in de stad, niet de baas.'' Gadet bestudeerde het vrijetijdsgedrag van jonge, alleenwonende Amsterdammers en kwam tot de conclusie dat ze zich van sommige, toeristische delen van de stad volledig hebben afgekeerd. En zelfs de woordvoerder van Amsterdam Tourist Board (voorheen de VVV) zegt: ,,De binnenstad komt aan de grenzen van haar opvangcapaciteit.''

Toch kan het volgens het gemeentebestuur van Amsterdam altijd meer. Om in de pas te blijven met de Europese concurrenten wil Amsterdam dat het toerisme met gemiddeld vier procent per jaar stijgt. Daarvoor moeten er in Amsterdam in ieder geval 5.000 hotelbedden bijkomen. Amsterdam heeft nu 32.000 hotelbedden, maar als er bijvoorbeeld een congres in de RAI is, is meteen de hele voorraad bezet. Ongeveer 1.000 bedden wil de wethouder in de binnenstad kwijt. Los van bestaande plannen om van het Scheepvaarthuis, nu nog hoofdkantoor van het Amsterdams Gemeentevervoerbedrijf, een viersterrenhotel te maken. De binnenstad is weliswaar vol met hotels, concludeerde de Dienst ruimtelijke ordening onlangs in een rapport, maar in het oostelijk deel zijn nog wel wat gaatjes te vinden. Met de komst van de passagiersterminal voor cruiseschepen aan de Oostelijke handelskade komen daar ook dagelijks honderden toeristen extra.

,,Heerlijk toch die drukte in de stad'', zegt Dick Grijpink van de Amsterdamse taxicentrale, zelf woonachtig op een dijk in Monnickendam. Hij heeft zojuist toestemming gekregen om in de piekuren vierhonderd extra taxi's in te zetten. Nu rijdt de TCA dagelijks 25.000 ritten met zo'n 1.000 auto's. ,,Het is inderdaad druk'', zegt manager van de Kalverstraat, Janine Cloosterman. ,,Maar de algemene opvatting is dat we daar blij mee moeten zijn.'' De winkeliers van de Kalverstraat voelen er veel voor om een tweede koopavond in te stellen. ,,Ik verdenk veel mensen ervan dat ze die drukte gezellig vinden'', zegt Wouter van der Kolk, voorzitter van Amsterdam City, dat de belangen vertegenwoordigt van ondernemers en culturele instellingen. Van der Kolk zou graag nog meer toeristen in de stad zien. Niet meer rugzaktoeristen, maar bezoekers ,,die iets te verhapstukken hebben''. Die moet je dan wel een beetje de weg wijzen. Bijvoorbeeld naar kleine speciaalzaken in de Jordaan. In samenwerking met de gemeente legt Amsterdam City nu een databestand aan van ,,kleine, grappige winkeltjes'' waar de gemeente dan een leuk boekje van kan maken. Uit ,,welgemeend eigenbelang'' zullen de middenstanders in de Jordaan volgens Van der Kolk dan vanzelf ook op zondag opengaan.

Het idee valt bij wethouder economische zaken Pauline Krikke ,,in zeer vruchtbare aarde''. Het past in haar idee van het spreiden van toerisme. Voor de niet-Amsterdammer: de Jordaan ligt op vijf minuten loopafstand van de Bijenkorf. Maar Krikke heeft het niet alleen op de Jordaan voorzien. De bewoners van stadsdelen die zich vooralsnog gelukkig prezen in een toeristloze zone te wonen, kunnen zich schrap zetten. ,,We moeten nu ingrijpen, anders loopt de situatie in de binnenstad uit de hand.'' Krikke wil het evenwicht bewaken tussen wonen-werken-recreëren. Daarom wil ze de toeristenstroom over de stad uitsmeren. En daar zijn volgens Krikke tal van mogelijkheden voor. Neem de woningen van de Amsterdamse School in de Spaarndammerbuurt, een van de armere woonwijken in de stad. Die zijn toch een genot voor liefhebbers van architectuur? Hetzelfde geldt voor de woningen op de Oostelijke Eilanden en de nog te bouwen woonwijk in IJburg. Al begrijpt Krikke natuurlijk best dat architectuurliefhebbers en cruisepassagiers ook allemaal de grachten willen zien.

    • Monique Snoeijen