Steeds jonger wijs

Waar moeten kinderen hun recht halen? Bij elf Kinderrechtswinkels kunnen jongeren terecht met hun vragen over juridische zaken.

EEN JONGEN VERBLIJFT illegaal in Nederland en wil weten of hij naar school mag. Een vijftienjarige wil weten hoeveel hij hoort te verdienen als vakkenvuller bij de supermarkt. Bij wie ga je wonen en: waarom mag je je naam niet veranderen als je al jaren bij je moeder in huis woont? Ook kinderen komen vaak met juridische zaken in aanraking. De elf Kinderrechtswinkels in Nederland krijgen jaarlijks duizenden vragen te verwerken. Ook simpele vragen over het werkstuk voor school, maar de meeste kinderen tot achttien jaar willen informatie over ouderlijk gezag, omgang en hun financiële rechtspositie. Echtscheidingsvragen zijn populair, evenals naamswijzigingen.

Het is de juridische positie van minderjarigen die het bestaan van de Kinderrechtswinkel rechtvaardigt. Kinderen kunnen vaak niet zelf over hun toekomst beslissen. En behalve de laagdrempelige Kindertelefoon waren er begin jaren tachtig weinig instanties voor het kind zelf. Ingeborg Galama, coördinator van de Kinderrechtswinkel in Amsterdam: ,,De meeste instellingen zijn niet kindvriendelijk en beslissen, net als de Kinderbescherming, over de hoofden van de jongeren heen wat goed voor ze is.''

In 1985 opende de eerste Kinderrechtswinkel in Amsterdam. Hij komt voort uit het voormalige jongerenadviescentrum JAC. Maar de elf Kinderrechtswinkels in Nederland kennen ieder hun eigen geschiedenis. Sommige ontstonden vanuit de behoefte van reguliere rechtswinkels of werden ingelijfd bij een Bureau Jeugdzorg. De winkels bemiddelen, geven de kinderen advies en ondersteunen hen op juridisch gebied, gratis.

,,We hebben de eerste jaren op fondsen gebouwd. En van de opbrengsten van kinderpostzegels geleefd'', zegt Galama. Pas sinds dit jaar krijgen de Kinder- en jongerenrechtswinkels een jaarlijkse subsidie van 75.000 gulden van het ministerie van Justitie. Hiervan kan de winkel in Amsterdam één coördinator voor de helft bekostigen. De rest van de medewerkers zijn vrijwilligers, die allen rechten studeren of hebben gestudeerd. Als de vragen te gecompliceerd zijn raadplegen ze een advocaat.

Het valt Galama op dat de leeftijd van kinderen die hun recht in eigen hand willen nemen steeds lager wordt. Vanaf acht jaar stappen de jonge cliënten de Kinderrechtswinkel binnen, al zijn de meesten wat ouder. ,,Als je ziet wat veel kinderen al weten over hun arbeidsrecht, bijvoorbeeld, of hoe bijdehand ze zijn over relaties. Een meisje van veertien wil weten of ze met haar vriend van negentien naar bed mag. Het verschil met vroeger is enorm. Kinderen weten meer en zijn eerder zelfstandig.''

Wel zijn er verschillen tussen kinderen die in de Randstad wonen en daarbuiten, zegt Leon Ripmeester van het landelijk bestuur van de Kinderrechtswinkels. In Breda, waar hij coördinator is, krijgt de winkel hooguit een paar honderd vragen per jaar. ,,Als we voorlichting geven op scholen in Amsterdam-Zuid weten de kinderen precies wie we zijn en wat we doen. In Breda hebben ze vaak nog nooit van de Kinderrechtswinkel gehoord.''

De spreekuren – vaak op woensdag- en zaterdagmiddag – zijn het belangrijkst voor de winkels: ze adviseren, bemiddelen en ondersteunen de kinderen op juridisch gebied. ,,We zijn geen maatschappelijk werkers'', waarschuwt Ripmeester. ,,We proberen te zoeken naar een juridisch uitgangspunt om kinderen verder te helpen.'' Wel zeggen Galama en Ripmeester dat het belangrijk is te luisteren naar de werkelijke vraag. ,,Als kinderen klagen over het gedrag van een gezinsvoogd, zijn ze in 99 procent niet tevreden over de situatie waarin ze geplaatst zijn.'' Ook gaan de medewerkers mee naar een zitting bij de kinderrechter of naar een gesprek met een gezinsvoogd.

Sinds kort hebben de winkels eens per maand spreekuur in strafinrichtingen in Utrecht, Leiden en Amsterdam. ,,Daar was een enorme behoefte aan'', licht Galama toe. De kinderen in de strafinrichtingen hebben hun eigen advocaat, maar die heeft meestal weinig tijd. ,,De advocaat komt vaak een kwartier voor de zitting opdagen. De kinderen maken elkaar in de inrichtingen gek over wat er zou kunnen gebeuren.'' De vragen van de kinderen lopen uiteen van ,,waarom zit ik vast en zijn mijn vrienden vrijuitgegaan'', tot: ,,hoe ik krijg ik mijn spullen terug die bij de aanhouding in beslag zijn genomen''.

Hoewel kinderen steeds meer rechten krijgen, waarschuwt Galama voor optimisme, want ,,de rechten zijn in praktijk soms moeilijk uitvoerbaar''. Zo is de emotionele belasting voor kinderen bijvoorbeeld erg groot. ,,Als een kind van school wordt gestuurd, vinden we de ouders meestal wel bereid om voor de kinderen een proces aan te spannen als dat nodig is. Maar wat als het om de eigen ouders gaat'', zegt Galama.

Als een vader de onderhoudsplicht voor de andere ouder niet nakomt en de hulpverleners zijn uitgepraat, kan de Kinderrechtswinkel op verzoek van het kind helpen een brief te schrijven waarin de vader eens pittig wordt aangesproken. ,,Een kind moet dan wel precies weten waar het mee bezig is en wat de gevolgen thuis kunnen zijn.''

Een andere reden waarom er in de praktijk niet veel van kinderrechten terechtkomt is dat een minderjarige zelf niet de financiële middelen heeft om bijvoorbeeld een goede advocaat te vinden. En op veel gebieden hebben kinderen nog geen eigen rechtsingang. Als volwassene kan je bijvoorbeeld je eigen proces beginnen, als kind kan je hoogstens gehoord worden. ,,Maar niemand vertelt die kinderen dat ze gehoord kunnen worden.'' Hetzelfde geldt voor het naamsrecht, het inzagerecht, of het klachtenrecht. ,,Ze zouden bij de ingang van iedere school folders over kinderrechten in de handen van de scholieren moeten drukken.''

    • Esther Rosenberg