Hitler's eeuw?

In het artikel `Churchills of Hitlers eeuw' (NRC Handelsblad, 2 november) schrijft de heer Heldring dat allerlei taboes en normen door de rede zijn gesloopt, maar dat deze, hoewel uitingen van bijgeloof, bij elkaar het weefsel van een samenleving en haar cultuur vormen. Naarmate dat weefsel verzwakt, is de samenleving kwetsbaarder voor irrationele verschijnselen. En verder dat het een fout is te menen dat rede een waarborg is tegen irrationele verschijnselen.

Ik zou zeggen dat bijgeloof ook een irrationeel verschijnsel is. Rede kan natuurlijk nooit een waarborg zijn tegen een irrationele massareactie, anders zou die reactie niet irrationeel zijn. Maar als een samenleving gebaseerd is op rede, wordt die wel minder waarschijnlijk.

De Verlichting leidde niet tot het geloof dat de mens een redelijk wezen is, maar tot een idee dat de mens zich door de rede, zijn denkvermogen, en de logica moet laten leiden. Als mensen het eens zijn met de uitspraken van Hitler, wil dat wel zeggen dat Hitler heeft aangetoond dat ons culturele stelsel kwetsbaar is, maar niet dat dat stelsel op rede berust.

De heer Heldring draait de zaken om. Het is juist zo dat een samenleving met een cultuur, die gebaseerd is op rede, niet kwetsbaar is voor mensen als Hitler. De cultuur in de tijd van Hitler was echter gebaseerd op de filosofische ideeën van Kant en Hegel. Volgens Kant had de rede geen toegang tot de echte werkelijkheid. Hegel beweerde dat de werkelijkheid inherent tegenstrijdig was. Door die basis, was irrationeel (bij)geloof mogelijk, en als dat wegviel, was die cultuur kwetsbaar voor Hitlers.

Het is tragisch, en zou een verdere beschouwing waard zijn, dat een karakter als Hitler genomineerd moet worden als de meest in het oog springende wereldburger van de twintigste eeuw.

    • H. Ponssen