Molukkers moeten zelf een keuze maken

De machtswisseling in Indonesië betekent in ieder geval niet dat op korte termijn een Vrije Republiek der Zuid-Molukken zal worden gerealiseerd, meent John Lilipaly.

Jarenlang was de Republiek der Vrije Zuid-Molukken (RMS) een open zenuw voor Indonesische politici en diplomaten. Er kon niet over worden gepraat, en alleen al contact maakte Indonesiërs onmiddellijk verdacht in eigen land. Ook als je als Molukker in Nederland niet bij de RMS-beweging was aangesloten, bleef je voor Indonesië een verdacht element. Daarin is langzaam verandering gekomen. Na het opstappen van Soeharto werd duidelijk, dat politici in Jakarta contact op prijs stelden met Molukkers in Nederland. De angst voor Nederlandse Molukkers (inclusief de RMS) maakte plaats voor behoefte aan dialoog. De crisis op de Molukken in januari dit jaar, versterkte die ontwikkeling. Het proces kwam in een stroomversnelling toen presidentskandidaat Wahid (Gus Dur) tijdens zijn bezoek aan Nederland in september niet alleen Nederlandse Molukkers, maar rechtstreeks de RMS uitnodigde om naar Indonesië te komen om samen te bekijken hoe het geweld op de Molukken gestopt zou kunnen worden. De aanwezigheid van een gemeenschappelijk belang – het stoppen van het geweld – en de open opstelling van Gus Dur, maakten dat de Molukse gesprekspartners in Nederland – inclusief de RMS-regering – besloten op de uitnodiging in te gaan. Dat in de week voor de presidentsverkiezingen gesproken kon worden met de toenmalige top-vijf, waaronder de huidige president en vice-president, bewijst dat het gastheer Gus Dur ernst was met zijn uitnodiging. Het bewijst echter nog meer dat hij zich ten volle bewust is van het feit dat de interetnische staat die Indonesië is, in groot gevaar verkeert. Een land zo groot als Europa, met een door corruptie failliete economie, een leger dat – tenminste gedeeltelijk – een staat in de staat is, en crises in grote delen van Indonesië, staat op springen. Voor Gus Dur staat vast, dat de conflicten moeten worden opgelost, om te voorkomen dat het rijk uiteen valt en opgesplitst wordt langs etnische, religieuze of territoriale lijnen. Hij heeft het daarbij moeilijk, omdat hij `eenvoudige' oplossingen die leiden tot herstel van de centralistische staat – het militaire of fundamentalistische concept – niet wil. Wat over blijft is de lijn van de dialoog en een staatsconcept dat Indonesië intact laat, maar tegelijkertijd de bevolking in de diverse regio's in vergaande mate autonomie toekent over de meeste terreinen van het bestuur. Praten met `de vijand', met dissidenten, met de RMS, de papoea's of Vrij Atjeh is daarbij niet meer taboe. President Wahid heeft in de eerste weken van zijn bewind laten zien dat hij verkiezingsbeloften en óók wat hij binnenskamers aan zijn gesprekspartners beloofde niet is vergeten. Zijn eerste daden in de richting van meer autonomie voor de regio's en meer aandacht voor mensenrechten verdienen steun.

Of hij deze manier van regeren zal kunnen volhouden, hangt niet alleen af van zijn gezondheid, maar ook van de vraag of hij voldoende greep kan krijgen op het leger en de bureaucratie. Bestrijding van corruptie zal kunnen bijdragen aan herstel van vertrouwen in een overheid die dat vertrouwen in de afgelopen decennia volstrekt heeft verspeeld. Of hem dat zal lukken is niet zeker. Tijdens ons bezoek was het opvallend dat zelfs in de top-vijf gesproken werd over krachten achter de onlusten die zich niet zo maar laten bedwingen; krachten die `well-planned', `well-organized' en `well-financed' in de Molukken aan het werk waren. Geen RMS-beweging, geen religieuze fanatici, maar krachten die goede banden hebben met het oude regime. Wat betekent de machtswisseling in Jakarta voor de Molukken? In ieder geval niet dat de problemen daar nu ineens zijn opgelost. De afspraak dat Megawati zich met `Maluku' zal gaan bezighouden, is een begin. De belofte van Gus Dur dat hij mee zal werken aan het stoppen van geweld, geeft vertrouwen. Maar er is in het afgelopen jaar zoveel kapot gemaakt op de Molukse eilanden en er zijn zoveel slachtoffers te betreuren aan beide zijden dat óók na het ophouden van de gewelddadigheden een herstelproces nodig is dat misschien wel enkele generaties gaat duren. Grotere autonomie voor de Molukken mag niet ontaarden in meer vrijheid om elkaar de hersens in te slaan. De positie van de RMS is tijdens dit bezoek niet besproken. Molukkers in Nederland die verwachten dat nu op korte termijn een Vrije Republiek der Zuid-Molukken zal worden gerealiseerd, komen – vrees ik – bedrogen uit. Onder Gus Dur en mevrouw Megawati zal Indonesië vasthouden aan de staatseenheid. Bovendien: hoe zou zo'n Molukse republiek er uit moeten zien, nu Molukkers in eigen land in naam van hun religies elkaar te vuur en te zwaard bestrijden. Inzet van het eerste gesprek was: stoppen van het geweld. Dat zal ook bij volgende gesprekken de prioriteit blijven. Daarna zal de wederopbouw van de Molukken aan de orde komen. Ideeën over onafhankelijkheid en de invulling van autonomie kunnen in die gesprekken aan de orde komen. Maar het zou niet realistisch zijn om met eisen te komen. Bovendien is het voor de Nederlandse Molukkers belangrijk te beseffen dat zij maar een minderheid van het volk zijn en dat de meerderheid in het moederland de beslissing moet nemen. Het gaat niet om ons, maar om de mensen daar! Vanuit Nederland kunnen Molukkers in het overleg dat zij voeren met Gus Dur benadrukken dat het volk in `Maluku' zich vrij moet kunnen uitspreken. Dat zou een keuze voor onafhankelijkheid kunnen zijn, maar óók een keuze voor vergaande autonomie. Het gaat er om wat zij willen.

Wat zou de machtswisseling in Jakarta en het bezoek van de Molukse delegatie voor gevolgen moeten hebben voor het Nederlandse beleid? De Nederlandse regering zou in woord, maar vooral ook daad moeten laten blijken dat zij president Wahid en zijn regering willen ondersteunen. Daarnaast zou zij er goed aan doen om de gereserveerdheid ten opzichte van de Nederlandse Molukken en in het bijzonder de RMS te laten varen en hen actief te betrekken bij humanitaire activiteiten voor de Molukken. Resultaten op humanitair gebied kunnen de verhoudingen tussen de Nederlandse Molukkers en Indonesië verbeteren. Te denken valt aan meer noodhulp en straks aan een substantiële bijdrage aan de wederopbouw van `Maluku', uiteraard op basis van goede plannen. Indien het komt tot het zenden van (mensenrechten-)waarnemers in de Molukken, zoals bepleit door het Europese Parlement, zou het goed zijn als vanuit Nederland ook Molukse waarnemers worden afgevaardigd. De Indonesische toppolitici blijken hier geen bezwaar tegen te hebben.

John Lilipaly is oud-Tweede-Kamerlid en bracht als lid van een delegatie Nederlandse Molukkers een bezoek aan Indonesië.

    • John Lilipaly