Hou de goddelijke tsaar in ere, halleluja

Als president Jeltsin in Tsjetsjenië de `staat van beleg' zou afkondigen, zou brigade-generaal Viktor Kazantsov `de hele boel binnen een week platgooien'. Maar omdat het slechts gaat om een `anti-terroristische operatie' kan de strijd nog jaren duren, aldus Kazantsov in het dagblad Troed. Op werkbezoek met de commandant van de Russische troepen rond Tsjetsjenië.

De coördinatie van de federale strijdkrachten in de Kaukasus kent serieuze problemen. Officieren van justitie bij de krijgsmacht hebben volgens het persbureau Interfax daarom ter plaatse poolshoogte genomen. Voornaamste knelpunt is het materieel. Uit de inspectie van de militaire procureur bleek dat nagenoeg alle pantservoertuigen uit de jaren zeventig/tachtig dateren. Van de helikopters is minder dan vijftig procent goed onderhouden. Van de gevechtshelikopters is 53 procent niet in orde. En ongeveer tachtig procent van alle helikopters vliegt met aggregaten die al zijn afgeschreven. Deze technische onvolkomenheden én de gebrekkige voorbereiding van het militaire personeel hebben er toe geleid dat eenheden der binnenlandse strijdkrachten [met leger en staatveiligheidstroepen een van de gewapende machten die het `terrorisme' bstrijden, red] viermaal onder vuur van de eigen luchtmacht hebben gelegen. Resultaat: 17 doden en 77 gewonden.

In een van deze heli's vliegt brigadegeneraal Viktor Kazantsov naar het westelijke front om daar ter plaatse zijn officieren te kunnen toespreken. Links en rechts zorgen twee Krokodil-gevechtshelikopters voor de bewaking. In het midden vliegt de zware `propagandahelikopter'. Die vervoert geen granaten en raketten maar versterkers en luidsprekers. Via deze geluidsinstallatie worden de Tsjetsjeense rebellen opgeroepen zich over te geven. ,,Maar als dat niet helpt, zetten we een bandje in de cassetterecorder met Hou de goddelijke tsaar in ere of Halleluja'', vertelt piloot Vasili. ,,Als zij ten strijden trekken, schreeuwen ze immers `Allah is groot'. Onze politieke officieren hebben deze slag als antwoord daarop voorbereid. Officieel mag het natuurlijk niet, maar soms draaien we ook rock 'n roll. Dat hangt van ons humeur af. Ik ben pas tijdens de oorlog muziek gaan voelen, Muziek verontrust me.''

Brigadegeneraal Kasantsov op zijn beurt laat zich minder door de muziek alarmeren dan door de explosies van granaten. Als een Grad-raketinstallatie begint te vuren, wordt hem dat gemeld door zijn adjundant. ,,De artillerie werkt, kameraad commandant''. Het lijkt een rare formulering, maar dat is het niet. Hier wordt niet gezegd `ze schieten' of `ze moorden'. Hier wordt gesproken over `werken'. Net zoals jagers ook niet zeggen dat ze een beer hebben `gedood' maar dat ze hem hebben `verslagen', een ritueel dat teruggaat tot het heidense Rusland. Het leger koestert nog nog meer eigen tradities. Zo zijn er bijvoorbeeld geen `gedode soldaten'. Er is hooguit `lading-200', de geheime code die sovjetbureaucraten ooit hebben verzonnen toen ze documenten moesten invullen over de gesneuvelde soldaten en officieren in Afghanistan. Katafalken bestaan evenmin. Dat zijn `zwarte tulpen', zoals de soldaten de helikopters noemen die gesneuvelde soldaten afvoeren.

Eenmaal bij zijn officieren aan het westelijke front gearriveerd, legt brigadegeneraal Kazantsov het uit. ,,De soldaat mag alleen liefhebben als zij daar niet schieten. In alle andere gevallen mogen ze slechts haten of vechten''. Want ,,zoontjes'', vervolgt hij ,,onze president heeft me persoonlijk gezegd: `de begonnen zaak moet tot het einde worden volbracht!' We vertrekken hier niet, zoals vorige keer toen we gelijkwaardig waren aan de verraders. We gaan hier niet weg, voordat we het gespuis hebben vernietigd dat onze huizen plundert en onze vrouwen en kinderen steelt. Die taak ligt op onze schouders. Jullie zijn het beste onderdeel van deze strijd. Jullie hebben nog geen enkel gevecht verloren. Rusland zal jullie niet vergeten''.

Niet iedereen beschikt overigens over zoveel zelfvertrouwen. Het hedendaagse Rusland houdt namelijk alleen van zijn soldaten als ze `werken'. Overste Michailov bijvoorbeeld vertelt hoe dat in de vorige oorlog ging. ,,In het 81e gemotoriseerde garderegiment Ivanov dienden negen soldaten. Wat een ellende. Misschien lag het aan de naam Ivanov, maar alle negen mannen zijn het slachtoffer geworden: twee zwaar gewond en de resterende zeven gesneuveld. Tatjana Vasiljevna Ivanova heeft haar zoon zeven maanden lang in Tsjetsjenië gezocht. Ze bezocht dorpen en fortificaties van rebellen. Ze was bij ons en bij andere eenheden. Ze is ook alle ziekenhuizen en mortuaria langs geweest. Overal kreeg ze te horen: `hij staat niet op de lijst'. Ze wilde haar zoon alleen maar begraven maar kon zelfs geen bewijs vinden dat hij hier was geweest. Uiteindelijk ging ze terug naar huis, naar Nizjnekamsk in Tatarstan. Kort daarop ontvingen we een brief van haar. Ze schreef dat ze haar zoon dood noch levend had kunnen vinden, maar dat ze nog wel in Rostov was geweest waar ze de onherkenbare lijken bewaren. Daar vond ze de resten van een mens met een gewicht van 3600 gram. Ze wilde die resten begraven omdat haar zoon 3600 gram woog bij zijn geboorte. Ze vroeg ons aanwezig te zijn bij de begrafenis. Niemand van ons is gegaan. De commandant zei: `We hebben geen geld voor sentimentaliteit. Volgens de wet moeten wij `lading-200' begeleiden. Begraven, dat moet de familie maar doen'.''

Brigadegeneraal Kazantsov gaat ondertussen verder met zijn toespraak tot de andere officieren aan het westelijke front. ,,Dankzij contraspionage is ons bekend dat Chattab en Basajev [de rebellenleiders op wie hij jaagt, red] ongeveer 500 man paraat hebben voor de verdediging van Grozny. Deze fanatieke jongetjes zijn 17 tot 20 jaar. De echte rebellen verbergen zich in de bergen. Ons rest niets anders dan de schoffies te vernietigen. De verantwoordelijkheid voor hun dood rust op de schouders van Allah, Chattab en Basajev''.

Als hij is uitgesproken laat hij onder aan de berg Istribinna, waar al enige dagen de lijken van dertig Tsjetsjeense 'schoffies' liggen, opnieuw de doden aan zijn soldaten en de meegereisde journalisten zien. Nadat de Tsjetsjeense cadeautjes aan de soldaten en officieren zijn overhandigd (horloges, een loep, sigaretten) vliegt Kazantsov terug naar Mozdok. Twee `krokodillen' escorteren hem. De propagandahelikopter blijft nog enige tijd boven de posities van de rebellen cirkelen. Uit de luidsprekers schalt oorlogsmuziek: Halleluja.

    • Oleg Klimov