KPNQwest gokt op groei-explosie dataverkeer

Handenvol bedrijven zorgen voor explosief toenemend aanbod van snelle dataverbindingen. KPNQwest wedt dat de vraag nog sneller stijgt.

Hoe groot wordt de koek en wie gaat er in delen? Dat zijn cruciale vragen voor KPNQwest en maar liefst dertien andere telecommunicatiebedrijven die deze jaren glasvezelverbindingen voor supersnel dataverkeer leggen tussen Europese steden.

In een presentatie ter gelegenheid van de beursintroductie citeerde bestuursvoorzitter J. McMaster van KPNQwest gisteren enthousiaste rapporten. Die voorzien ten minste enkele tientallen procenten groei van de vraag naar snelle dataverbindingen tussen of binnen ondernemingen, naar Internet, Internettelefonie en ontwikkeling en beheer van websites.

KPNQwest is actief op deze markten. De vraagexplosie rechtvaardigt investeringen in bijna 15.000 kilometer glasvezelkabel tussen 39 Europese steden. De bedrijfstak wordt bijna dagelijks om de oren geslagen met astronomische groeicijfers van het Internetgebruik, maar een taxatie van de toekomstige vraag blijft een hachelijke zaak. McMaster erkende gisteren: ,,In Nederland en de Scandinavische landen zit het wel goed, maar een uiterst belangrijke kwestie is of het Internetgebruik in landen als Frankrijk, Italië, Duitsland en Spanje net zo snel zal toenemen als in de Verenigde Staten.''

Aan de hand van een bondige berekening illustreerde McMaster gisteren de kansen van KPNQwest: ,,George Gilder [econoom en auteur] voorspelt dat iedereen in de toekomst een verbinding nodig heeft van ten minste twee miljoen bits [enen en nullen] per seconde. Dat is niet eens extreem veel, want met zo'n verbinding duurt het 45 minuten voordat je een cd-rom hebt binnengehaald en een paar uur om een bioscoopfilm te downloaden. Als mensen in Europa dat soort dingen gaan doen, hebben we in de markt ruimte voor tien bedrijven zoals KPNQwest.''

Tegenover de spectaculaire groei van de vraag staan naar verwachting bijna even spectaculaire prijsdalingen. In het prospectus waarin beleggers over de beursgang worden geïnformeerd voorspelt KPNQwest dat de groothandelsprijzen dit jaar met 70 procent zullen dalen en dat de prijsval voorlopig niet zal verminderen: ,,Wij geloven dat deze trend versterkt wordt doordat sommige van onze concurrenten netwerken bouwen die meer capaciteit bieden dan op de korte of middellange termijn nodig lijkt, en door technologische vernieuwingen die de capaciteit van bestaande glasvezellijnen drastisch hebben verhoogd.''

KPNQwest heeft zich ten dele ingedekt. Zo streeft McMaster ernaar tweederde van zijn investeringen terug te verdienen door een deel van de `kale' glasvezels die het legt dóór te verkopen aan concurrenten. Het moederbedrijf Qwest, dat net als KPN 45 procent van de aandelen in handen houdt, heeft met de doorverkoop van kale glasvezels maar liefst 90 procent van zijn investeringen terugverdiend.

Hoe groot de koek ook mag worden, KPNQwest is vast van plan een onevenredig groot deel voor zich op te eisen. Volgens MCMaster is dat mogelijk, omdat KPNQwest met de realisering van zijn plannen voor ligt op de concurrentie. Een bestaand netwerk, zoals dat van Global Telesystems, is wijder vertakt maar heeft minder capaciteit. Andere concurrenten moeten volgens McMaster nog laten zien dat zij hun investeringsplannen kunnen waarmaken.

In het prospectus geeft KPNQwest een waarschuwing die doet denken aan de mislukte alliantie Unisource: ,,De besturingsstructuur van KPNQwest waarin beide ondernemingen gelijk zijn vertegenwoordigd draagt het risico in zich van een gebrek aan besluitvaardigheid. Het is mogelijk dat we niet slagvaardig kunnen handelen als er onenigheid ontstaat tussen de aandeelhouders.''

Gezien de voortvarendheid waarmee KPNQwest intussen eenderde van zijn geplande netwerk heeft voltooid lijkt angst voor een gebrek aan slagkracht niet gerechtvaardigd. Ook voor een strijd over de taakverdeling hoeft volgens McMaster niet gevreesd te worden. Daarover zijn kristalheldere afspraken gemaakt. Zo zal KPNQwest geen klanten benaderen in de Verenigde Staten of de Benelux, de thuismarkten van respectievelijk Qwest en KPN. Een Nederlands bedrijf dat zaken doet met KPN blijft klant van KPN, ook als het een netwerk wenst buiten de Benelux. KPNQwest krijgt de rol van leverancier toebedeeld en brengt de moederbedrijven een vast percentage van de opbrengst in rekening.

Over inmenging van externe aandeelhouders hoeven KPN en Qwest zich al helemaal niet bezorgd te maken. De zeggenschap van het aandelenpakket van zo'n tien procent dat naar de beurs is gebracht blijft beperkt tot 1,1 procent. Volgens McMaster is gekozen voor beperking van de zeggenschap zodat KPN en Qwest de controle kunnen behouden, zelfs als groei met nieuwe aandelenemissies wordt gefinancierd.

Behalve voor een verdere uitbreiding van het netwerk zou KPNQwest financiële middelen kunnen gebruiken voor overnames. Kandidaten zijn volgens McMaster Internetaanbieders die niet beschikken over een eigen netwerk of telecombedrijven die lokaal verbindingen met een hoge capaciteit aanleggen tot aan de voordeur van bedrijven.

Overname van een van de vele concurrenten op de markt voor Europese netwerken ziet McMaster niet zo snel gebeuren: ,,Je weet toch nooit wat de kwaliteit is van het netwerk dat je dan in huis haalt.''

    • Michiel van Nieuwstadt