Gaswinning 1

Het hoge woord is eruit. Gaswinning in de Waddenzee mag niet van het kabinet Kok, tenzij de zekerheid wordt gegeven dat de bodem niet zal dalen tengevolge van de winning. En of die zekerheid kan worden gegeven mogen de deskundigen uitmaken. Het moet gezegd: premier Kok heeft een uiterst heikele kwestie teruggebracht tot een eenvoudig en overzichtelijk probleem.

Op het eerste gezicht lijkt met de randvoorwaarde van Kok het pleit beslecht. Bij de conventionele gaswinning daalt de druk in de gasvoerende gesteentelagen in de diepe ondergrond. Dit gaat gepaard met inklinking van het gasvoerende gesteente met als direct gevolg een bodemdaling. Er is geen deskundige te vinden die dat zal betwisten. Waar wel meningsverschillen over zijn, is het gevolg van de bodemdaling op het milieu. Maar die discussie is door de premier handig buiten spel gezet. Het feest gaat dus niet door. Geen winning van aardgas uit het Waddengebied, nu niet en in de toekomst niet.

Bij nader inzien ligt het toch niet zo eenvoudig. Gaswinning hoeft niet noodzakelijkerwijs tot bodemdaling te leiden. Sterker nog, bodemdaling treedt in het geheel niet op, mits een alternatieve winningsmethode wordt toegepast. Bij deze methode wordt het aardgas in het gesteente verdrongen door het inspuiten van water of een ander gas, b.v. stikstof of CO2. De druk in het gesteente blijft dan gehandhaafd en bodemdaling kan dus niet optreden. Deze inspuitmethode is geen science fiction; het is een standaardmethode die in de olieindustrie sinds jaar en dag met succes op vele plaatsen in de wereld wordt toegepast. In veel gevallen juist om bodemdaling tegen te gaan. De speciale putten die nodig zijn voor het inspuiten van water of gas kunnen, evenals de productieputten, schuin worden geboord vanaf de `randen van het wad'.

De enige vraag die rest is of de inspuitmethode economisch wel haalbaar is. Immers, er zijn extra putten nodig en het winningsrendement is niet zo hoog als bij conventionele gaswinning. De productiekosten per kubieke meter aardgas zullen dus hoger zijn. Dit moet verder worden uitgezocht voor de specifieke omstandigheden ter plekke. Mijn inschatting is dat, gezien de aanzienlijke hoeveelheden gas die hier gewonnen kunnen worden, de hogere productiekosten geen enkel probleem zullen zijn. Het betekent wel dat er minder geld naar de staatskas zal vloeien, maar dat is dan de prijs die betaald moet worden voor milieubehoud. Het probleem van Kok is dus opgelost. Pronk en Jorritsma kunnen opgelucht ademhalen.

    • Jacques Hagoort Delft