Fiscaal voordeel

Het artikel van A.L. Bovenberg `Fiscaal voordeel moet herzien' (NRC Handelsblad, 2 november), doet vermoeden, dat hij de Memorie van Toelichting op het wetsontwerp IB'01 niet heeft gelezen. Tenminste niet op de onderdelen daarvan, die de door hem aangesneden kwesties behandelen.

Zijn verwerping van de vermogensrendementsheffing gaat voorbij aan de argumenten, die daarop op pagina 34 e.v. van de M.v.T. zijn aangevoerd. Kort weergegeven, het huidige systeem deugt niet, ondanks alle reparatiewetgeving (is dus gemakkelijk te ontwijken) en het huidige systeem is maatschappelijk slecht geaccepteerd (het tarief, zeker in combinatie met de vermogensbelasting, is te hoog). Juist in de huidige opzet wordt het draagkrachtbeginsel geweld aangedaan, vandaar de keuze voor de vermogensrendementsheffing.

Ook zijn pleidooi voor een vermogensaanwasbelasting wordt in de M.v.T. onderzocht en verworpen. Essentieel lijkt mij daarbij de overweging, dat belastingheffing over niet-gerealiseerde vermogenswinsten letterlijk onbetaalbaar is. Volgens Bovenberg zou dat op te lossen zijn door de heffing uit te stellen tot het tijdstip van realisatie, maar dan wel onder bijberekening van interest. Maar dan moeten de waardestijgingen zowel qua omvang als qua tijdsmoment geregistreerd worden en blijven. Dat vergroot in de M.v.T. geïnventariseerde reeks van kwesties op het vlak van uitvoering en invoering. Moderne informatietechniek zou dat aspect volgens Bovenberg wel kunnen oplossen, maar de opstellers van het wetsontwerp, die waarachtig wel weten waar ze het over hebben, zijn op dit gebied minder optimistisch. Sterker nog, het zijn juist die invoerings- en uitvoeringskwesties, die de doorslag hebben gegeven van een vermogenswinstbelasting (of een dito aanwasheffing) af te zien.

Het verschil in behandeling tussen beleggingsinkomsten en hypotheekrente is overigens minder groot dan Bovenberg lijkt te denken. Alleen rente op hypotheken, nauw gekoppeld aan de aanschaf of verbetering van de eigen woning blijft aftrekbaar.

Dan het – fictieve – voordeel uit eigen woning. Ook dat is volgens Bovenberg een af te schaffen privilege. Allereerst, dit voordeel is fictief: het gaat hier niet om verworven inkomen, maar om bespaarde privé-uitgaven.

Ten tweede: de wetgever heeft het eigenwoningforfait uitdrukkelijk gewild. Ten derde, als je dat al wilt veranderen, dan zal je toch ook serieus aandacht moeten geven aan de overgangsproblemen: zeer velen hebben een zwaar gefinancierd huis moeten kopen met langlopende verplichtingen, niet allereerst om de fiscus te foppen, maar vooral om gewoon onderdak te hebben.

Tenslotte, Bovenberg zegt zich te realiseren dat zijn voorstellen vooral de hogere inkomens treffen, maar het tarief zou dan omlaag kunnen. Maar dat komt dan toch ook weer die hogere inkomens ten goede? Waarom dan al dat gedoe?

    • J.W. Broekhuizen