Commissie wil dat EU sneller besluiten neemt

De Europese Commissie wil dat besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid binnen de Europese Unie de regel wordt. Eenstemmigheid van de EU-lidstaten zou uitzondering moeten worden en slechts voor zeer fundamentele problemen (bijvoorbeeld buitenlandse politiek) moeten worden gereserveerd.

Over zaken waarover het Europees Parlement nu al medebeslissingsrecht heeft, zoals cultuur of het vrije verkeer van personen, moet de Raad van Ministers daarentegen met een kwalificeerde meerderheid kunnen beslissen in plaats van de tot nu toe vereiste unanimiteit.

Dit heeft de Europese Commissie gisteren bekendgemaakt. Het betreft een standpunt over de onderwerpen die bij een zogeheten Intergouvernementele Conferentie (IGC) over wijziging van het Verdrag van de Europese Unie aan de orde zouden moeten komen. Deze IGC is onder meer nodig vanwege de komende uitbreiding van de Europese Unie. Als de EU over een paar jaar meer dan 20 lidstaten gaat tellen, werken bestaande besluitvormingsprocedures zoals de eenstemmigheid niet meer.

Met haar standpunt over de meerderheidstemmingen neemt de Europese Commissie het advies over van de drie wijzen onder leiding van de Belgische oud-premier Dehaene. Dat geldt ook voor het advies om het huidige EU-verdrag in twee delen te splitsen en daarmee snellere belsuitvorming mogelijk te maken. Een constitutioneel deel zou net als met het huidige gedrag het geval is alleen unaniem door de lidstaten veranderd kunnen worden. Voor zo'n verdragswijziging is instemming van nationale parlementen noodzakelijk. De Commissie wil dat verdragsartikelen die alleen uitvoeringsbesluiten bevatten eventueel door een gekwalificeerde meerderheid van de EU-lidstaten zonder goedkeuring van nationale parlementen gewijzigd moeten kunnen worden.

In veel Europese lidstaten bestaat verzet tegen deze gedachte omdat de nationale parlementen zo buiten spel komen te staan. Brusselse diplomaten voorspellen dan ook dat de Europese regeringsleiders over zo'n verdragswijziging niet willen praten. Maar Europees commissaris Barnier, binnen de Commissie belast met de IGC, zei gisteren dat splitsing van het verdrag dringend nodig is. Als dit niet gebeurt, wordt in de toekomst iedere verandering van het gemeenschappelijke beleid van de EU afhankelijk van de instemming van een te groot aantal parlementen. Bovendien neemt met de uitbreiding van de EU in Oost-Europa in de komende jaren de kans toe dat door middel van referenda verdragswijzigingen worden tegengehouden.

De Europese Commissie heeft zich ook aangesloten bij het rapport-Dehaene om de agenda van de IGC volgend jaar niet te beperken tot de drie zaken waarover in 1997 tijdens de top van Amsterdam geen overeenstemming werd gevonden. Dat betrof uitbreiding van besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid, herverdeling van het stemgewicht van de EU-lidstaten (bij behoud van de huidige verdeling kan na uitbreiding van de EU een minderheid van de Europese bevolking de meerderheid de wil opleggen) en beperking van de omvang van de Europese Commissie.

Net als het comité Dehaene draagt de Commissie voor de meeste van deze problemen geen oplossingen aan. Wel kondigde Commissievoorzitter Prodi gisteren aan begin volgend jaar met gedetailleerde voorstellen te zullen komen nadat de regeringsleiders de agenda van de IGC hebben vastgesteld.

Het is de bedoeling dat de Europese regeringsleiders eind volgend jaar onder Frans voorzitterschap een akkoord over een gewijzigd EU-verdrag bereiken.

    • Ben van der Velden