Brussel wil snel maatregelen tegen speelgoed met weekmaker

De Europese Commissie wil snel maatregelen nemen tegen speelgoed van zacht PVC dat phthalaten als weekmakers bevat. Kinderen tot drie jaar kunnen schadelijke lichamelijke gevolgen ondervinden als zij dit speelgoed in de mond steken.

De Commissie wil daarom zo snel mogelijk een verbod van speelgoed als rammelaars, bijtringen en fopspenen die phthalaten bevatten. Zacht PVC speelgoed met dezelfde weekmakers dat bestemd is voor kinderen ouder dan drie moet volgens de Commissie van een waarschuwing worden voorzien.

Nederland behoort met Groot-Brittannië tot de belangrijkste tegenstanders van de maatregelen die de Commissie heeft voorgesteld. Volgens Nederland is een verbod van speelgoed niet nodig als gecontroleerd wordt of de hoeveelheid phthalaten een aanvaardbare grens niet overschrijdt. Maar een wetenschappelijk comité heeft de Commissie er in september van overtuigd dat betrouwbare metingen van phthalaten in zachte PVC niet mogelijk zijn.

Sabbelen op met weekmakers zacht gemaakt PVC kan bij kinderen tot drie jaar leiden tot beschadiging van de lever en teelbalkanker. De Eurocommissarissen Byrne en Liikanen (Consumentenzaken en Ondernemingen) zeiden gisteren erop te vertrouwen ,,dat moeders en vaders in Europa het met ons eens zullen zijn dat alles gedaan moet worden om hun kinderen te beschermen''. Het speelgoed van zacht PVC wordt ingevoerd uit Azië. De leeftijdsgrens van drie jaar voor het verbod is gekozen omdat oudere kinderen door hun hogere gewicht beter tegen phthalaten bestand zijn. Door etiketten op het speelgoed voor grotere kinderen kunnen ouders gewaarschuwd worden dat het ook gevaarlijk is om dit in de mond te steken. Het voorstel voor het onmiddellijke verbod van onder meer bijtringen wordt eind deze maand besproken in een ,,comité voor noodgevallen'', waarin de vijftien lidstaten van de EU zijn vertegenwoordigd. Steutn een gekwalificeerde meerderheid het voorstel van de Commissie, dan wordt het verbod na tien dagen van kracht. Nederland en Groot-Brittannië alleen kunnen het verbod binnen dit comité niet tegenhouden.

Als binnen het comité geen gekwalificeerde meerderheid voor het voorstel is, wordt de zaak voorgelegd aan de Raad van Ministers. Die kan het voorstel met een gewone meerderheid verwerpen.

    • Ben van der Velden