MOEDER VERSUS DOCHTER

Moeder en dochter hebben al langere tijd ruzie, onder andere over de keuze van het vriendje. Moeder wil niet dat haar minderjarige dochter met deze jongen omgaat – buitenshuis alla, maar thuis is moeder de baas en komt de jongen er niet in. Als de ruzie op een avond uit de hand dreigt te lopen, vlucht de dochter het huis uit naar haar vader die sinds enkele weken gescheiden van het gezin leeft.

Moeder: ,,Ik heb mijn huisregels en wie die niet respecteert, kan niet bij mij in huis wonen.'' De volgende dag voegt zij de daad bij het woord en zet nieuwe sloten op de deur. De dochter is letterlijk niet meer welkom.

Moeder tegenover de rechter: ,,Ik ben tegen de gang van zaken. Eerst was ik boos. Er was geen mogelijkheid om met mijn dochter te praten. Ik stond met de rug tegen de muur. Mijn kind wilde niet met mij praten.''

Als de rechter haar wijst op haar toch wel rigoureuze daad met de sloten, zegt de moeder: ,,Dat was een kwestie van emotioneel handelen. Ik stond machteloos, ik mocht toch niets zeggen... Maar ik wil nu de zorg weer op mij nemen. Want deze situatie is belachelijk. Ze moet nu gewoon weer thuiskomen.''

Op het moment dat de moeder op hoge toon haar gelijk opeist, spreekt de rechter haar aan op haar gedrag: ,,Een moeder die het zo laat escaleren, moet niet denken dat zij het hier voor het zeggen heeft.''

Vader, ook opgeroepen door de rechter: ,,Mijn dochter heeft drie maanden in een crisiscentrum gezeten. Zij gaat binnenkort naar een tehuis als er een geschikte plaats voor haar is. Daar zullen ze haar leren zelfstandig te worden. Maar tot dan blijft zij bij mij.''

Advies van de Raad voor de Kinderbescherming: ,,Wij zouden de ouders willen ondersteunen in het gezag. De relatie tussen moeder en dochter zouden we willen herstellen. Er moet ergens een opening zijn, ze is nog geen zestien. Dat meisje moet nog volwassen worden. Alleen, onze inschatting nu is dat het meisje het thuis niet redt.''

Rechter: ,,Ik zie het niet als taak van de kinderrechter om moeder en dochter van elkaar te vervreemden, maar in het belang van het kind kies ik nu toch voor een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.''

Moeder: ,,Mijn standpunt is duidelijk... als moeder ben ik nu dus uitgepraat. Ik weet genoeg. Nee, geen voogdes bij mij over de vloer – als moeder heeft u mij uitgeschakeld.'' Woedend verlaat zij de rechtszaal.

De rechter vraagt de vader of hij wellicht zijn ex-vrouw enigszins tot bedaren kan brengen en haar het belang van de samenwerking met de jeugdzorg kan uitleggen.

De vader heft zijn handen ten hemel en verzucht: ,,Nee, met deze vrouw ben ik al lang uitgepraat.''