Gaswinning 2

Het is niet verwonderlijk dat het besluit van het kabinet om op beperkte schaal winning van gas in het Waddengebied toe te staan maar proefboringen niet, verbazing oogst bij milieubewegingen. Vanuit milieutechnisch perspectief is winning zeer waarschijnlijk veel nadeliger dan een enkele proefboring. Dat komt omdat winning ertoe leidt dat de dynamiek van de bodemligging zich voor lange tijd naar een dieper gelegen gemiddelde zal verplaatsen. Een wingebied bij Ameland, dat circa tien jaar geleden in wetenschappelijke kring al werd aangeduid als de `proeftuin voor bodemdaling' is daar een voorbeeld van. Proefboringen zijn daarentegen een soort incidenten die dit langetermijneffect niet kennen.

Het is zeer de vraag of gaswinning in het Waddengebied momenteel economisch en maatschappelijk noodzakelijk is. Dat het kabinet zich blijkbaar terughoudendheid kan veroorloven ten aanzien van nieuwe proefboringen, is daarvoor een indicatie. Hierin zit ruimte voor een ander compromis dan dat waar het kabinetsbesluit uit is voortgekomen. Door feitelijke winning enigszins uit te stellen, is er tijd om substantieel te investeren in een (versnelde) ontwikkeling van technieken die de nadelige effecten op het milieu moeten reduceren, of liever nog voorkomen. Opbrengsten uit ecotax zouden bijvoorbeeld daarin een zinvolle bestemming kunnen vinden. Daarna kan winning plaatsvinden, met verantwoorde zorg voor het milieu en mogelijk zelfs op grotere schaal dan wat nu wordt toegestaan.

    • Ir. T.J. Zitman