`Individuele vrijheid gaat voor collectiviteit'

Specialisten op het gebied van het internationaal recht spraken gisteren met de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN en Erasmusprijswinnaar Mary Robinson. Over gemeenschappelijke verantwoordelijkheid versus individuele vrijheid en andere hete hangijzers.

`Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid' was het thema van de Erasmusprijs die deze week werd uitgereikt aan de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties, Mary Robinson. De Engelse versie van het thema klonk iets minder onschuldig: collective responsibility. Dat `collectieve' ligt gevoelig in het mensenrechtendebat. Het gevaar is niet denkbeeldig dat regeringen deze term zo uitleggen dat verantwoordelijkheid aan de staat voorrang heeft boven de individuele vrijheden die nu juist tegenover de staat moeten worden verdedigd.

In haar dankwoord nam Robinson onmiskenbaar afstand van deze variant en stelde de aan haar verleende Erasmusprijs juist in het teken van de vele niet-gouvernementele groepen die zich inzetten voor de verdrukten. Kan deze rol nog worden versterkt? Dat was gisteren een van de vragen op een besloten symposium van de Hoge Commissaris met een aantal deskundigen op het gebied van internationaal recht in het Vredespaleis in Den Haag.

Een van de deelnemers brak een lans voor invoering van een `groepsgeding' (class action) bij de diverse klachtenprocedures die de Verenigde Naties kent. Nu zijn het nog alleen individuele slachtoffers van schendingen van de mensenrechten die zich kunnen wenden tot VN-comité's. Een suggestie om de Hoge Commissaris een speciale bevoegdheid te verlenen door als `aanklager' op te treden in deze procedures vond weinig gehoor. Zeker bij mevrouw Robinson.

Een dergelijke antagonistische rol ten opzichte van staten gaat al gauw ten koste van haar mogelijkheden het gesprek met regeringen aan te gaan over schendingen van mensenrechten. Hoe zou zij het bovendien moeten doen? Het Hoge Commissariaat heeft nu al een schrijnend gebrek aan stafleden. Het hoofdkwartier van Amnesty International heeft een hondervoud van de juristen die mevrouw Robinson ter beschikking staan.

Hoe kijkt zij aan tegen de moderne trend van `criminalisering' van schending van mensenrechten, vroeg een andere deelnemer aan het symposium. Hij doelde op de straftribunalen voor het voormalige Joegoslavië en Rwanda en het Internationale Strafhof dat in oprichting is. Zie ook de zaak-Pinochet. Bemoeilijkt de strafdreiging niet het praktische werk van de Hoge Commissaris?

Dit zijn echter twee verschillende sporen. De Hoge Commissaris richt zich tot regeringen, een straftribunaal concentreert zich op de individuele schuldvraag. VN-waarnemers ter plaatse moeten oppassen niet als een soort internationale politie-agent te worden gebrandmerkt. Maar mevrouw Robinson zei dat het Hoge Commissariaat bijvoorbeeld in het geval van Kosovo beschikbare getuigen aanmeldt bij de aanklager van het tribunaal.

De eerste prioriteit is volgens de Hoge Commissaris dat het Internationale Strafhof van de Verenigde Naties er komt. Zij herinnerde eraan dat nog slechts een handvol van de vereiste ratificaties binnen is gekomen.