`Sluit nooit vriendschap met een Byzantijn'

De internationale gemeenschap wil een doorbraak forceren om het gespleten Cyprus één te maken. Maar de Turks-Cyprioten zetten zich alvast schrap: ,,Wij vergeten nooit wat er voor de scheiding in 1974 is gebeurd.''

In zijn stamcafé in Gecitkale op Turks-Cyprus gaat de 66-jarige Erol Murat er goed voor zitten. ,,Luister maar naar mijn verhaal, dan begrijp je precies wat wij van de Byzantijnen vinden.'' De stamgasten van het café, bijna allen Turks-Cyprioten die in 1974 tijdens de troebelen op het eiland voor de `Byzantijnen' (de Turkse naam voor Grieks-Cyprioten) op de vlucht sloegen, knikken instemmend als Erol ,,de waar gebeurde geschiedenis'' vertelt. ,,Een Byzantijn en een Turk konden goed met elkaar opschieten. Zij kwamen op elkaars bruiloft, speelden met elkaars kinderen, hun hele leven hadden ze met elkaar te maken. Op een dag voelde de Byzantijn dat hij dood ging, en hij riep zijn Turkse vriend bij zich. `Luister', zei hij tegen de Turk, `Je moet beloven dat je nooit meer vriendschap sluit met een Byzantijn. Ik was je buurman en ik hield van je, en daarom kon ik je niets doen. Maar zelfs ik voelde zoveel haat jegens jou dat ik, als ik achter je liep, op je schaduw trapte om van mijn agressie af te komen. Kun je nagaan wat alle andere Byzantijnen met je willen doen.''

Erol denkt vaak aan het verhaal als hij weer hoort wat de een of andere hotemetoot uit Europa of de Verenigde Staten te berde weet te brengen over een zogeheten oplossing voor de tegenstellingen op het eiland. Want de internationale gemeenschap, zegt Erol, wil sinds enige tijd een doorbraak forceren op Cyprus. Europa wil vrede op Cyprus omdat het Griekse deel van het eiland uitzicht heeft op lidmaatschap van de Europese Unie. Zo'n vrede zou veel problemen bij de toelating van de Byzantijnen tot de EU in de kiem smoren, denkt Erol. En de Verenigde Staten is de openlijke strijd tussen bondgenoten Griekenland en Turkije om Cyprus al jarenlang een doorn in het oog. ,,Maar buitenlanders weten nauwelijks wat er hier voor 1974 is gebeurd. Zij vergeten, maar wij vergeten nooit.''

In het café in Gecitkale hebben ze het nog elke dag over de moeilijke dagen van voor 1974. Erol woonde in een dorpje temidden van de Grieks-Cyprioten. Hij vond het leven een hel. De Byzantijnen sarden en treiterden hem zó dat hij in 1974 al zijn bezittingen op de tractor laadde en naar het Noorden reed. Drie jonge neven van hem hadden minder geluk: Byzantijnse moordcommando's maakten een bruusk einde aan hun leven. ,,Is Europa dat allemaal vergeten?'' zegt Erol met nauwelijks verholen woede. ,,Als de Byzantijnen hier weer komen, zou weer precies hetzelfde gebeuren. Als Europa zegt dat Turken en Byzantijnen moeten samenleven, verklaren ze alle Turken vogelvrij. Als Cyprus één wordt, wordt het hier nog erger dan Kosovo.''

De vergelijking met Kosovo wordt vaak op Noord-Cyprus getrokken om de Turkse versie van de geschiedenis te legimiteren. De internationale gemeenschap acht de Turkse invasie van Cyprus in 1974 onjuist en erkent de Turkse Republiek van Noord-Cyprus niet. Cyprus is één, vindt zowel de Europese Unie als de Verenigde Staten, en Turks-Cyprus valt dus onder de soevereiniteit van het Griekse deel. Maar de Turks-Cyprische president Denktas, die alleen door Turkije wordt erkend, is het daar absoluut niet mee eens. Turkije moest in 1974 wel ingrijpen, juist zoals de NAVO dat in Kosovo moest doen, vindt Denktas. Zo diep zit de angst van de Turks-Cyprioten jegens de Byzantijnen dat zij eisen dat de Grieks-Cyprioten de Turkse Republiek van Noord-Cyprus moeten erkennen voordat direct tussen beide partijen kan worden gepraat. En dat willen de Byzantijnen juist niet en dus eindigt elke bemiddelingspoging in een echec.

Angst is in Turks-Cyprus de hoeksteen van de politieke cultuur. Zelfs de hartelijke Griekse reactie na de aardbeving in West-Turkije kan de Turks-Cyprische regering niet vermurwen. In officiële publicaties dankt de Turks-Cyprische regering de Byzantijnen omdat dezen een medisch team naar het rampgebied hebben gestuurd. Maar in diezelfde publicatie wordt melding gemaakt van artikelen in het extremistische Grieks-Cyprische blad Politis. Dat sprak zijn treurnis uit, aldus de Turks-Cyprische regering, dat er maar 40.000 en geen veertig miljoen Turken bij de ramp om het leven kwamen en dreigde Grieks-Cyprioten die de Turken te hulp kwamen, ,,de armen te breken''.

Zo groot is de angst op Noord-Cyprus dat zelfs staat en godsdienst elkaar hebben gevonden in een Turks-Cyprisch nationalisme. De Byzantijnen zouden de Turken immers niet alleen haten omdat ze Turks zijn, maar ook omdat ze moslem zijn. En die vermeende haat dreef kerk en staat naar elkaar. ,,Jullie in Europa helpen de Byzantijnen alleen maar omdat zij Christen zijn, net als jullie,'' zegt Osman Çolak, secretaris van de extreem-nationalistische Grijze Wolven in Noord-Cyprus. ,,En om dezelfde reden laten jullie ons barsten.''

Slechts twee groepen in Noord-Cyprus hebben zich enigszins los kunnen maken van de cultuur van angst: de jongeren en de Turkse immigranten. De jongeren kennen de verhalen van voor 1974 alleen maar van horen zeggen en zijn dus meer bereid dan de ouderen om de Byzantijnen een kans te geven. ,,Als mens wil ik graag dat Turken en Byzantijnen dichter bij elkaar komen want we hebben veel met elkaar gemeen,'' zegt Leyla, die niet met haar echte naam in de krant wil. Zij is een 24-jarige lerares uit Lefkosia die op Cyprus is geboren. ,,Misschien dat alles beter wordt als Denktas opstapt. Hij roept al vierentwintig jaar, zolang ik leef, dezelfde dingen. Een jongere zou ons en de Byzantijnen veel dichter bij elkaar kunnen brengen.''

Ook de Turkse immigranten staan los van het verleden maar of zij een oplossing dichterbij brengen is een grote vraag. Want juist door hen heeft Noord-Cyprus steeds meer banden met Turkije gekregen. Overal in Lefkosia rijzen bijvoorbeeld restaurants uit de grond waar specialiteiten uit Turkse steden als Gaziantep en Adana worden geserveerd. Zo groot is de Turkse emigratie naar Noord-Cyprus dat autochtone Cyprioten zich bedreigd voelen door de nieuwkomers. ,,Volgens mijn moeder is Cyprus, Cyprus niet meer,'' vertelt Leyla. ,,Tien jaar geleden kon je slapen met je ramen en je deuren open. Als je dat nu doet, is de volgende ochtend alles weg.'' De nieuwkomers uit Turkije hebben het oude, ongedeelde Cyprus niet gekend en dragen de last van de strijd van het verleden niet met zich mee. Toch zijn ook zij tegen eenwording, maar dan vooral om economische redenen. Grieks-Cyprus is immers veel welvarender dan Turks-Cyprus en een zogenoemd Byzantijns lidmaatschap van de Europese Unie zal deze kloof alleen maar doen toenemen. ,,Het beste wat Europa had kunnen doen", zegt de ultra-nationalistische Osman Çolak, ,,was om Turks-Cyprus wel in de Europese Unie op te nemen en Grieks-Cyprus niet. Dan waren de verhoudingen rechtgetrokken.''

    • Bernard Bouwman