Stadionverbod niet effectief

De Kamer wil dat rechters stadionverboden opleggen aan relschoppers in en om voetbalstadions. Dat kan al, pareert minister Korthals. Toch komt het zelden voor.

Circa negenhonderd relschoppers hebben op dit moment een stadionverbod in Nederland, maar vrijwel niemand is verplicht om zich op wedstrijddagen op het politiebureau te melden. Dat moet anders, zeggen Tweede-Kamerleden die deze week in Marseille werden voorgelicht over de Franse wetgeving. Het overgrote deel van de stadionverboden wordt via een civielrechtelijke procedure aan de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) overgelaten. De bond laat in zo'n geval de relschoppers door de gerechtsdeurwaarder een stadionverbod aanzeggen. Daarbij heeft het ministerie van Justitie het openbaar ministerie gemachtigd gegevens over de relschopper aan de KNVB te verstrekken. Als een relschopper vervolgens het aangezegde stadionverbod negeert, kan de KNVB hem een boete van duizend gulden opleggen en de termijn van het verbod verdubbelen. Wat de bond graag wil is het verplicht opleggen van een meldingsplicht tijdens wedstrijden. Maar dat mag niet volgens de wet.

De commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die deze week een bezoek bracht aan de Franse steden Lyon en Marseille, ziet meer in stadionverboden opgelegd door de strafrechter dan door de KNVB. De Kamerleden oriënteerden zich onder meer op de maatregelen die Frankrijk heeft getroffen ter voorbereiding op de WK 1998. Nederland en België organiseren volgend jaar het voetbaltoernooi Euro 2000. De commissie raakte deze week onder de indruk van de wijze waarop stadionverboden in Frankrijk zijn geregeld.

In Frankrijk worden relschoppers een stadionverbod voor maximaal vijf jaar opgelegd door de rechter als bijkomende straf. In dat geval moet de veroordeelde zich bij elke wedstrijd van zijn club melden bij de politie. Doet hij dat niet, dan moet hij alsnog de voorwaardelijk opgelegde celstraf van maximaal twee jaar uitzitten. ,,Zo moet het dus. Dat moeten we ook in de Nederlandse wet regelen'', sprak de commissie unaniem vanuit Marseille. ,,Daar zijn we het helemaal mee eens'', zegt KNVB-woordvoerder R. de Leede. ,,We pleiten daar al jaren voor.''

Wat in Frankrijk gebeurt kan hier al lang, zegt minister Korthals van Justitie. Op het ministerie van Justitie in Den Haag werd dan ook met enige verbazing kennis genomen van de berichten die vanuit Frankrijk in de media verschenen. ,,Wat de Kamer wil staat al in de wet. Daar is geen nieuwe wetgeving voor nodig'', zei een woordvoerder van Korthals. Op 14 mei 1996 sanctioneerde de Hoge Raad een door de rechter opgelegd stadionverbod van vijf wedstrijden ínclusief meldingsplicht. Sindsdien worden dergelijke stadionverboden enkele keren per jaar in rechtbanken opgelegd.

Vandalen kunnen volgens een woordvoerder van Korthals bij een voorwaardelijke veroordeling een stadionverbod van drie jaar opgelegd krijgen. De proeftijd van de voorwaardelijke straf is drie jaar. Dergelijke verboden moeten worden geëist door het OM en worden toegewezen door de rechter. Eén ander gebeurt op grond van artikel 14 in het wetboek van Strafrecht onder de 'voorwaardelijke veroordeling met bijzondere voorwaarden'.

De Kamerleden reageerden weer met verbazing op de reactie van Korthals. Kamerlid Rijpstra (VVD): ,,Ik herinner me heel goed dat vorig jaar is gekozen voor een civiele procedure zoals de KNVB dat wilde. Met in het achterhoofd dat het altijd nog de strafrechtelijke kant op kon.'' Van Heemst (PvdA): ,,Als Korthals vindt dat dat al in het strafrecht staat, moet hij dat de Kamer maar eens goed uitleggen. De strafrechter dient uit te spreken op grond van heldere wetgeving, zo meen ik.''

De Tweede Kamer wil half december met Korthals een debat voeren over de stadionverboden. Het is maar de vraag of stadionverboden die door rechters worden opgelegd effectiever zijn dan de verboden van de KNVB. ,,De rechter bepaalt of hij wel of geen verbod oplegt. En als de rechter een stadionverbod oplegt, heeft de verdachte altijd veertien dagen de tijd om in beroep te gaan'', zegt een woordvoerder van Justitie. Euro 2000 duurt drie weken.

De KNVB wil overigens niet dat alle stadionverboden via de rechter gaan lopen. ,,Nee, ze moeten het zo regelen dat wij stadionverboden met een meldingsplicht kunnen opleggen'', aldus De Leede. Dat is volgens Justitie echter niet mogelijk: een meldingsplicht kan alleen door de strafrechter worden opgelegd.

    • Koen Greven
    • Bram Pols