Groninger carpaccio

Schimmelpenninck, Midderigh, Paulus en Dumonceau kijken vanaf de plafondschildering in de Barokzaal neer op het ontbijtbuffet. Deze wegbereiders voor de Bataafse republiek mogen tevreden zijn over de sappige beenham. Indertijd belegden de heren in dezelfde zaal geheime vergaderingen. Het Groningse Schimmelpenninck Huys was altijd al een oord van rumoer en verzet. Tijdens de tachtigjarige oorlog bivakkeerden er soldaten en nog niet zo lang geleden huisden er krakers. Propriétaire-directrice Paula Karistinos-Smit redde het pand, zo meldt de hotelfolder, uit de handen van krakers en projectontwikkelaars. Gespuis heeft vele gedaanten. Onder de ogen van de naamgever van het huis, raadspensionaris Jan Rutger Schimmelpenninck, evalueert nu het hotelinspectieteam op samenzweerdige toon het verblijf. Is er aanleiding tot oproer?

De ambiance laat in elk geval weinig te wensen over. Een hotelondernemer op cursus krijgt tegenwoordig te horen dat de gast uit is op een `stukje onderscheidende beleving' en daarvoor graag wat meer geld wil neertellen. Thuisgekomen bedenkt de hotelier dan een al dan niet geinig concept en dat leidt uiteindelijk tot hotels in `Engelse landhuisstijl' op de Veluwe, West-Brabantse `Romeinse Thermen', kamers met `orginele' bedsteden of hotelgangen gewijd aan Amerikaanse filmsterren dan wel Duitse filosofen. Het Schimmelpenninck Huys heeft zulke fratsen niet nodig. Het heeft genoeg karakter van zichzelf.

Het hotel is gevestigd in vier, deels monumentale, panden om een prachtige terrastuin. Aan de tuin ligt een sfeervolle serre. Het restaurant is Empire, de ontbijtzaal Barok en de lounge Jugenstil. Al vergt deze karakterisering een enigszins genereuze interpretatie van sommige stijlkenmerken. De restauratieve faciliteiten zijn gevarieerd en bieden de hele dag door voor elk wat wils. Er is een patisserie, een grand-café, een brasserie, een à la carte restaurant en een wijnkelder. Dat geeft het Schimmelpenninck Huys het levendig gebruikspatroon van een stadshotel, de gasten hoeven hun verblijf niet te beperken tot hun kamers. Hoewel ook die de kritische toets van het inspectieteamleden doorstaan. Hun kamer ligt in het pand aan de achterzijde, dat via een overdekte galerij is te bereiken. Een smal, steil trappetje leidt naar de verdieping. Het verdient aanbeveling na een bezoek aan de wijnkelder op de hoede te zijn.

Ondanks de helderwitte muren en de donkere vloer heeft de kamer boudoirachtige trekjes door de roze stoffering en de goudkleurige accenten. Een soort theepot, met bloemetjes gedecoreerd, blijkt de telefoon te zijn. Er staat een vaasje met verse bloemen en bij warm weer is de ventilator een prettige voorziening. Een klein koelkastje doet dienst als nachtkastje en minibar. De royale badkamer voorzien van bad en douche heeft uitzicht op de tuin. Dat nodigt op een fraaie nazomerdag uit tot lunch onder de bomen. Voor wie de wereldkeuken te benauwend is, voert het Schimmelpenninck Huys tijdens de lunch, naar eigen zeggen, de `cosmos'-keuken. Mars-bavarois met Milky Way saus staat niet op het menu, maar het aanbod loopt van Groninger mosterdsoep met spekjes tot tonkabonenparfait, van lamscarré tot roergebakken gamba's met een saus van zwarte Chinese bonen. De `carpaccio van tomaat' bij de Coppa di Parma noopt tot nader onderzoek. Die blijkt te bestaan uit zes schijfjes tomaat. In Groningen is het begrip `carpaccio' opgerekt tot `heel dun gesneden plakjes' van wat dan ook. De tweede proef op de som is een vegetarische variatie uit de Italiaanse keuken, verse tagliatella met roerbakken groenten en pesto. Er bestaat enige twijfel of de groenten wel zijn roergebakken. Ze lijken eerder gestoomd en met wat olie opgeschud. Ook is er weinig pestoleed geschied, maar desondanks - of misschien wel daarom - is het een beschaafd gerecht.

Als bij het afrekenen blijkt dat de rekening driehonderd gulden bedraagt - ƒ50 voor de lunch, ƒ220 voor de overnachting en ƒ30 voor de drankjes op het terras - dan luidt de conclusie dat er geen enkele reden is voor een revolutie in het Schimmelpenninck Huys.

    • Joep Habets