De grillen van het Sentiero Italia

Over het Sentiero Italia, een wandelpad van Noord-Italië naar Sardinië, bestaat maar weinig documentatie. Maar met wat puzzelen en gokken kom je een heel eind. Deel 17 in de serie Wandelen in Europa.

Op de kaart vormt het Sentiero Italia een omgekeerde zeven. Het loopt van Triëst in het noordoosten via de Dolomieten en de Alpen naar het noordwesten, en dan zuidwaarts over de rug van de Apennijnen, naar Reggio Calabria in de voet van de Italiaanse laars. Na een boottocht kun je verder lopen op de eilanden Sicilië en Sardinië.

Tot aan Midden-Italië kun je bijbehorende detailkaarten vinden. Eén gids voor alles bestaat niet, wel een fotoboek dat leuk is voor thuisreizen. Maar omdat het Sentiero Italia veel bestaande routes volgt, kan je met de gidsen van bijvoorbeeld de Grande traversata delle Alpi, de daarop aansluitende Alta via dei Monti Liguri, de Grande escursione Appenninica en de pan-Europese E1 zonder al te veel problemen afzakken tot het noorden van Lazio. Daar beginnen de problemen: geen goede gidsen, geen duidelijke bewegwijzering, geen handzame informatie over overnachtingsmogelijkheden. Zoek het maar uit.

Met wat puzzelen en gokken kom je meestal een heel eind in Italië, en daarom begon ik vol goede moed aan twee dagetappes van het Sentiero Italia, gecentreerd rond de Gran Sasso en in het hart van een natuurpark. Letterlijk betekent dat: het grote rotsblok. Het is met 2912 meter de hoogste berg van Midden-Italië. Het vertrekpunt, Santo Stefano di Sessanio, is een prachtig gelegen stadje met een middeleeuwse toren en resten van de muur die eeuwen geleden de stad beschermde. Nog steeds staan de steengrijze huizen dicht tegen elkaar geschurkt. De warme najaarszon en de stilte (werkgelegenheid is hier niet) geven de stad een betoverde aanblik.

Maar waar begint het pad? Bij de kapel van de Madonna del Lago, aan een piepklein meertje, zijn de rood-wit-rode tekens zichtbaar die het Sentiero Italia overal zouden moeten kenmerken. Maar ze gaan de verkeerde kant op. De eerste gok is goed: ik negeer de tekens en kies voor een wagenbreed pad dat langzaam de heuvels op slingert. Na een half uur is het stadje uit het zicht verdwenen en ben je alleen met de stilte van kale bergen en met rotsen bezaaide hellingen. De weg wijst hier zichzelf: naar het noordnoordwesten. De heuvels zijn volledig verlaten. Af en toe zie je een kudde schapen. De horizon bestaat uit de vage lijnen van verre bergtoppen en tussen het korte, taaie en bruingele gras zie je af en toe een meertje. Het is een minimalistisch landschap, uitgestekend geschikt om de geest schoon te blazen.

Na een paar uur komen de doorkijkjes naar de Gran Sasso, een grijze klomp rots die majestueus de zonnestralen weerkaatst. Op het laatste stuk van de dagmars wordt ook het donkerrood gestucte hotel zichtbaar waar Mussolini enige tijd is vastgehouden, na zijn arrestatie in juli 1943. Slapen is hier een probleem. Het hotel boven is dicht en de kabelbaan naar beneden ligt stil omdat het seizoen voorbij is. Maar geestverwanten geven een lift over de 15 kilometer lange weg naar beneden, waar je in verschillende hotels het stof en zweet van de dag kan wegspoelen. Wildkamperen is in het najaar wegens wisselvallig weer niet aan te bevelen.

De volgende dag (weer liftend naar boven) begint als een echte bergtocht. Het pad gaat slingerend omhoog naar de berghut Duca degli Abruzzi. Het is een van de oudste hutten van de Abruzzi en dat is te zien en te ruiken, maar het uitzicht, met een 360 graden panorama op de omringende rotstoppen, is fenomenaal. Het pad is uitstekend aangegeven. Na de eerste vergezichten wordt het landschap wat saai, met veel steengruis. Gelukkig voert een nieuwe, prachtige klim door een bos naar het dorpje Prati di Tivo. Grote hotels treuren met dichte luiken om het einde van het seizoen.

Goed aangegeven pad, mooie tocht. Wat zeuren mensen toch over de problemen van Sentiero Italia? Het is in het dorpje even goed zoeken hoe het pad verder loopt, maar na een half uur over asfalt geeft het onderhand vertrouwde rood-wit-rood aan waar het laatste stuk begint, de afdaling naar Pietracamela. Tenminste, dat lijkt zo - mijn kaart, uit de serie Parchi Nazionali, is niet gedetailleerd genoeg om zekerheid te bieden. De aanduiding verandert in blauw-groen-wit en na een half uur komt je op een klip waar een park voor gemzen is ingericht. Het stadje ligt 150 meter dieper onder je, maar springen kan niet. Zelfs voor gemzen is het te stijl. Mijn begrip voor de twijfelaars over Sentiero Italia groeit. Het wordt terugklimmen.

Als ik terug in het stadje besloten heb over de omstandig slingerende asfaltweg af te dalen, kom ik na een paar honderd meter ineens een houten wegwijzer voor het voetpad naar Pietracamela tegen. Zonder tekens van Sentiero Italia overigens. Tijdens de afdaling van drie kwartier zie ik die twee keer, halverwege, op een zinloze plaats.

Het einddoel blijkt opnieuw een schilderachtig dorpje, vol vriendelijke mensen, maar zonder mogelijkheid voor overnachting. Ik kijk op de kaart. Het is over de weg zeventig kilometer naar waar mijn auto staat. Liften dan maar. Christelijke naastenliefde van de pastoor in een Japanner met airco brengt me twintig kilometer verder, naar de grote verbindingsweg door de langgerekte kloof. Bussen rijden hier niet, zeggen ze in de bar. Het begint te duisteren. Ik krijg nog een lift naar nergens, weer vijftien kilometer verder. De man die me meeneemt, klust in een morsig hotel. Het lijkt dicht, maar de bazin maakt na veel aarzelen toch een kamer voor me open en biedt even later ook nog een bord fettucine ai funghi porcini aan. Dankbaar strek ik de benen.

Wie in het midden en zuiden van het land een deel van het Sentiero Italia wil lopen, kan het best zoeken via de zogeheten Comunità montane. Dat zijn groepen samenwerkende bergdorpen, vaak in natuurgebieden. Daar is enige informatie over kaarten en overnachtingen beschikbaar. Meestal tenminste.

Er zijn verschillende Internetlinks naar de comunità montane in Italië, http://www.stm.it/politic/it-cities2.htm.

De Alpinistenclub Cai (ook uitgebreid op internet: www.cai.it) publiceert redelijke kaarten, die soms in de boekwinkel te vinden zijn

(Cai-hoofdkantoor in Milaan

0039-02.2057231). Een goede Italiaanse gids, met sobere kaartjes, voor de Gran Sasso is A piedi sul Gran Sasso, Edizioni Iter (0039-0774.84900)

    • Marc Leijendekker