Kleine kliek houdt uitverkoop in België

Zes huwelijken en een begrafenis. Door Stefaan Michielsen en Béatrice Delvaux. Uitgever Lannoo, Tielt, ƒ39,50

`Iedereen praat met iedereen'. Die gemeenplaats krijgen journalisten te horen op de vraag of een bedrijf al of niet in gesprek is met een overnamekandidaat. Dat in het bedrijfsleven iedereen inderdaad met iedereen praat komt wel heel duidelijk naar voren in Zes huwelijken en een begrafenis, een geschiedschrijving over de recente uitverkoop van het Belgisch kapitaal. Ook vanuit Nederlandse optiek interessant, omdat Frankrijk en Nederland in veel gevallen de Belgische buit verdelen.

De toon wordt al in de inleiding gezet: ,,Hoe zouden de Nederlanders reageren wanneer op één jaar tijd ondernemingen als ABN Amro, Rabobank, Aegon, Shell en Gasunie worden overgenomen door buitenlandse groepen?''

Vooral in België blijken de beslissers voortdurend met elkaar in gesprek. De twee auteurs, beiden dagbladjournalist, spreken niet voor niets van een ,,vaak incestueuze manier waarop een dertigtal mensen elkaars pas kruist''. Ook in Nederland bekende bestuurders als Etienne Davignon (baas van de vroeger almachtige Generale Maatschappij), Albert Frère (voormalige aandeelhouder van ING's BBL), Alfons Verplaetse (voormalige centrale bankier) en Maurice Lippens (topman van het Belgisch-Nederlandse Fortis) bepalen in onderling overleg de financiële kwesties.

Na een reconstructie van zes Belgische praktijkgevallen, zoals de verkoop van de Generale Bank aan Fortis en de overname door ING van BBL, vragen de auteurs zich af, waarom het altijd België moet zijn dat uitverkoop houdt. Alleen al in het laatste anderhalf jaar zijn er achttien bedrijven de Belgische beurs ontvallen. Zelfs je op zijn Belgisch vermaken gaat lastiger nu het pretpark Walibi in buitenlandse handen is gevallen.

De oorzaken? Niet alleen tonen de Belgische managers volgens het boek te weinig lef en visie, maar ook is de rol van de aandeelhouders veel te groot. En die aandeelhouders – behorend tot het kleine groepje dat elkaar bijna dagelijks treft – hebben maar één doel: zoveel mogelijk geld vangen voor hun aandelen.

Geen vreemde eigenschap voor een aandeelhouder, maar in de Belgische constellatie zijn de gevolgen fataal. De Belgische wetgeving maakt controlerende aandeelhouders bijna almachtig: het is geen toeval dat bij heel wat overnameprocessen de betrokken raden van bestuur (in België zijn dat de directie en de raad van commissarissen bij elkaar) de laatste nieuwtjes over hun bedrijf uit de krant moeten lezen. Ze werden door de Albert Frères van deze wereld nauwelijks geïnformeerd.

Tekenend voor de macht van Frère is dat deze Waalse industrieel met al zijn ingewikkelde holdings in alle reconstructies in het boek een belangrijke rol speelt terwijl de verkopen in vier verschillende branches plaatsvinden: banken, verzekeringen, olie- en stroomsector. Dat dit soort financiers inBelgië zo machtig zijn heeft behalve met de wetgeving ook met een gebrek aan kapitaal te maken, stelt het boek. De complexe holdings waren jarenlang de enige financiers van bedrijven. De kapitaalmarkt werd de afgelopen tien jaar voor bijna 450 miljard gulden leeggezogen door de regering die het ene gat met het andere moest dichten. Dat bedrag vertegenwoordigt maar liefst 90 procent van de financiële markten.

Vooral in de reconstructie van de verkoop van de Generale Bank, België's grootste bank, aan het Nederlandse Fortis (VSB, MeesPierson en Amev) spelen Nederlanders een opvallende rol. Het was immers ABN Amro dat een vijandig tegenbod deed op het moment dat Fortis de buit al binnen dacht te hebben.

Om de raad van bestuur onder druk te zetten, blijkt ABN Amro – zo onthult dit boek – alle 28 (!) commissarissen en directieleden persoonlijk aansprakelijk te hebben gesteld en ,,zo nodig voor de rechtbank te dagen'' indien de zogeheten gifpil in werking zou treden. Met de gifpil wordt de statutaire constructie bedoeld waarmee Fortis door nieuwe aandelen van de Generale Bank een belang van maar liefst 43 procent zou verkrijgen. Ondanks de dreiging van ABN Amro ging de raad van bestuur van Fortis toch met het gebruik van deze pil akkoord.

De druk van mogelijke claims was extra zwaar omdat overnamewetgeving in België nauwelijks is ontwikkeld. Na het tegenbod van ABN Amro was bijvoorbeeld lange tijd onduidelijk of Fortis verplicht was het bod uit Amsterdam met minimaal 15 procent te overtreffen.

Juist door deze onzekerheden waren de topmensen extra bang een procedurele fout te maken. Wat dergelijke Angelsaksische maatregelen van ABN Amro voor de sfeer hebben betekend laat zich raden. ,,De brief [van ABN Amro] maakt de bestuurders ... duidelijk dat de inzet hoog is en dat ze meespelen in een gevaarlijk spel.''

ABN Amro is overigens niet de enige onderneming die hard spel niet schuwt. Een half jaar voor Fortis' overname van de Generale Bank had aandeelhouder Generale Maatschappij gedreigd ABN Amro volledig te boycotten als zij de avances richting de Generale Bank niet zou staken. Gezien de (ook informele) macht van deze holding zou dat grote gevolgen voor ABN Amro in België en wellicht ook Frankrijk hebben.

Juist de strijd om de Generale Bank is vanwege het spectaculaire karakter bijzonder geschikt om te reconstrueren. Evenals bij de andere vijf `huwelijken' (de begrafenis in de titel betreft de Belgische economie) weten de auteurs de soms taaie materie en constructies goed leesbaar over te brengen.

Daarbij zijn wel twee problemen. Allereerst maken de schrijvers geen moment duidelijk welke mensen hebben willen meewerken aan het boek. Daar moet de lezer maar op vertrouwen.

Verder, en dat maakt het eerste punt pikant, geven zij zelf aan het boek een lichte literaire draai te hebben gegeven. Dat wil zeggen dat de vele dialogen in het boek ,,een literair instrument'' zijn om de gebeurtenissen ,,op een directere en levendigere manier voor te stellen''. Op deze manier wordt de kracht van het boek, de goede leesbaarheid, meteen ook de zwakte: juist omdat iedereen steeds met iedereen praat.

    • Erik van der Walle